Het Vietnamdilemma van JFK (Gerectificeerd)

John Forbes Kerry is de hoop van de Democraten in Amerika. En niet alleen omdat hij zijn initialen gemeen heeft met zijn illustere voorganger Kennedy. Hij heeft charisma en is een oorlogsheld. Maar nu Amerika's avontuur in Irak tegenzit, heeft Kerry last van zijn Vienamverleden.

'Laten we onder de brug door vliegen', zei John Kerry in de zomer van 1967. Hij zat in een gehuurd t-34 sportvliegtuigje met zijn studievriend, David Thorne, net als hij een jaar eerder afgestudeerd aan Yale University. De brug was de Golden Gate Bridge, de beroemde overspanning tussen San Francisco en Marin county, waar het noorden van Californië begint.

Kerry had in zijn laatste 'college'-jaar meer tijd doorgebracht in vliegtuigen dan in de bibliotheek. Zijn vader, een diplomaat, was testpiloot geweest in de Tweede Wereldoorlog. John was altijd gefascineerd geweest door de anekdote van een hoogleraar aan Yale die ook eens een rondje om een brug had gedraaid.

Het was mooi weer. Kerry en Thorne kenden het type eenmotorig vliegtuig van hun opleiding. Zij hadden zich als student al gemeld als vrijwilliger bij de marine en hadden net een half jaar in de Naval Officer Candidate School in Rhode Island achter de rug. Nu waren zij voor hun verdere officiersopleiding in Californië gestationeerd. Daarna wachtte Vietnam.

Hun toestel snorde gestaag af op de onderkant van de brug. Totdat zij een enorme klap hoorden. Onder één vleugel staken de pootjes van een vogel uit. Recht vooruit doemde een hele zwerm meeuwen op. Een frontale luchtaanvaring zou fataal zijn, maar Kerry trok het vliegtuig omhoog en vermeed een ramp. Op een dichtbij gelegen vliegveldje bekwamen de twee van de schrik.

David Thorne, nog steeds Kerry's boezemvriend, bevestigt het verhaal maar wil er niet te lang bij stilstaan. Er wordt al zo veel gezegd over Kerry's voorliefde voor gevaar, voor motorrijden, snowboarden en windsurfen. Hij ziet het liever zo: 'John Kerry is veelzijdig begaafd, zowel intellectueel als fysiek. Hij vindt het spannend om te kijken hoe ver hij kan gaan. In plaats van dronken te worden, zei hij: laten we iets gaan doen. Ging het om risico's nemen of de grenzen van zijn talenten verkennen? Hij was iemand die zich op de raarste plaatsen afvroeg of je er kon landen en opstijgen. Was dat riskant? Zeker. Was het stom? Nee.'

Thorne kijkt uit het raam van zijn kantoor in Watertown, Massachusetts, over de snelstromende rivier de Charles, dezelfde die verderop in Boston als een bedaagde dame voorbijkomt. Hij laat de beelden van toen aan zich voorbijgaan: 'John dronk niet en rookte niet. Hij was wel geïnteresseerd in meisjes en autorijden - niet in langzaam rijden. Hij is desondanks een buitengewoon evenwichtige man. Nu, zestig jaar oud, is hij nog steeds dol op vliegeren, hors piste skiën, dat soort dingen. He is not crazy, but not plain-vanilla either', lacht hij met een dierbare blik.

John Kerry is niet zomaar een vriend van David Thorne. Hij is ook zijn ex-zwager. Het was liefde op het eerste gezicht toen John Kerry het voorplein opreed van het landgoed van de Thornes op Long Island. Julia, Davids tweelingzusje, stond er in bikini en zong Five Hundred Miles, de melancholieke folksong waar Peter, Paul & Mary in die tijd successen mee haalden. De Peter van de groep, Peter Yarrow, zong in 1970 op de bruiloft van John en Julia. En schreef het verjaardagslied toen John in december zestig werd.

Vietnam

Een half jaar nadat John Kerry net niet onder de Golden Gate Bridge doorvloog, werden hij en David Thorne in actieve dienst opgeroepen. Niet veel later voer Kerry met het geleide-wapenfregat uss Gridley naar Zuidoost-Azië. Ook al bleef hij tijdens zijn eerste half jaar in de betrekkelijk veilige Vietnamese kustwateren, het was het begin van een periode die de rest van zijn leven zou bepalen, ook in tijden waarin het over heel iets anders leek te gaan.

Vietnam is het symbool van John Kerry's ernst, zijn bereidheid het vaderland en een betere wereld te dienen, maar ook van zijn onwil een zaak goed te praten die hij bij nader inzien fundamenteel fout vindt - zelfs als hem dat politiek slecht uitkomt. Het is een patroon dat steeds terugkomt in een loopbaan die razendsnel begon en hem even snel vijanden bezorgde, ook in 2004 nog.

Die loopbaan is mede daardoor niet zo verticaal geweest als hij had gehoopt. John Forbes Kerry is zeventien jaar ouder dan John Fitzgerald Kennedy was toen die president werd. De vergelijking is niet willekeurig. Er is geen staatsman die Kerry zo bewonderde als de mede-Bostonian met dezelfde initialen, jfk. John Kerry heeft aanzienlijk langer nodig gehad om zichzelf te vinden, ballast af te werpen en binnen de Democratische partij steun te verwerven voor zijn complexe figuur.

Nu het zover is en Kerry de nominatie voor de Democratische presidentskandidatuur redelijkerwijs niet meer kan ontgaan, heeft hij tot november de tijd om voldoende 'gewone' Amerikanen ervan te overtuigen dat hij een beter plan heeft voor hun leven en de natie.

De rest van de wereld is daar, onder het motto 'anything but Bush', al van overtuigd. In Amerika kent men hem slecht. En bij degenen die een idee van hem hebben, moet hij negatieve indrukken wegnemen.

De waslijst is lang. Daar heeft de Bush-campagne graag aan bijgedragen. John Kerry is hautain, afstandelijk, aristocratisch, elitair. Hij heeft ieder standpunt ingenomen, en het tegenovergestelde, als hem dat handig uitkwam. John Kerry is twee keer met een rijke vrouw getrouwd, omdat hij zijn eigen leven niet kan betalen. En het verwijt dat hem het meeste raakt: John Kerry is een verrader, die zijn mede-Vietnam-veteranen in de steek liet toen hij er politiek brood in zag. In de nadagen van de oorlog gooide hij zijn medailles naar het Capitool en sprak schande van het con¦ict dat Amerika 48.000 doden en 153.000 gewonden kostte.

Zo is het niet gegaan, zegt Kerry. Zo is de echte John Kerry niet, zeggen zijn vrienden. Maar zo wordt hij afgebeeld door zijn tegenstanders. En hij heeft het er soms naar gemaakt.

Met de taxi naar de kerk

Wie is deze man, die in 2004 het belangrijkste alternatief is voor miljoenen Amerikanen die niet tevreden zijn met wat hun land doet? Daniel Barbiero kent Kerry uit hun kostschool- en studententijd. Hij komt zelf uit een Italiaans-Amerikaans gezin, dat hem met enige moeite naar de exclusieve kostschool St.Paul's in Concord, New Hampshire, kon sturen. Hij kon de lessen makkelijk aan, maar voelde zich er in het begin niet thuis. Evenmin als John Kerry, die naar St.Paul's kon dankzij de gulheid van zijn kinderloze oud-tante Clara Winthrop.

'Alleen muziek en mijn goede cijfers haalden me er doorheen', vertelt Barbiero, die een financieel adviesbureau drijft in Melville, Long Island. 'Op een avond thuis bij onze geschiedenisleraar, een Afrikaans-Amerikaanse anglicaanse dominee die John Walker heette, werd ik voorgesteld aan John Kerry. Het was 1960 of 1961. Walker was een fantastische leraar. Wij noemden hem Johnny Walker black label. Ik zal nooit vergeten hoe hij John voorstelde: 'Dit is John Kerry die bang is dat de anderen hem niet aardig vinden.'

'We werden onmiddellijk vrienden. Het was een jongensschool, dus we hadden het veel over het leven en over meisjes. John blonk uit in ijshockey, hij kon geweldig goed skiën, dat had hij in Europa geleerd. Hij sprak vloeiend Frans. Hij had een Europees soort ¦air. Hij sprak graag in het openbaar en was dol op debatteren. Hij deed dat heel intens. Hij sprak hartstochtelijk over sociale onderwerpen. Dat was daar ongebruikelijk. Het ging er onder de jongens om wie het meest nonchalant en informeel leek. Je moest vooral niet de indruk wekken dat je ergens je best voor deed. John Kerry was het tegendeel. Hij zocht de competitie op. Dat maakte hem niet populair.

'Ik mocht hem graag omdat hij over wezenlijke dingen praatte, zonder verborgen agenda. Ik heb hem nooit op iets achterbaks betrapt. Ik was geen atleet, ik sprak geen Frans en ik hou niet van politiek. Wat ons verbond was misschien dat we allebei buitenbeentjes waren. Mensen die er slim genoeg voor waren konden zijn gevoel voor humor wel waarderen. Ik kon makkelijk zijn harnas doorboren.'

Barbiero beaamt dat zij allebei van eenvoudiger afkomst waren dan de meeste jongens op St.Paul's, van wie afstraalde dat hun families al generaties lang in dit onderwijsparadijs hadden vertoefd. St. Paul's was een voorname school, waar 's avonds met een jasje en een dasje aan werd gegeten, na het gebed. Klassieke talen telden. De leraar godsdienst was een kernfysicus. Die twee onderwerpen gingen voor hem samen. De school was van oorsprong anglicaans. Men speelde er lacrosse en cricket. 's Zondags was John Kerry opnieuw een buitenbeentje: hij moest als rooms-katholiek met een taxi naar de kerk in de stad worden gebracht. Nu de katholieke kerk eindelijk weer eens kans maakt op een president uit eigen kring, weigeren sommige bisschoppen hem de hostie omdat hij vóór abortus is.

Volgens Daniel Barbiero waren er 'geen joden op school, al erkende niemand dat'. Vorig jaar ontdekte The Boston Globe dat Kerry's grootouders van vaders zijde niet, zoals altijd werd aangenomen, van Ierse afkomst waren, maar dat zij Oostenrijkse joden waren. Grootvader Fritz Kohn nam in 1900 in Modling, bij Wenen, de naam Frederick Kerry aan en werd katholiek. De krant onthulde ook dat deze grootvader Kerry, die na zijn immigratie in de VS met succes zaken deed in de schoenenbranche, zichzelf op 23 november 1921 met een pistoolschot het leven benam in het herentoilet van het bekende Copley hotel in Boston - waarschijnlijk vanwege zijn derde bankroet. Kerry hoorde het vorig jaar tot zijn ontzetting van verslaggevers van de krant die hem het politieke leven al jaren zuur maakt.

John Kerry zocht op St. Paul's zoals altijd zijn eigen weg. Barbiero: 'John was atletisch en een harde werker. Hij werd vaak uitgelachen omdat hij anders was. Hij had weinig vrienden. Via zijn moeder stamde hij wel van de legendarische Forbes- en Winthrop-families af, maar ze hadden geen geld. Als we naar de film of een snackbar gingen, moest ik betalen. John had nooit een stuiver op zak. Dat stak af bij klasgenoten die in het weekend met de familie-jet naar Parijs gingen. John had daar geen goed woord voor over. Hij was erg fel op eerlijkheid en redelijkheid.'

Europees perspectief

Er was John Kerry veel aan gelegen zijn studie voort te zetten aan de befaamde Yale universiteit in New Haven, Connecticut. Dat lukte. Barbiero: 'Hij bloeide op. Daar was hij op zijn plaats. Hij is een gedreven man, erg doelgericht en competitief. John stortte zich in het sportleven en de 'Yale Political Union', de debatingclub waar hij voorzitter van werd.'

Via een medestudent leerde Kerry David Thorne kennen. Thorne, nu beleggingsadviseur en eigenaar/uitgever van het new age-blad Body and Soul Magazine, over die eerste ontmoeting: 'We waren allebei grotendeels in Europa opgegroeid. John had op kostschool in Zwitserland gezeten, ik ook. Hij sprak Frans, ik ook. Ik kende niemand die dat Europese perspectief deelde. Het was als twee veteranen die elkaar hadden teruggevonden. We voelden een grote sympathie, we waren samen anders dan anderen. We werden elkaars beste vrienden, en gingen samen op vakantie tot we een jaar of veertig waren.

'John was een lange, magere kerel met wie ik al snel voetbalde voor het eerstejaars elftal van Yale - wij hadden dat in Europa geleerd. Het bleek dat we een oogje hadden op hetzelfde meisje: Janet Auchincloss, de halfzuster van Jackie Kennedy. John is nog eens met Janet uitgenodigd op het familielandgoed van de Kennedy's in Newport, Rhode Island. Daar ontmoette hij president Kennedy onverwacht. John stapte zomaar een kamer binnen waar jfk over de zee uitkeek. Toen hij hem zag, vroeg de president: 'How are you doing?' John sliep in Newport in de kamer naast de president. Wij waren uiteindelijk meer in onze onderlinge vriendschap geïnteresseerd. Janet trouwde met Johns klasgenoot Lewis Rutherford.'

Janet en John waren meer vrienden dan hartstochtelijke minaars, denkt Barbiero. 'Het was minder serieus dan met Julia. Dat was een mooie, sterke vrouw met uitgesproken meningen. In dat opzicht kan je haar vergelijken met zijn tweede vrouw Teresa [de weduwe van de in '91 verongelukte erfgenaam van het ketchup-fortuin, senator John Heinz]. John is niet zo vrouwenschuw als sommigen veronderstellen. Hij is geïnteresseerd in mooie, slimme, felle, ik zou haast zeggen: Europese vrouwen.

'Op Yale had John een Volkswagen. Hij kon opeens zeggen: 'Laten we een eindje gaan rijden en kijken of we een glimp kunnen opvangen van Janet Auchincloss'. John kan heel romantisch zijn. Dan belde hij uit een telefooncel om te kijken of ze thuis was. Hij kan vrouwen zijn liefde verklaren en verwacht dan per omgaande een positief antwoord.'

De romantische Kerry vergat zijn toekomst niet. Dankzij de connectie met Janet had hij twee keer de gelegenheid enige tijd door te brengen op of aan het water met de door hem bewonderde president van de Verenigde Staten. In een vlaag van nauwelijks naïeve braafheid schreef hij een brief aan Kennedy waarin hij zich verontschuldigde voor enkele medestudenten op Yale die de president in de rede waren gevallen tijdens een toespraak op de universiteit.

David Thorne: 'John was toen meer in politiek geïnteresseerd dan ik. Hij was altijd bezig met toespraken. Het was in die tijd ook dat hij mijn tweelingszuster Julia leerde kennen. Julia woonde toen nog in Europa. Zij was in de Verenigde Staten op kostschool geweest en daarna in Rome gaan wonen. 's Zomers was zij meestal hier. Het was tussen die twee meer uit dan aan trouwens.' Maar Kerry liet haar niet definitief kapen door haar Italiaanse vriendjes.

Skull and Bones

Kerry en Thorne zaten ook samen in 'Skull and Bones', een geheim genootschap met een lange traditie op Yale. George W. Bush werd er twee jaar later ook lid van, net als zijn vader en grootvader eerder. Mede-Bones-mannen in Kerry's jaar waren Dick Pershing, een goede vriend uit een legendarische marine-familie die in Vietnam omkwam, en Frederick Smith, de drijvende kracht achter het succesvolle pakjesvervoerbedrijf FedEx.

Kerry en Bush hebben altijd geweigerd iets te vertellen over hun Bones-lidmaatschap. David Thorne: 'Skull and Bones was extreem belangrijk. Daar zat je in met vijftien man uit een jaar van duizend. Het was het meest prestigieuze genootschap waar je lid van kon worden. De zittende vijftien selecteren de volgende vijftien tegen de tijd dat je in je laatste jaar zit. Je hebt twee keer per week een formele bijeenkomst. Verder trek je ook veel samen op. Je leert de andere high achievers van je jaar kennen. Ik heb vrienden voor het leven gemaakt in die tijd, mensen die ik anders op Yale niet had leren kennen, gemotiveerde mensen.'

John Kerry was volgens Thorne van het begin iemand met veel energie. 'Hij was meer gericht op zijn toekomst dan de meesten van die leeftijd. Hij was vastbesloten het openbare leven in te gaan. Hij bewonderde John Kennedy zeer. We voetbalden tegen Princeton toen het bericht zich verspreidde dat hij was vermoord. We zaten net op de bank en ik zal nooit vergeten hoe John bleek werd. Hij was volkomen ontdaan. Direct na afloop van de wedstrijd gingen we naar de kerk.'

Andere vrienden herinneren zich hoe Kerry de rest van de dag vastgeklonken zat aan een klein tv-toestel om het drama in Houston, Texas, te volgen. Hij kende iedereen die zich over het scherm bewoog bij naam. Thorne: 'Het leed geen twijfel dat hij op een hoog ambt mikte, het Congres of zoiets. jfk was zijn held. Hij volgde debating-cursussen, hij won ieder jaar debating-prijzen. Het was een opvallend goede spreker. John Kerry was geen lichtzinnige figuur. Hij wist altijd waar hij mee bezig was.'

Thorne is het niet eens met Barbiero dat het presidentschap er altijd al in zat. 'John Kerry zei nooit: 'Ik wil president worden'. Hij liet wel merken dat hij hoog mikte. Er waren toen ook al mensen die hem daarom arrogant vonden.'

In zijn laatste Yale-jaar, 1966, werd John Kerry uitgekozen om de 'Graduation Speech' voor de afstudeerders te houden. Meestal was dat een oratorische pirouette. Kerry schreef zo'n tekst, maar aarzelde weken of de oorlog niet hét onderwerp moest zijn. Hij had zelfs binnen Skull and Bones het gesprek steeds vaker op Vietnam gebracht.

Kerry en zijn vrienden hadden zich al gemeld bij de krijgsmacht, of waren van plan dat te doen. McGeorge Bundy, een van Kennedy's best and brightest en de oom van Kerry's kamergenoot Harvey Bundy, had op de campus een beroep op de nieuwe lichting gedaan. Voor Kerry's beste vrienden stond het vast:

zij gingen. Het vaderland riep. Er was ook een pragmatische reden voor vrijwillige aanmelding: het Pentagon stuurde steeds meer dienstplichtigen naar Vietnam. Wie zich liet oproepen, had minder invloed op zijn bestemming.

Toch voelde Kerry een groeiende twijfel. Hij gooide zijn brave tekst weg, en hekelde 'een exces aan isolationisme dat is omgeslagen in een exces aan interventionisme'.

Hij zei: 'De Verenigde Staten doen er goed aan te begrijpen dat de interventiepolitiek, die juist was voor West-Europa, in de rest van de wereld niet kan en moet worden toegepast.' Maar John Kerry pleitte niet voor het beëindigen van de oorlog, laat staan voor dienstweigering.

Daniel Barbiero: 'We wisten dat het levensgevaarlijk was daar, maar we hadden - in ieder geval in het begin - het gevoel dat het belangrijk was wat we gingen doen. John werkte hard op die toespraak. Hij verwoordde de twijfel die we voelden. Ik las die tekst wel honderd keer voordat hij hem uitsprak. John deed het heel goed. Hij vroeg advies en luisterde - hij bracht er veel veranderingen in aan. De toespraak was zeer kritisch ten opzichte van de Vietnam-oorlog, maar er was geen sprake van dat we niet zouden gaan.'

Patrouilleboot in de Mekong

John Kerry ging twee keer naar het oorlogsgebied. Het eerste halfjaar op zee verliep zonder verrassingen. Voor zijn tweede ronde wilde hij commandant worden van een klein verkenningsschip, een 'swiftboat'. Later heeft Kerry ontkend dat hij uit was op meer actie, of zijn inmiddels gedode vriend Dick Pershing wilde wreken. Maar als commandant van een patrouilleboot in de Mekong-delta kreeg hij meer oorlog te verwerken dan hij zich had kunnen wensen.

Het verhaal van Kerry's tijd in de vuurlinie is onlangs verteld in het boek Tour of Duty van de historicus Douglas Brinkley. John Kerry heeft er uitvoerig aan meegewerkt en zijn persoonlijke brieven uit die tijd ter beschikking gesteld. Op basis van dat boek maakt Kerry's vriend de cineast George Butler een documentaire die ruim vóór de november-verkiezingen in de bioscoop wordt verwacht.

Na vier maanden aan het front kon Kerry gebruikmaken van een bij de marine bestaande regeling: wie drie maal in actie gewond was geraakt, had recht op overplaatsing. Enkele dagen nadat hij Vietnam had verlaten, stierf zijn vriend Donald Droz, die een zelfde soort swiftboat commandeerde, in een bloedige hinderlaag. Sommigen verwijten Kerry nu, 35 jaar later, dat hij niet langer is gebleven. Hij had destijds vergeefs bij zijn superieuren in Saigon geprotesteerd tegen de zinloze en levensgevaarlijke missie waarop hij en zijn mannen iedere dag werden gestuurd. De leiding had de jonge luitenant minzaam teruggestuurd naar de 'vrije vuurzone'. De regering in Washington deed nog alsof er vooruitgang werd geboekt in de strijd tegen het wereldcommunisme.

Terug in de vs kreeg John Kerry een veilige post bij een admiraal in New York. Hij hield aan zijn tijd in Vietnam een Bronzen Ster, een Zilveren Ster en drie Purperen Harten over. Naar iedere maatstaf was hij een oorlogsheld. Maar steeds opnieuw zijn hem vragen voorgelegd over de kwaliteit van zijn heldendom. De meest ontregelende aanval kwam in 1996, toen Kerry in een nek-aan-nekrace was gewikkeld om zijn zetel in de Senaat te behouden.

De Boston Globe suggereerde kort voor de verkiezingsdag dat John Kerry op 28 februari 1969 een Zilveren Ster had geoogst, omdat hij achter een hutje een gewonde, ongewapende Vietnamees had doodgeschoten. Daarmee had hij een oorlogsmisdaad gepleegd. Het verwijt kon het einde van zijn kandidatuur inluiden, temeer omdat hij na zijn terugkeer als leider van het veteranenverzet tegen de oorlog op de tv had verklaard: 'Ik heb in Vietnam dezelfde wreedheden begaan als tienduizenden andere soldaten.'

Kerry's campagnestaf wist in '96 de vijfkoppige bemanning van zijn boot in Vietnam voor het eerst weer bij elkaar te krijgen. Samen met admiraal Elmo Zumwalt, de man die de door Kerry zo bekritiseerde strategie in de Mekong-delta had bedacht, verklaarden zij dat John Kerry uit noodzakelijke zelfverdediging had gehandeld. Del Sandusky, de stuurman van Kerry's boot, de pcf-94, vertelde me begin dit jaar in Wisconsin: 'Wat in die krant stond was volkomen onwaar. Een Vietcong bedreigde ons met een draagbare B-40 raket, maar hij stond te dichtbij om te kunnen vuren. Hij rende terug de jungle in om op genoeg afstand te komen. In plaats van weg te varen, en ons op het eerste gezicht in veiligheid te brengen, gaf Kerry opdracht de boot op de kust te zetten. Hij sprong aan wal en toen Mike en Tommy hem hadden ingehaald, had hij met zijn M-16 geweer de Vietcong al neergeschoten. We waren anders als vuurwerk de lucht in gegaan. Zonder Johns actie waren we allemaal dood geweest. Hij heeft daar terecht een Zilveren Ster voor gekregen.'

Sandusky en andere bootsmaten reisden eind vorig jaar en begin dit jaar met Kerry mee langs de staten waar Democratische voorverkiezingen werden gehouden. Net als in '96 waren zij hun oude commandant te hulp gesneld, toen hij met de rug tegen de muur stond. John Kerry was najaar 2003 op een dood punt beland. Zijn campagne vertoonde bloedarmoede, de opiniecijfers waren bedroevend. Howard Dean leek de gedoodverfde kandidaat van de Democraten die genoeg hadden van drie jaar Bush.

Nadat Kerry zijn campagneleider had vervangen en besloten had zich helemaal toe te leggen op de eerste voorverkiezingen, die van Iowa, toog de bemanning van weleer aan het werk. Zij belden duizenden veteranen en familieleden van veteranen. Hun aanwezigheid in de zaaltjes deed wonderen. De vaak gespannen en stijve Kerry leefde zichtbaar op, nu hij een paar oude makkers achter zich wist. Zij gaven hem kans te laten zien dat hij trouwe vrienden heeft, heel gewone nog wel, en dat hij niet de kille aristocraat is waar men hem voor houdt.

Doos met foto's

George Butler woont op een boerderij in New Hampshire. 's Winters is hij veel in zijn New-Yorkse appartement in de Upper Eastside van Manhattan. Hij opent een grote doos met zwartwitfoto's. Beelden van zomervakanties in de jaren '70 en '80. De Woodstock generatie: John Kerry met vrij lang haar, wijd uitlopende broekspijpen, strand, duinen, houten huizen, jonge kinderen. Mooie mensen op plezierboten voor de kust van New England. Op een van de foto's staat Peter Yarrow, van Peter, Paul & Mary, zonder gitaar. Er is een vriendenportret van John Kerry, George Butler en David Thorne.

Butler over een foto met kleine kinderen: 'John en ik waren allebei jonge vrijgezellen die hun kinderen een vrolijke jeugd trachtten te geven.' Om een mogelijk misverstand weg te nemen: 'John Kerry heeft zijn dochters Vanessa en Alex niet alleen opgevoed. Julia is een heel goede moeder. Zij hebben het zo goed mogelijk samen gedaan.'

Het huwelijk duurde ruim tien jaar. Julia heeft in het begin mee campagne gevoerd tegen de oorlog en later voor Congreszetels, die John niet won in '70, '72 en '74. Maar zij kreeg steeds meer moeite met het verlies aan privacy dat de politiek met zich meebracht. In 1980 belandde zij in een fikse depressie, waar ze later boeken over schreef. In '82 gingen de Kerry's uit elkaar, al bleven zij enige jaren proberen weer tot elkaar te komen.

George Butler legt uit dat de foto's deel zijn van een spontaan project: 'De eerste dag dat ik hem ontmoette via vrienden wist ik dat hij president zou worden. John Kerry had het. Dat zag je direct. Hij was charismatisch. Waarom zou ik 6.000 foto's hebben gemaakt van iemand waar niemand in geïnteresseerd was? Niemand geloofde me. Hoe ik dat zag? Wilskracht. Net als bij Arnold Schwarzenegger. Die is ook slim en heeft ambitie, een manier van doen die uniek is. Vergeet niet dat ik Arnold Schwarzenegger beroemd heb gemaakt.'

Butler loopt naar de boekenkast en haalt er zijn boek Pumping Iron uit, tekst met veel foto's. Het boek uit '74 was de voorloper van de gelijknamige documentaire over Schwarzenegger, uit '77. Butler wijst de bladzijde aan waarop hij voorspelt dat Schwarzenegger gouverneur van Californië wordt. 26 jaar later kwam dat uit. Butler neemt ook Schwarzeneggers aankondiging serieus dat hij eens president van de Verenigde Staten wil worden. Een in het buitenland geboren Amerikaan heeft daar het recht niet toe, maar senator Orrin Hatch (Utah) zou de Grondwet al willen aanpassen. Butler heeft liever John Kerry, maar hij mag Schwarzenegger ook graag. Hij mijdt politiek. 'Ik ben waarnemer, fotograaf, cineast. Ik heb het geluk gehad dat ik deze twee mensen lang geleden heb leren kennen. Niemand heeft John Kerry zo vaak gefotografeerd als ik.'

John Kerry had een betrekkelijk eenzame jeugd gehad, op kostscholen, in verschillende landen, terwijl zijn vader diverse diplomatieke posten afwerkte. Toch sloot hij veel echte vriendschappen, meer dan eens met mensen van een andere politieke achtergrond. Zoals Butler, die uiteindelijk in de vredesbeweging terechtkwam. 'John Kerry hoorde tot de laatste lichting die zich nog als vrijwilliger meldde voor Vietnam. De dag voordat John naar Vietnam ging lunchten wij samen. Hij stond achter zijn beslissing, maar twijfelde sterk. Hij praatte zichzelf moed in en zei dat hij er klaar voor was. Zo was die tijd. Het was erg moeilijk voor John om niet te gaan. Hij had hoogstens dienst kunnen nemen op een torpedobootjager die meestal op volle zee voer. Wat hij nu deed was aanzienlijk gevaarlijker.'

Veteranen

Zodra John eervol uit dienst was ontslagen, zette hij zich in voor de 'Veterans against the War'. Butler fotografeerde John Kerry die in april 1971 een massale demonstratie op de Mall in Washington leidde, waarbij sommigen hun medailles demonstratief weggooiden. Er is toen én nu tumult gerezen over de vraag of John Kerry destijds zijn eigen medailles ook heeft 'teruggegeven aan de natie', of alleen de lintjes, terwijl hij de onderscheidingen zelf hield. Vietnam-veteraan en collega-senator John McCain was daar destijds boos over, maar hij heeft John Kerry inmiddels in zijn hart gesloten. Organisaties als 'Veterans against John Kerry' blijven de kwestie uitmelken, aangemoedigd door de Republikeinse campagnestaf.

Butler: 'Ik zat naast John tijdens zijn getuigenis voor de Senate Committee of Foreign Relations [23 april 1971]. Hij was na de grote demonstratie de senatoren Fulbright en Hart tegengekomen. Die hadden hem gevraagd dezelfde week nog te komen getuigen. Het was dé grote kans. Hij schreef de tekst de avond tevoren in het huis van mijn schoonmoeder, aan Wisconsin en R Street in Georgetown, met Adam Walinsky, de voormalige speechschrijver van Robert Kennedy, af en toe aan de lijn voor advies.'

'Het was een van de grote toespraken in de geschiedenis van de Senaat. De sfeer was onbeschrij¦ijk. Hij was 27 en had een heleboel meegemaakt. Er stonden zeventien camera's in de zaal. Die avond werd John Kerry een internationale beroemdheid. Hij was op de Russische tv, op de bbc. Het was een gigantisch moment. Ik had altijd al gedacht dat veteranen het meest overtuigend konden spreken over de noodzaak een eind te maken aan de oorlog in Vietnam. Beter in ieder geval dan soldaten die weigerden te vechten. Op die avond wist ik dat voor mijn ogen de Vietnam-oorlog werd beëindigd.'

Intellectuele bediende

Adam Walinsky, die zichzelf glimlachend omschrijft als 'de intellectuele bediende van Robert Kennedy', is tegenwoordig een vrij gevestigd paraatheid-adviseur van politiekorpsen in het hele land. Achterin zijn Audi a50 ligt het tweede deel van Oswald Spenglers Ondergang van het Avondland.

In zijn huis, een uur ten noorden van New York, vertelt Walinsky, die zeven jaar ouder is dan Kerry, dat hij vóór de demonstratie van april 1971 heeft geholpen om 50.000 dollar in te zamelen 'bij rijke oude mannen'. De veteranen konden daarmee bussen huren om in Washington te protesteren. Kerry kende Walinsky, omdat hij hem, net terug uit Vietnam, een dag had rondgevlogen om toespraken tegen de oorlog te houden.

Walinsky zegt nauwelijks geholpen te hebben bij Kerry's toespraak in de Senaat. 'Er bestond nog geen fax. Het belangrijkste was dát hij getuigde. Hij had in Vietnam gevochten, hij had vrienden verloren en medailles verdiend. Het was belangrijk dat hij de essentie van de oorlog overdroeg. Zodra je de uittreksels zag, wist je dat dat dit een enorm effect zou hebben.'

John Kerry sprak in de Senaat twee fameuze zinnen uit: 'Hoe vraag je een man de laatste te zijn die sterft voor een vergissing?' en 'Iemand moet sterven, opdat president Nixon, in zijn eigen woorden, niet de eerste president hoeft te zijn die een oorlog verliest.' De boze luitenant, zo jong als hij was, had de woorden gevonden waar Washington eindelijk aan toe was. Hij werd erom gehaat door de regering-Nixon. Naar onlangs is gebleken hield ook de FBI hem scherp in de gaten.

Kerry meende op de golven van zijn landelijke bekendheid een kans te maken bij de Congresverkiezingen van 1972. Hij mikte op een zetel in Massachusetts. Chuck Colson, een van Nixons 'loodgieters' uit het latere Watergate-schandaal, zette een campagne op die Kerry in zijn thuisstaat de reputatie bezorgde van een rebel die zijn nog vechtende collega's had verraden.

Nadat Kerry drie keer vergeefs had gestreden voor een zetel in het Huis van Afgevaardigden, gooide hij het roer om en ging hij rechten studeren aan het Boston College of Law. Amper afgestudeerd werd hij officier van justitie. In die tijd bewees hij dat hij een scherp onderzoeker kan zijn. Hij kreeg zware jongens achter de tralies en reorganiseerde het openbaar ministerie. Toch lokte het openbaar bestuur. Na tweeëneenhalf jaar als advocaat werd hij in 1982 gekozen als plaatsvervangend gouverneur van Massachusetts, naast Michael Dukakis, die in 1988 door George Bush werd verslagen. In november 1984 won John Kerry een zetel in de Senaat in Washington. Hij was veertig jaar.

Kennedy-symbool

Het was niet zomaar een zetel. Het was die van John Kennedy. Zijn collega namens Massachusetts was Ted Kennedy. Zeker nadat Ted hem dit jaar in Iowa over het dode punt heenhielp, en zijn beste medewerkster uitleende, waren de vergelijkingen met de grote Kennedy niet van de lucht. Zijn vrienden denken verschillend over het belang van het Kennedy-symbool voor John Kerry.

Daniel Barbiero: 'John Kennedy was de laatste president die ons het gevoel gaf dat we er trots op konden zijn Amerikaan te zijn. John Kerry is nu voorbij het stadium dat hij hem of iemand anders wil zijn. Toen we net studeerden, heeft hij wel een tijd gehad dat hij Kennedy nadeed, in zijn manier van doen en praten. Daar is hij nu overheen. John heeft veel studie gemaakt van grote redenaars. Hij wil zelf graag als eminent spreker worden erkend.'

Adam Walinsky: 'De Kennedy's zijn een halve eeuw het referentiepunt geweest van de Amerikaanse Democraten. Er worden eindeloze tv-shows aan hen gewijd. Er is een immense mythevorming. Democraten moeten altijd weer naar jfk verwijzen. Allen Jimmy Carter stond er helemaal los van. Gary Wills noemde dat The Kennedy Imprisonment. We hebben kennelijk modellen nodig om ons gedrag te sturen.

'De huidige aanvallen op John Kerry's te nauwe Kennedy-band hebben niets met John Kennedy en Robert Kennedy te maken, en alles met Ted Kennedy. Martelaren moeten vroeg sterven. Met Jeanne d'Arc was het ook niets geworden als zij tachtig was geworden. John en Robert Kennedy waren bovendien zo aantrekkelijk als figuren, omdat zij zo complex waren. Dat beperkte het verzet tegen hun personen.'

George Butler zegt dat er in de loop der jaren veel grappen over de jfk-connectie zijn gemaakt. 'De vergelijking ligt voor de hand. Beiden hebben een 'swiftboat' gecommandeerd, zijn gewond geraakt, gedecoreerd. Eerder vond John Kerry het pijnlijk om die vergelijking met jfk te moeten doorstaan. Nu is hij oud genoeg om er tegen te kunnen. Je zal zien dat John Kerry steeds meer uit het John Kennedy-patroon groeit. Hij is even snugger als jfk, ziet ook vaak twee kanten van een vraagstuk, maar is misschien intuïtiever.

F. Scott Fitzgerald ziet het als teken van een grote geest als je tegelijk twee tegengestelde redeneringen in je hoofd kunt ontwikkelen.

'Zij hebben beiden kwaliteiten als uiterst charismatisch leider. Kerry maakt Kennedy-eske grappen, is slim en charmant. Naarmate meer van zijn privéleven bekend wordt, zal meer duidelijk worden van de Kennedy-achtige kanten daarvan, van zijn liefde voor het leven, en zal de aantrekkelijkheid van zijn dochters en stiefzoons naar buiten komen. Teresa is ook een Kennedy-achtig soort vrouw. Jackie was goed in vreemde talen. Teresa ook. Ik denk dat de Kennedy's blij mogen zijn met zo'n opvolger. Ted Kennedy en John Kerry doen een perfecte Butch Cassidy and the Sundance Kid-act.

'Het is absoluut nonsens dat John Kerry zichzelf helemaal heeft vormgegeven als JFK. Dat komt voort uit resten jaloezie: hij is te atletisch, te veel oorlogsheld, heeft te veel mooie vrouwen gekend. Sommige mensen kunnen dat niet zetten. Ik ga al zo veel jaar met hem om. Het is goed toeven met hem.'

Standpunten, standpunten

Na achttien jaar in de Senaat heeft John Kerry een waslijst aan standpunten ingenomen. En daar zit meer dan genoeg tegenstrijdigheid in om de Bush-campagne van munitie te voorzien. Vóór en tegen beperking van particulier wapenbezit. Vóór de oorlog in Irak en tegen de 87 miljard dollar om de operaties te financieren. Hij heeft zich ingezet voor het milieu, in '97 al gewaarschuwd voor de wereldwijde samenwerking tussen boeven en terroristen en hij heeft alom geprezen werk verzet om het Vietnam-trauma te verzachten, voor de families van vermiste militairen en het verwoeste land zelf.

Maar sinds de aanslagen van 11 september 2001 lijkt het alsof John Kerry gevangen zit in een web van nuances. Dat bracht zijn campagne in december bijna tot zinken. Tot hij de keiharde kritiek op de regering-Bush van Howard Dean ging kopiëren. Kerry haalde uit naar de belastingverlaging voor de allerrijksten en naar de oorlog die miljarden opleverde voor bevriende bedrijven. Het werkte. Maar sinds de Democratische race voorbij is, punnikt Kerry weer kronkelige betogen zonder punchline.

Is hij bang dat hij straks vastzit aan alle uitspraken van vóór de verkiezingen? Of zet Vietnam hem klem op het moment dat het schandaal van de Abu Ghraib gevangenis schreeuwt om oppositie? Kan hij, nu Amerika opnieuw voor het oog van de wereld de eigen principes schendt, zich niet losmaken van de wreedheden die hij zelf heeft begaan en bekend? 'Dit land heeft een president nodig die het verschil begrijpt tussen kracht en koppigheid', zegt hij op de dag dat minister van Defensie Rumsfeld het morele failliet van de Amerikaanse gevangenis in Bagdad heeft teruggebracht tot de keerzijde van de digitale revolutie. Terwijl het volk roept om straf, troost en nieuwe hoop. Samengevat in een paar woorden die blijven doorzingen.

John Kerry heeft bewezen dat hij het kan. Iedere keer dat hij verkiezingen dreigde te verliezen, vocht hij terug uit het rijk der bijna-doden. Waarom laat hij het zo ver komen? Kan de hors piste skiër niet inzien dat hij soms sneller beneden is over het geveegde parcours? Of is het enigma John Kerry zijn grootste probleem? Hij wordt 'aloof' genoemd, afstandelijk. En aristocratisch. Zware verwijten in een tijd dat vertrouwelijkheden met miljoenen gedeeld worden. Zou het helpen als meer mensen wisten dat hij ook nog een koekjesbakkerij heeft opgericht, Kilvert & Forbes, in Faneuil Hall, een mooie markt in Boston? John Kerry is volkomen verzot op chocolate chip cookies. Hij stelde er zelf het recept voor op, en dat wordt nog steeds gebruikt.

Ex-zwager en vriend David Thorne schudt het hoofd als hij de verwijten van deftigheid hoort. Vooral uit Republikeinse monden. 'Het is een groot spel. Bush is zogenaamd een man van het volk. De Republikeinen weten dat het land New England verdacht vindt. Dus schilderen zij John Kerry af als een kruising tussen John Kennedy en Michael Dukakis. Bush doet altijd joviaal. Op Yale benadrukte hij al dat hij een eenvoudig type was. Hij had toen al dat Texaanse accent. Ik dacht eerst dat hij zich aanstelde, maar ik kwam er achter dat hij echt een afkeer van de Oostkust had. Hij ging ook nooit naar China, terwijl zijn vader daar in die tijd ambassadeur was. Hij had hoegenaamd geen belangstelling voor de rest van de wereld. En toch was zijn opleiding keurig East Coast: Andover en Yale. De godsdienstigheid was nog niet te merken op Yale. Dat kwam pas na zijn periodes van alcohol en mislukte zaken.

'John Kerry voelde zich nooit helemaal een deel van de elite. Hij deed wel zijn best er bij te horen. Maar hij hoorde er nooit echt bij. Het 'elite'-etiket levert je in de Verenigde Staten trouwens weinig op, geen baan, geen geld en geen plaats op de goede scholen. John Kerry is meer deel van de meritocratie in dit land. Hij heeft hard gewerkt, veel tegenslagen overwonnen, met weinig geld. Hij heeft alles zelf bereikt.'

Tommy Vallely, een oude Kerry-vriend sinds de eerste Congres-campagnes, is directeur van het Vietnam-programma van de Kennedy School of Government van Harvard University. Hij antwoordt lachend op de vraag naar de echte Kerry: 'Alles moet snel. Hij is te snel voor de golfsport. Laatst moest ik hem er aan herinneren dat hij het rustiger aan moest doen, omdat we anders de groep voor ons zouden inhalen. Ik herinner me een bustocht in Vietnam, die drie uur zou duren. Hij zei: 'Kunnen we niet vliegen?' Ik antwoordde: 'Als je nu gewoon eens rustig op je krent blijft zitten, dan zijn we er ook zo.' Die onrust had destijds ook wel te maken met het feit dat hij geen gezinsleven had. John zei altijd tegen zijn vrienden: jullie zijn m'n gezin. Wij waren altijd beschikbaar. Dat is veranderd nu hij is hertrouwd. Zijn nieuwe familie is belangrijker voor hem. Die heeft hem kracht en discipline gegeven. De man is hetzelfde, maar het operating system is anders. Hij wordt overigens nu al gek van de vertraging die die karavaan met zwarte Suburbans met geheime dienst-mannen voor hem betekent.

'Ik heb John nooit beter gezien dan toen hij zijn jongste bootsmaat, John Belodeau, weer had teruggevonden. Die man, een drinkende loodgieter, was hem heel dierbaar. Hij was de enige die in huize Kerry mocht roken. Toen hij plotseling dood was gebleven, heeft John prachtig gesproken op z'n begrafenis. Hij gaf Tommy's zoon het gevoel dat de beste vader op aarde net was gestorven. Dat schudde hij niet uit zijn mouw. John heeft een hele nacht aan die toespraak zitten schrijven.

'Die aanval op Johns integriteit tijdens de campagne van '96 veranderde hem compleet. Hij raakte volkomen gefocused, en won. Het is in zekere zin te hopen dat Bush' strateeg Karl Rove ook zoiets tegen hem probeert', zegt Vallely.

George Butler ziet het weer iets anders: 'John Kerry is gereserveerd, niet afstandelijk. Hij denkt in al zijn beschikbare vrije minuten - terwijl hij in en uit een auto stapt. Maar ik weet ook niemand die grappiger, geestiger, slimmer en ontroerender kan zijn. Hij praat uitvoerig over zijn privéleven met mij. Het is een complexe, interessante man. Hij heeft ontzettend veel gedaan in zijn leven. En dan doet hij ook nog al die sporten, ski, tennis, zwemmen, voetbal, lacrosse, ijshockey, hij vliegt - John is een bijzonder goede piloot. Hij is veelzijdig begaafd. In mijn film komt een passage voor met een stukje film uit zijn jeugd waarin je ziet hoe hij als jongetje van zes zeker honderd meter hoog een boom in en uit klom. Zijn lichamelijke coördinatie is uitstekend.

'John Kerry houdt er ook van risico's te nemen. Vooral als hij vliegt in gevaarlijke omstandigheden. Ik heb eens met hem achter de knuppel door een verschrikkelijke storm gevlogen. Dan is hij buitengewoon geconcentreerd. Je kan niet goed zijn zonder te gokken, zonder enorme risico's te nemen. John Kerry doet dat ook. Je moet goed in elkaar zitten, mentaal en fysiek om die risico's aan te kunnen.'

Benefietconcerten

Peter Yarrow is sinds de dagen van het protest altijd bevriend gebleven met John Kerry. Hij heeft verschillende Peter, Paul & Mary-benefietconcerten voor hem georganiseerd, en gezorgd dat Crosby, Stills, Nash and Young geld ophaalden in '96. Ze zien elkaar 's zomers vaak op het eiland Nantucket, voor de kust van Massachusetts. In de jaren '80, in wat door vrienden 'Johns zigeunerjaren' worden genoemd, hebben Yarrow en Kerry verschillende keren vakantie gehouden op Naushon Island, een bezitting van de familie Forbes.

Ook hij meent hem te kennen. 'Ik heb altijd het gevoel gehad dat John Kerry het land kan leiden, zeker toen hij senator was. Hij straalt gezag en toewijding uit. Hij stond altijd pal voor de zaken die mij aan het hart gaan. Toen John Kerry zestig zou worden in december 2003, belde zijn dochter Vanessa met de vraag of ik iets wilde schrijven. John was nog herstellend van zijn prostaat-operatie en leed onder de onzekerheid over zijn potentie. Ik voelde dat hij piekerde, hij was afgevallen, de campagne leek op niets uit te lopen. En bijna niemand durfde hem te zeggen waar het op stond. Ik ben een actievoerder met muziek. Dus ik heb maar een vers gemaakt om hem op te beuren.'

Yarrow klapt een Powerbook-computer open op het stevige houten keuken-eiland van zijn spectaculaire appartement in de buurt van het Lincoln Center in New York. 'Ik schreef het als privé-gedicht voor John. Of ik hem er mee heb geholpen weet ik niet, het is nogal opruiend. Later heb ik het op muziek gezet. We hebben er negen keer samen mee opgetreden in Iowa.'

We were right, by God we were, this was our finest

hour

The courage to declare the truth, unseat the boys in

power

The good old boys (they're back again),

Not one of us surprised

The job was never finished. We never grasped the

prize.

Gather all your strength, dear John, and then reach

for the sun

We are with you, heart and soul, your friends are

bound as one

On this grand occasion, we're with you, every one

Hear me now, good friend, John, history 's chosen you

And we'll be on your side, good friend, to see this

grave task through.

Met de jaren '60-expres naar Bushland en St. John als redder op het witte paard. Het mocht tijdens de voorverkiezingen in Iowa. Alles om de Kerry-campagne uit zijn winterslaap te halen. Nu het menens is en John Kerry het conservatieve hart van Amerika moet zien te winnen, zijn Peter Yarrow en de veteranen voorlopig op stal gezet. Totdat John Kerry weer een onneembare achterstand heeft opgelopen op de mediagenieke president. En alle registers opengaan. Dan mag Peter Yarrow nog een keer het refrein zingen: America, America, come home. M

Marc Chavannes is correspondent van NRC Handelsblad in Washington.

[streamers]

'John dronk niet en rookte niet. Hij was wel geïnteresseerd in meisjes en autorijden - niet in langzaam rijden. He is not crazy, but not plain-vanilla either.'

'John sprak vloeiend Frans. Hij had een Europees soort flair. Hij sprak graag in het openbaar en was dol op debatteren. Hij deed dat heel intens.'

'Het leed geen twijfel dat hij op een hoog ambt mikte, het Congres of zoiets. JKF was zijn held.'

'Ik heb in Vietnam dezelfde wreedheden begaan als tienduizenden andere soldaten.'

'De eerste dag dat ik hem ontmoette, wist ik dat hij president zou worden. John Kerry had het.'

'Ted Kennedy en John Kerry doen een perfecte Butch Cassidy and the Sundance Kid-act.'

'John Kerry voelde zich nooit helemaal een deel van de elite. Hij hoorde er nooit echt bij.'

Rectificatie

Kennedy

In het profiel van John Kerry in het maandblad M van vandaag (Het Vietnamdilemma van JFK, pagina 20) wordt verwezen naar de moord op Kennedy als `het drama in Houston'. President Kennedy werd vermoord in Dallas. In de Vietnam-oorlog kwamen niet 48.000, maar 58.000 Amerikanen om.