Het Marshall-museum in Zwijndrecht is een monument uit een periode die definitief voorbij is

Van de landing in Normandië valt niets te leren over de huidige impasse in Irak, vindt Maarten Huygen.

McDonald's mocht willen dat hamburgers nu net zo geliefd zouden zijn als de Amerikaanse sigaretten uit de Tweede Wereldoorlog. De hamburgers worden weliswaar massaal verorberd in Europa, maar stuiten op veel kritiek. De Lucky Strikes, Chesterfields, Camels en Sweet Carporals van indertijd waren ongezonder dan hamburgers maar de blauwe dampen van de witte vrijheidsstokjes werden indertijd met liefde ingezogen door Europeanen.

In het Marshallmuseum te Zwijndrecht zijn de beroemde sigarettenpakjes uitgestald, samen met Sunlight zeep en andere gezochte attributen uit die tijd. In dezelfde zaal staan op strandzand twee landingsvaartuigen. Een etalagepop in frisgewassen Amerikaans uniform staat erbij en op de muur daarachter is de zee geschilderd met aankomende schepen en vliegtuigen. Een mini-tableau van D-day, maar dan zonder de lijken. De legervoertuigen zijn opnieuw in elkaar gezet, smetteloos, vers in de verf, klaar om weg te rijden. Er worden geluidsopnamen afgespeeld van ontploffingen en langsscherende vliegtuigen en de jongens mogen ook spelen in afgedankte voertuigen. In een zaal verderop klinkt voor de grootouders het orkest van Glenn Miller.

Oh, wat een tijdperk.

Uit dankbaarheid voor het Marshallplan – dat hem in staat stelde zijn constructiebedrijf te gebinnen – richtte Jaap de Groot na de verkoop van zijn bedrijf Grootint dit museum voor oude

legervoertuigen op in een paar grote havenhallen. De 81-jarige De Groot troont middenin achter het glas van zijn kantoor. Het museum heeft de charme van het particulier initiatief. Te zien zijn de staaltjes van de materiële overmacht waar de Amerikaanse troepen indertijd indruk mee maakten: tanks, soepele acht-cilinder ster-motoren, jeeps, vrachtauto's boordevol jerrycans, pontons. Het deed mij denken aan de verhalen die ik hoorde over de tientallen kilometers wegberm vol benzineblikken bij de bevrijding van Zuid-Nederland. In de kantine is van alles te zien over Marshall zelf.

Bezoekende Amerikaanse oorlogsveteranen zijn jaloers op zo'n prachtige collectie die ze in eigen land nergens kunnen vinden. Zwijndrecht is beter dan het origineel. Ter gelegenheid van de herdenking van D-day geeft De Groot korting op de bescheiden entree tot zijn museum. In bijna alle kranten staan advertenties met de Amerikaanse vlag en het museum-embleem van twee handen in elkaar. Was dat nog maar zo. Morgen wordt D-day herdacht in Normandië door bondgenoten die met elkaar in de Veiligheidsraad strijden over de bezetting van Irak.

Hoe belangrijk is de Amerikaanse heldhaftigheid van toen nog voor onze steun aan Irak? De Amerikaanse ambassadeur Clifford Sobel ziet, net als zijn regering, een verband. Bij de drukbezochte herdenking op het Amerikaanse oorlogskerkhof in Margraten zei hij afgelopen zondag dat onze keuzen ,,nu zo duidelijk zijn als indertijd''. En hij prees de Nederlandse vasthoudendheid: ,,U begrijpt waarom we zestig jaar geleden samen pal stonden en dat nu nog steeds doen.''

Wáren de keuzen maar zo duidelijk als toen. Terwijl ik de voor D-day ingezette transportamfibieën van het glorieuze verloren merk Studebaker bewonderde, raakte ik in gesprek met een suppoost-vrijwilliger, A. Veen, een door de leeftijd mild geworden oud-marinier in donkerblauwe blazer. Vlak na de oorlog had hij in Indonesië gevochten tegen de opstandelingen van toen. ,,Het was geen eerlijke oorlog'', zegt hij. ,,Dat besef je pas jaren later.'' Hij herinnert zich hoe ze begonnen met `Operatie Product' om weer geld in kas te krijgen. De plantages en fabrieken moesten weer worden opgestart. Net als Amerika nu zei de Nederlandse regering indertijd te strijden voor democratie, maar als soldaat was je je leven niet zeker, want degenen die moesten worden geholpen, werkten tegen. ,,Dan stonden ze daar met de kont omhoog in de sawa en als je voorbijgereden was, haalden ze een machinepistool te voorschijn en begonnen ze op je te schieten'', zei Veen. Uiteindelijk heeft Amerika in de rol van wijze oom Nederland uit dat koloniale moeras gedwongen.

En nu Irak. Waren de Amerikanen daar maar zo populair als destijds in Europa. De Iraakse `Operatie Product' wordt gesaboteerd en de vijand draagt geen uniform. Elke Irakees kan een terrorist zijn. Amerikaanse militairen worden gedood, maar dankzij het overwicht in krijgsmaterieel zijn er nog altijd minder Amerikaanse slachtoffers dan het aantal onschuldige Iraakse burgers dat sneuvelt. Hoe lang kun je het met zo weinig populariteit uithouden onder het van zijn tiran bevrijde volk? Geen wijze oom die Amerika helpt.

Opmerkelijk is de publieke rust tijdens de riskante Nederlandse deelname aan de Amerikaanse bezetting in Irak. De Vietnamoorlog, waar Nederland niet eens aan deelnam en de mogelijke plaatsing van kruisraketten op Nederlands grondgebied brachten wel massa's demonstranten op de been. Toen lag de Amerikaanse bevrijding nog vers in het geheugen. Zelfs een premier, Joop Den Uyl, demonstreerde tegen de Vietnamoorlog, maar zijn huidige opvolger popelt om de Nederlandse bijdrage aan de oorlog in Irak te verlengen.

Dat verschil met toen ligt niet aan het onderwerp, maar aan de teleurstelling over Europa. Met president Bush kan veel mis zijn, maar een bezoekje aan het Witte Huis doet de machteloosheid vergeten in het Brusselse labyrint waar Nederland een steeds kleiner stipje wordt. In Washington heeft Nederland nog minder te vertellen, maar het biedt een vluchtweg, een alternatief om mee te schermen. Dat komt goed uit.

Ons heil kwam altijd van de zee. Wie van de havenloods van het Marshall Museum de Maas afvaart, eindigt in Groot-Brittannië en in het vrije Amerika. Misschien wint Kerry en is die beter. Maar dat zijn overdreven verwachtingen. Het lijkt op de cargocult (de cultus van de lading) van inboorlingen uit Nieuw-Guinea die aan de kust wachtten op nieuwe lading die zou aanspoelen van de witte goden. Voor het hedendaagse Amerika is Europa veel minder belangrijk geworden dan voor ons. Er is daar geen generaal Marshall meer.