`Het is een circus, er komt geen vat olie méér' (Gerectificeerd)

Een psychologisch spel om de speculanten en de angst voor het terrorisme te beteugelen. Dat heeft het oliekartel OPEC in Beiroet opgevoerd. Zou het helpen? `Reken er maar op dat de olieprijs nog tot veel beroering zal leiden.'

Geamuseerd slaat Jacques de Boisseson, de man van het Franse Total, de chaotische taferelen in Hotel Phoenicia in Beiroet gade. De uiterst hoffelijke ministers van de OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, worden ongeduldig en zonder beleefdheidsfrases ondervraagd door honderden journalisten, sommigen met open telefoonlijnen naar de termijnmarkten in New York en Londen.

,,Wat een circus en dan te bedenken dat er voorlopig geen vat olie méér wordt geproduceerd dan zij nu al leveren. Die cijfers, alors, het stelt niet zo veel voor. Het is een psychologische exercitie. Zij hopen dat de markten een beetje zullen kalmeren', zegt de verzorgde Fransman (grijs Brioni-pak, een horloge van Tag Heuer om de pols en de International Herald Tribune en Le Monde onder de arm) die al jaren voor het Franse olieconcern de OPEC nauwgezet volgt. Hij is in Beiroet – ,,Niet de vervelendste stad van het Midden-0osten, n'est-ce pas?' – om ,,een beetje bij te praten en een kopje koffie te drinken met mijn vrienden in de OPEC en te kijken hoe zij zich voelen'.

Matig moet de conclusie zijn, want de meeste ministers hebben onder Saoedische, Amerikaanse, Japanse en Europese druk een besluit genomen over het verhogen van de productiequota, terwijl zij daar eigenlijk niet de noodzaak van inzien. Immers, er is geen tekort aan olie, er is geen schaarste. Aan de enorme vraag uit Amerika, China en India (continenten waar de economieën voornamelijk groeien) kan ruimschoots worden voldaan.

,,Ach, al die cijfers. Het betekent weinig, want het officiële productiequotum van 23,5 miljoen vaten per dag is allang overschreden. We zitten nu al op 25,4 miljoen. Er wordt echt geen vat méér geproduceerd. De markt wordt nu al overstroomd met olie. In de Verenigde Staten en Europa worden vaten teruggestuurd omdat de raffinaderijen het werk niet aankunnen. Mijn vrienden hier weten dat zij een psychologisch spel moeten meespelen om de angst en de speculanten te beteugelen.' De Boisseson spreekt met ironie over ,,La flambée des cours du pétrole'. Geflambeerde prijzen, alsof het een Libanese lekkernij is.

De Boisseson heeft het gelijk aan zijn zijde, erkent de Algerijnse minister van olie, Chakib Khelil, later als hij in de gangen van het weelderige hotel aan de rand van het centrum op zoek is naar een wc. ,,Er is plenty olie, er is grote vraag, groter dan wij hadden gedacht, maar er is ook een enorm aanbod. Maar wat moesten wij doen? De consumenten roepen om actie, onze klanten dringen aan op maatregelen. Niets doen was geen optie. Stel u voor wat er zou zijn gebeurd met de prijs als wij deze week niets hadden gedaan.'

De man van Total legt uit dat kleine olieproducenten (in vergelijking met Saoedi-Arabië) eigenlijk niets liever willen dan hoge prijzen. ,,Iran, Algerije, Venezuela, Nigeria, Indonesië, noem ze maar op, kunnen dat geld heel goed gebruiken. Die landen zitten te springen om cash. Op de ministeries van Financiën in die landen wordt bij iedere verhoging gejuicht. Die speeches over de zorg voor de wereldeconomie zijn, net als dat productiebesluit, bedoeld voor de bühne.'

Hij maakt een uitzondering voor Saoedi-Arabië en Qatar. ,,Ali al-Naimi is een te respecteren man, een technocraat weliswaar, maar oprecht. Hij kijkt verder dan zijn eigen belangen. Het punt is alleen dat hier is gebleken dat Saoedi-Arabië toch niet de zaak helemaal heeft kunnen beïnvloeden. Er is een compromis gesloten, waardoor toch het signaal van de OPEC zwakker is dan al-Naimi zich had voorgesteld. Dat zal te merken zijn in de prijsontwikkelingen.'

De Boisseson vindt dat al-Naimi in Beiroet een kans heeft gemist om de ,,wereldwijde nervositeit' weg te nemen. ,,al-Naimi gaf een speechje en heeft zich hier verder nauwelijks laten zien, terwijl alle media van de wereld hier zijn. De Saoediërs zijn erg slecht in hun public relations, altijd al geweest en het zal ook niet snel beter worden', vindt de Fransman. ,,Hij heeft helemaal niets gedaan om de zorgen over de beveiliging van de Saoedische olie-installaties weg te nemen. Iedereen leest die verhalen over vliegtuigjes en onderzeeboten die met gemak de installaties bij Ras Tanura, Al Juaymah, Yanbu of de verwerkingsinstallaties bij Abqaiq zouden kunnen bombarderen. al-Naimi had hier kunnen vertellen wat zij allemaal doen en al hebben gedaan om dat soort scenario's te voorkomen.'

De Boisseson doelt op de scenario's die de Amerikaanse defensieexpert Robert Baer heeft opgesomd in het boek Sleeping with the Devil. Dat boek heeft in de dag- en weekbladen van de internationale gemeenschap veel aandacht gekregen. Ook, omdat de voormalige directeur van de Amerikaanse CIA, James Woolsey, aan de onheilspellende scenario's nog één heeft toegevoegd, namelijk het gebruik van massavernietingswapens. ,,Ach, het hoeft helemaal niet zo spectaculair te zijn. Een overval op een wooncomplex in Khobar was al genoeg de gemoederen zeer zenuwachtig te maken', relativeert De Boisseson.

al-Naimi beperkte zich tot een speech voor ESCWA, een VN-organisatie voor economische en sociale projecten in westelijk Azië. De minister hield zich verder schuil. ,,Terecht', vindt Samira Kawar, redacteur van Argus Publications, een van de grootste uitgevers van olievakbladen in de wereld. ,,Laten we wel wezen. De terroristen zijn in Saoedi-Arabië niet in de buurt gekomen van een belangrijke oliefaciliteit. En iedereen die daar wel eens is geweest, weet dat de Saoedi's heel veel aan beveiliging hebben gedaan. Er werken daar meer dan 30.000 mensen in de beveiligingsindustrie. Het budget voor veiligheid loopt in de miljarden dollars. Ik vind dat heel veel media veel dichter bij de feiten moeten blijven en zich niet zo moeten laten meeslepen door fantasieën van een Amerikaanse broodschrijver over wat er eventueel zou kunnen gebeuren', aldus Kawar, die een van de weinigen analisten in Beiroet was die begrip konden opbrengen voor de woordkarigheid van al-Naimi.

De aandacht voor de ongrijpbare angst voor aanslagen en ontregeling van de olieproductie heeft de aandacht voor de economische gevolgen van de hoge olieprijs enigszins weggedrukt. Feit is dat de meeste OPEC-landen – de OPEC is goed voor bijna een derde van de wereldwijde olieproductie – op maximum-capaciteit produceren. Alleen Saoedi-Arabië beschikt over substantieel extra capaciteit.

Ondergesneeuwd was de waarschuwende vaststelling van minister al-Naimi aan de wereld dat de oliereserves gestaag afnemen. ,,De olierijkdom krimpt', zei hij. Terwijl de consumptie van olieproducten in de westerse en oosterse wereld alleen maar toeneemt. Het aanboren van nieuwe voorraden in Rusland, de VS, Brazilië en zelfs in Israël is uiterst kostbaar en biedt nauwelijks soelaas. Met andere woorden, zo denkt De Boisseson, de wereld zal moeten leren leven met hoge olieprijzen. Gisteren daalde de olieprijs weer een beetje tot 10 procent onder de records van afgelopen woensdag. Maar een analist van ABN Amro in Londen waarschuwde gisteren op de televisiezender BBC World dat prijzen van 45 dollar niet uitgesloten moeten worden. Verondersteld wordt dat terrorische dreigingen en de bezetting van Irak voorlopig klimaatbepalende factoren blijven.

Olieprijzen van rond de 45 dollar hebben enorme politieke en economische gevolgen voor Europa, de Verenigde Staten, Azië en natuurlijk het Midden-Oosten zelf. De eerste doden bij petroleum-rellen zijn al gevallen. Uitgerekend in Beiroet, in het arme zuidelijk stadsdeel, stierven twee weken geleden vijf bewoners tijdens demonstraties tegen de hoge prijzen voor benzine en stookolie. Op de voorpagina's van de Libanese kranten figureerde de OPEC prominent, maar op de stadspagina's ging alle aandacht uit naar de nasleep van deze rellen en de snel verslechterende omstandigheden in de armere stadsdelen. De Libanese minister-president Rafic Hariri hield tijdens een OPEC-diner een warm pleidooi voor het verplaatsen van het OPEC-secretariaat van Wenen naar Beiroet (,,Centraal gelegen tussen producenten en consumenten') en deed een dringend beroep op de OPEC-ministers om in actie te komen. ,,Prijsverhogingen leiden onherroepelijk en vaak tot grote instabiliteit en tumult', waarschuwde de premier.

De Boisseson, de prudente analist van het Franse Total, wil zich wel aan een prognose wagen: ,,Reken er maar op dat de olieprijs nog tot veel beroering en veel voorpaginanieuws zal leiden.'

En op de valreep, een tweede, op spottende toon uitgesproken prognose: ,,En de grammofoonplaat van de kernenergielobby wordt weer opgezet. Bien sur!'

Rectificatie

Olieproductie

Het kaartje bij het artikel Het is een circus, er komt geen vat olie méér (5 juni, pagina 23) vermeldt dat Saoedi-Arabië 829 miljoen vaten olie per dag produceert. Dat moet zijn: 8,29 miljoen vaten.

Rectificatie 2

Saoedi-Arabië

Het kaartje van Soedi-Arabië bij het artikel `Het is een circus, er komt geen vat olie méér' (5 juni, pagina 23) vermeldt als oppervlakte 2.240 vierkante kilometer. Volgens de Saoedische overheid is het land 2,25 miljoen vierkante kilometer groot, volgens de Amerikaanse 1,96 miljoen vierkante kilometer.