Het Europese onvermogen

Tijdens een debat over de toekomst van Europa hoorde ik een jonge lijsttrekker van een politieke partij zeggen: ,,De burger heeft recht op een veilig en schoon Europa.'' Ze trok er een stalen gezicht bij. Het was zo'n zinnetje waarbij je onmiddellijk alle energie uit je weg voelt stromen. Dacht de aanstormende politica echt dat ook maar iemand in de toch al vrijwel lege zaal zijn hart sneller voelde gaan kloppen bij het aanhoren van haar Euro-clichés? Een schoon en veilig Europa. Ik maakte er een opmerking over. De lijsttrekker trok haar neus op. Ze kreeg eerlijk gezegd een beetje genoeg van al dat Euro-cynisme.

Het viel me op hoe vermoeiend haar uitspraak werd door juist dat ene woord: Europa. Had ze gezegd: de burger heeft recht op een veilig en schoon Nederland dan had dat meteen een stuk krachtdadiger geklonken. Ook een cliché, maar een cliché dat in het Fortuyn-tijdperk plotseling een geheel nieuwe lading heeft gekregen. Waar Europa een visioen van peperdure wezenloosheid oproept, daar brengt het aanroepen van de naam van ons eigen land juist een nieuw soort heftigheid teweeg, vaak op het hysterische af. Nederland! Jarenlang riepen we dat Nederland af was, dat wie echt iets wilde betekenen, het buitenland moest opzoeken en net toen de grenzen opgeheven gingen worden, toen het hele land met onze instemming van onze mentale kaart geveegd dreigde te worden door immigratie en globalisering, sloeg de vlam in de pan. Sinds een paar jaar is Nederland geen vertrekpunt meer, maar een eindpunt. Alle obsessies en angsten, alle overmoed en onbehagen is ineens weer onlosmakelijk verbonden met het gevoel van nationale identiteit. Als Europa gevoel losmaakt, is het als bedreiging, niet als ideaal. Voor de rest kleeft eraan het woord een verpletterende betekenisloosheid, alle inspanningen van de overheid ten spijt. De Europese politici knijpen al in hun handen wanneer de opkomst volgende week donderdag hoger zal zijn dan dertig procent.

Waarom is iedereen zich ineens weer zo Nederlands gaan voelen? Decennialang leek het de bedoeling dat Nederland zichzelf met een gerust hart zou opheffen, ter verwezenlijking van het Europa zoals dat na de Tweede Wereldoorlog verzonnen was: een eenheid van staten die afzonderlijk niet langer de boventoon zouden willen voeren, een federatie die het nationalisme voorgoed had afgezworen. Nederland zou in Europa verdwijnen. (De misvatting van de Fransen was minder masochistisch: zij dachten dat in een Verenigd Europa iedereen een beetje Frans zou worden).

Identiteit is gevaarlijk ongrijpbaar. Een tijdje geleden zat ik met een stel Engelssprekende Canadezen aan tafel, die zichzelf nadrukkelijk als wereldburgers beschouwden. Een van hen was zelfs filosoof hij hekelde de nieuwe benauwdheid die de westerse wereld in zijn greep hield, het enge, verdwaasde nationalisme dat de afgelopen decennia eigenlijk overal onverwachts de kop had opgestoken. Populisme! Identiteit beschouwde hij als een beetje een zielig begrip, kunstmatig houvast voor mensen die niet op eigen benen kunnen staan.

Tegelijk viel het me op dat deze Canadezen onder elkaar over Amerikanen zoals Vlamingen achter hun rug over Nederlanders spreken, honend, spugend op hun arrogantie, met de onderhuidse agressie van de vermeende underdog. Stel, dacht ik, wanneer hier nu ineens een Amerikaan aan tafel zou aanschuiven dan zouden deze wereldburgers zich ineens veel Canadeser gaan voelen. Ons gevoel van identiteit blijkt gevaarlijk afhankelijk van omstandigheden. Je bent meer vrouw, Nederlander, homo, islamiet, jood, Marokkaan naarmate je je meer bedreigd voelt. Vandaar dat je geneigd bent kritisch en wegwerpend te doen over je vermeende soortgenoten in eigen kring en je ogenblikkelijk op je hoede bent wanneer zulke geluiden buiten die kring klinken.

Het verlangen naar het onvervreemdbare eigene mag, zoals de Canadese filosoof zei, een zwaktebod zijn in een geglobaliseerde wereld; het is er niet minder hardnekkig om. Dat is de grootste misrekening van het vredelievende eenheidsideaal van het Europa na de oorlog: het is juist de dreigende eenwording die nationalisme oproept. Precies hetzelfde is met het ideaal van de multiculturele samenleving gebeurd; wie dreigt op te gaan in een diffuus geheel, gaat onmiddellijk zijn eigen identiteit herontdekken.

De mislukking van het Europese idealisme heeft twee oorzaken. Ten eerste de misvatting dat je een eenheid van landen kon scheppen die zich niet langer als een staat zou gedragen, die haar handen niet vuil zou maken aan machtspolitiek en militair vertoon. De burgeroorlog in Joegoslavië maakte een eind aan die illusie. De tweede misvatting is dat met het afzweren van nationalisme en oorlogszucht ook het soort-zoekt-soort-gevoel voorgoed zou verdwijnen. Ook die droom werd in Sarajevo aan flarden geschoten.

Wil je een Europa dat de belangstelling van kiezers wekt, dan zul je precies die twee achterhaalde idealen moeten omkeren. Europa moet zich als een staat leren gedragen, tegenover Amerika en de rest van de wereld. Niet langer moet Europa Amerika zijn vuile zaakjes laten opknappen, zoals in de afgelopen vijftig jaar.

De tweede voorwaarde is nog ingrijpender: Europa is alleen levensvatbaar bij zijn burgers wanneer ze juist de onmogelijkheid van een cultureel homogeen Europa erkent: het idee van een gezamenlijke Europese cultuur is een veel te vage notie om als identiteit te dienen. Pas wanneer je de afzonderlijke lidstaten hun al of niet verzonnen idee van eigenheid gunt, kun je eisen dat men zijn eigenbelang ondergeschikt maakt aan een algemeen belang.

In plaats van het recht van de burger op een veilig en schoon Europa, had de lijsttrekker haar gehoor beter kunnen overtuigen van de morele verplichting van de burger om 10 euro per jaar meer aan Europa te betalen ten behoeve van Polen en de overige nieuwe lidstaten. Want die plotselinge herontdekking van ons nationale gevoel heeft een eng soort kortzichtigheid met zich meegebracht, waarin vooral de VVD uitblinkt: de wereld bestaat uit Nederland en uit niet zoveel meer. Dat is een minstens zo fatale misvatting als de rooskleurige aannames waarop het ideaal van Europa is gebaseerd.