Frankrijk en Duitsland moeten nu samen met Amerika stabiliteit brengen in Irak

Dit weekeinde ontmoeten Bush, Chirac en Schröder elkaar in Normandië voor de herdenking van D-day, 60 jaar geleden. Zij moeten dit moment benutten om zich te bevrijden van de bittere verdeeldheid van de Atlantische alliantie over Irak.

Toen de Verenigde Staten de oorlog tegen het Irak van Saddam Hussein begonnen, waarschuwden Frankrijk en Duitsland terecht dat die invasie de instabiliteit in het Midden-Oosten en het gevaar van radicaal-islamitische terreur zou kunnen vergroten. Maar nu is gebleken dat Amerika en zijn coalitie niet in staat zijn Irak te stabiliseren, en de toestand nog meer verslechtert, mogen de Franse en de Duitse regering niet langer werkeloos toezien met een zelfvoldaan ,,Had ik het je niet gezegd?'' Parijs en Bonn moeten zich nu serieus en volledig inzetten voor een gezamenlijk westers optreden.

Het zou uiteraard voor iedereen het beste zijn als de huidige coalitie onder Amerikaanse leiding slaagt, en Irak een steunpilaar van stabiliteit en modernisering in het Midden-Oosten wordt. Maar hoe wenselijk dat ook is, waarschijnlijk is het niet meer. Binnenlandse stabiliteit en economisch herstel laten op zich wachten. Het spook van een burgeroorlog zweeft naderbij. Een Irak, verdeeld en in oorlog met zichzelf, zou een ramp zijn voor de regio, voor Amerika's internationale geloofwaardigheid en gezag, en voor de transatlantische betrekkingen.

Als in een toch al wankele regio een groot Arabisch land als Irak uiteenvalt, zal dat waarschijnlijk leiden tot interventie door nerveuze buurlanden, waaraan geen gebrek is. In plaats van een rechtsorde zou er de wet van de maffia heersen, van terroristische groepen, van stamgebonden milities. Vele van zulke groepen staan al klaar. In plaats van de weg naar modernisering en ontwikkeling in te slaan, zou de regio haar reputatie als haard van conflicten bevestigen en een gevaar worden voor zichzelf en voor de buitenwereld.

Zouden de Amerikaanse troepen zich onverrichter zake terugtrekken, dan zullen groepen islamitische terroristen een historische overwinning opeisen, met het vooruitzicht van meer bloedvergieten voor het Westen. Bovendien zou Amerika zich misschien weer eens wrokkig in een isolement terugtrekken, en zijn falen wijten aan de VN en trouweloze Europese bondgenoten.

Er staat in Irak dus veel op het spel, voor de Europeanen zo goed als voor de Amerikanen. Daarom is het tijd dat zelfs de grootste sceptici over het Amerikaanse Irak-beleid er iets aan doen. Zowel Chirac als Schröder heeft herhaaldelijk gezegd dat wat er in Irak gebeurt een strategische uitdaging vormt voor hun landen. Maar tot grote daden heeft dat inzicht niet geleid. Integendeel, de recente troebelen in Irak hebben in beide hoofdsteden diegenen in de kaart gespeeld die betogen dat er nu nóg minder reden is voor daadwerkelijk ingrijpen. Frankrijk en Duitsland eisen minimaal dat de regering-Bush openlijk toegeeft dat zij heeft gefaald en dat zij hulp nodig heeft. Maar niet alleen is zo'n eis naief nu Bush en zijn team moeten knokken om te worden herkozen, het is ook lang niet zeker dat áls de VS een beroep zouden doen op solidariteit, het merendeel van hun Europese bondgenoten daaraan gehoor geeft.

Willen wij iets doen tegen het gevaar dat een ontwricht Irak vormt voor Europa en de transatlantische betrekkingen, dan moet het afgelopen zijn met deze tactische spelletjes. Nu de coalitie onder Amerikaanse leiding het gezag in Irak gaat overdragen aan een Iraakse regering, en er behoefte is aan een veel grotere rol voor de VN, is er een kans, is het noodzakelijk, dat iedereen ophoudt met toneelspelen en ter zake komt.

Van hun kant moeten de EU-regeringen de VN – die zij steeds maar bij Irak hebben willen betrekken – de veiligheidstroepen leveren die de VN nodig hebben bij de voorbereidingen voor de nationale verkiezingen in Irak later dit jaar, en zij moeten anderen vragen mee te doen. Een door Amerikaanse mariniers beschermde VN-ploeg kan dat karwei gewoonweg niet aan. Met instemming van zowel de VS als de nieuwe leiders van Irak zouden de EU-regeringen ook moeten aanbieden om een internationale conferentie te organiseren voor iedereen, inclusief de buurlanden, die belang heeft bij stabiliteit in Irak, om een strategie uit te stippelen en middelen toe te zeggen om te voorkomen dat Irak in langdurige troebelen wegzinkt.

Europa zal niets doen tenzij Frankrijk en Duitsland het initiatief nemen. Juist omdat zij tegen de oorlog waren, zijn zij nu de enige landen die een gezamenlijk Europees optreden ter bevordering van de stabiliteit tot stand kunnen brengen. Frankrijk beweert dat het een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de internationale orde, maar dat doet Duitsland ook. Nog maar een paar weken geleden motiveerde bondskanselier Schröder zijn aanspraak op een permanente Duitse zetel in de Veiligheidsraad met de bereidheid van Duitsland om zulke verantwoordelijkheden op zich te nemen. Van alle crisisregio's die de wereld op dit moment telt, vormt instabiliteit in Irak het grootste gevaar voor de internationale orde.

Frankrijk en Duitsland kunnen de Europese verantwoordelijkheid voor de internationale orde en voor solidariteit met de VS – die in Irak een nederlaag riskeren – ook blokkeren. De beslissing is aan hen. Het is tijd dat beide landen zich realiseren dat de gevolgen van dadeloosheid ernstig zullen zijn, zowel voor de regio als voor de Atlantische betrekkingen. © Project Syndicate

© Project Syndicate

Pierre Lellouche is lid voor Parijs van de Franse Nationale Vergadering, en vice-voorzitter van de Parlementaire Vergadering van de NAVO; Christoph Bertram is directeur van het Duitse Instituut voor Internationale en Veiligheidsaangelegenheden (SWP) in Berlijn.