Even wat geld in India steken

Wordt het een Guru Note, een Rentebooster of toch maar een Airbag Accelerator Technology? De financiële industrie is creatiever dan ooit met nieuwe beleggingsproducten. De tijd dat de beleggers alleen maar van de ene naar de andere obligatie overstapte is voorbij.

Het leven begint bij veertig. De zorg om de financiële toekomst ook. Want wie weet wat er over twintig jaar nog rest van pensioen, studiefinanciering of AOW? Om over de restanten van pre-pensioen en aftrek van de hypotheekrente maar te zwijgen.

De veertiger van nu moet zelf voor vet op de botten zorgen, zo weet zijn financiële adviseur. Geen leuk vooruitzicht, want hoe doe je dat? De lage rente maakt sparen minder aantrekkelijk, voor obligaties geldt hetzelfde en de volatiele beurzen maken beleggen in aandelen extra riskant.

De financiële industrie ziet kansen en presenteert aan de lopende band nieuwe beleggingsproducten: van de Rabo AEX High Yield Note tot de ABN Amro India Open end Certificaat. Behalve hun complexe structuur en naam hebben deze producten één ding gemeen: ze bevatten een vorm van garantie die vaak wordt bereikt door een deel van de inleg in opties te steken.

,,In de afgelopen twaalf maanden heeft de particuliere belegger voor meer dan 2 miljard euro in deze zogeheten `structured products' van ons gestoken'', zegt J-P. van Oudheusden, bij ABN Amro verantwoordelijk voor dergelijke financiële producten. ,,Je ziet dat de belegger op zoek is naar meer verscheidenheid. Nieuwe intelligente producten moeten voor betere verhoudingen tussen risico en rendement zorgen. Zelf beleggen op de beurs van India is duur en ingewikkeld en daarom kan een Indian Certificate, die de lokale index volgt, een oplossing zijn.''

Het zal nog wel even duren voordat particuliere beleggers en masse in dergelijke producten stappen, want de meerderheid van de Nederlanders zit nog altijd in AEX-aandelen, alle globaliseringsdiscussies ten spijt. ,,Als we een order uit Nederland krijgen, gaat het in 90 procent van de gevallen om Nederlandse aandelen. Krijgen we een verzoek uit Zwitserland, dan gaat het bijna altijd om Zwitserse stukken'', zegt een Nederlandse handelaar die actief is in de dealing room van ABN Amro in Londen. Zelf houdt hij met minimaal acht schermen de financiële wereld in de gaten, maar zijn eigen beleggingsportefeuille ,,bevat eerlijk gezegd bijna alleen maar Nederlandse aandelen.''

Aan het provincialisme bij de gemiddelde belegger kan de opkomst van `structured products' wellicht een eind maken. ,,De naam geeft aan dat er eigenlijk geen goede naam voor gevonden is'', zegt Van Oudheusden van ABN Amro. Het gaat om beursgenoteerde beleggingsproducten waarvan in veel gevallen van te voren al duidelijk is (bij de verschillend scenario's) wat het opbrengt. Nieuw zijn deze producten allerminst, want in de campinghausse rond 2000 waren de clickfondsen (ook beleggen met een garantie-element) niet aan te slepen. De laatste jaren is wel de variëteit en de complexiteit veel groter geworden. Alleen al ABN Amro biedt meer dan honderd verschillende beleggingsproducten aan, van `turbo' (heel risicovol) tot het meer veilige `easy acces'. In de Londense dealing room zien jaarlijks 4.500 nieuwe aandelen-derivaten het licht.

De Rabobank heeft inmiddels vele tientallen innovatieve producten in de etalage liggen. ,,Deze `special products' zijn wat ons betreft bestemd om accenten in je portefeuille aan te brengen'', zegt J. Nagtegaal van Rabo Beleggingsadvies. ,,De behoefte van de belegger is er zeker, want er worden al gigantische bedragen in gestoken. De tijd dat mensen hun geld na het aflopen van een obligatie zomaar in een andere obligatie steken is voorbij.''

Nagtegaal pleit er wel voor dat bij de keuze voor die speciale producten een adviseur betrokken is. Een zekere gematigdheid is wel aan te raden. ,,Je wil niet dat je klant zomaar voor zeven of acht jaar in dat spul gaat zitten. Zo lang kan de looptijd zijn en in de meeste gevallen is het niet aantrekkeljk om er uit te stappen, want vaak worden de kosten aan het begin van de looptijd betaald. Later instappen kan weer ongunstig zijn omdat je dan de kans loopt bepaalde garanties op de hoofdsom kwijt te raken.'' Als leidraad noemt hij 40 procent als maximum dat binnen een portefeuille aan `special products' wordt gestoken.

Ook J. Rietvelt van vermogensbeheerder Oyens en Van Eeghen ziet bij de particuliere en vooral institutionele belegger de vraag naar `optie-achtige' instrumenten toenemen. ,,Logisch gezien de ontwikkelingen op de beurs. Daar komt bij dat veel innovatieve producten aantrekkelijk klinken, maar het nadeel is dat je vaak niet goed in staat bent om de volledige kostenstructuur te doorzien.''

De innovatieve producten maken het instrumentarium van de moderne belegger wel groter, maar niemand zal durven beweren dat die per definitie tot hogere rendementen leiden. Bij het vermogensbeheer gebruikt Oyens Van Eeghen ,,dergelijke derivaten alleen om risico's op langere termijn af te dekken. Wij geloven niet in de mogelijkheid dat we op die manier de markt structureel kunnen verslaan'', zegt Rietvelt.