Een perfectioniste langs de lijn

Toekomstig bondscoach Vera Pauw (41) wil de top van het vrouwenvoetbal in Nederland koppelen aan het betaald voetbal. ,,Ik weet altijd wat mijn doel is en ik ben een type dat sterk de neiging heeft om alles wat in de weg staat weg te duwen.''

Haar lot was bij de geboorte bepaald. Als enig meisje van een drieling heeft Vera Pauw altijd tegen mannen moeten opboksen. Dat vuur is nooit gedoofd, want de toekomstige bondscoach van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal levert een permanente strijd tegen de masculiene dominantie in haar sport. De revolutie die Pauw in haar nieuwe positie predikt, hoeft niet binnen de contracttermijn van twee jaar te worden gerealiseerd, maar als er dan geen aanzet is gegeven tot een ingrijpende opwaardering van het vrouwenvoetbal in Nederland, verhuist ze met haar man Bert van Lingen, de assistent-coach van Dick Advocaat, naar Frankrijk, waar ze een huisje hebben.

Pauws liefde voor het voetbal zit diep en wie haar kent weet dat ze een gepassioneerd bondscoach zal zijn. Ze werkt met totale overgave, zo zit ze nu eenmaal in elkaar. Een gevolg van haar hang naar perfectionisme in combinatie met haar sociale achtergrond. Pauw groeide op in Vianen in een milieu van jongens. ,,En dus voetbalde ik, dat was vanzelfsprekend. Bij een club kon destijds niet, omdat er nog geen meisjesvoetbal bestond. Mijn broers werden wel lid en ik ging altijd mee als ze moesten spelen. Dan rende ik met het spel op en neer langs de lijn. Had ik toch het gevoel te hebben gevoetbald. Zielig eigenlijk als je erover nadenkt. Maar ik wist niet beter.''

Voetbalster wilde ze worden. Het Nederlands team was Pauws droom, ook al had ze als meisje niet de illusie ooit dat niveau te bereiken. ,,Maar dat oranje shirt doet me wat. En ik krijg nog steeds kippenvel als het Wilhelmus wordt gespeeld.''

Maar eer ze als international het volkslied mocht aanhoren, vond haar ontgroening plaats bij de VV Brederodes in Vianen. Als 13-jarige kreeg ze dispensatie voor het vrouwenteam van de club, waarna ze als argeloze bakvis met volwassen vrouwen zelfs moeders mocht meespelen. Het deerde Pauw niet, omdat ze eindelijk kon doen waarnaar ze verlangde: wedstrijden spelen. ,,Ik was al snel de beste van het team, omdat mijn ploeggenoten pas op latere leeftijd waren begonnen. Ik werd beschouwd als mascotte en werd gejonast als ik had gescoord. Ja, fysiek was het zwaar. Af en toe kreeg ik een heupzwaai en lag ik drie meter verderop. Het was een geweldige tijd met fantastische vrouwen, maar niet bijster leerzaam. Ik was het niveau al snel ontgroeid. Op een goed moment moest ik bij wijze van spreken mijn eigen voorzetten inkoppen. Mijn moeder zei altijd: `Vera, jij wilt niet beter zijn dan een ander, maar je wilt de beste zijn.' Ik weet altijd wat mijn doel is en ik ben een type dat sterk de neiging heeft om alles wat in de weg staat weg te duwen.''

Pauw slaagt ook vaak in haar opzet. Ze haalde het Nederlands team, werd met 87 interlands recordinternational, ze werd prof in Italië en later een gerespecteerd trainster. Bij de wereldvoetbalbond FIFA is Pauw instructrice en maakt ze sinds kort deel uit van de technische commissie onder leiding van de voormalige Franse stervoetballer Michel Platini, een vooraanstaand gezelschap dat technische adviezen geeft. ,,Ik ben daar apetrots op, want voor mij heeft alleen oud-bondscoach Rinus Michels in die commissie gezeten'', zegt Pauw, die zich bovendien voortdurend inzet voor emancipatie van voetbalsters. ,,Zo heb ik er mede toe bijgedragen dat vrouwenvoetbal een olympische sport is geworden. Dat was in de tijd dat ik was uitgezonden door de Nederlandse Olympische Academie naar Athene voor het onderwerp `vrouw in de sport' en ontdekte dat vrouwenvoetbal voldeed aan de voorwaarden om te worden toegelaten tot de Spelen. Ik heb destijds wereldwijd een netwerk opgezet en alle nationale olympische comités om steun gevraagd. Het resultaat was dat in één week 35 verzoeken binnenkwamen bij zowel het Internationaal Olympisch Comité als de FIFA; op één stapel in plaats van allemaal losse aanvragen. Met steun van de Verenigde Staten en de organisatie van de Spelen in 1996 in Atlanta is het toen gelukt.''

En die ambitieuze vrouw wordt nu bondscoach in Nederland. Voor Pauw was dat niet vanzelfsprekend, maar een hernieuwd verzoek van de KNVB kon ze niet negeren, vond ze. De oud-international voelt zich schatplichtig aan het Nederlandse vrouwenvoetbal. ,,Eigenlijk had ik dit seizoen al willen stoppen met coachen, maar deze functie kón ik niet opnieuw weigeren. Niet om carrière te maken, maar uit behoefte het amateurisme in Nederland te veranderen in een topsportcultuur. Waarom bestaat die wel bij het vrouwenhockey en niet bij het vrouwenvoetbal? Ik had het gevoel dat het nu of nooit was.''

Het zal een gevecht worden tegen vastgeroeste patronen en conservatieve opvattingen. Pauw is zich dat terdege bewust. Maar ze weet ook waaraan ze begint, omdat ze de afgelopen zes jaar als bondscoach in Schotland al een omwenteling tot stand heeft gebracht. Onder haar impuls zijn clubs uit de Premier League met een afdeling vrouwenvoetbal begonnen en heeft het nationale Schotse team spectaculaire progressie gemaakt. Om die reden heeft Pauw met de Nederlandse voetbalbond geen afspraak over de datum van haar indiensttreding kunnen maken. Schotland heeft nog kans op deelname aan de play-offs voor het Europees kampioenschap van 2005 in Engeland. Pas na die kwalificatieronde is Pauw beschikbaar. In het geval de Schotse vrouwen zich voor de eindronde plaatsen, is dat volgend jaar zomer. ,,Maar gelet op de krachtsverschillen zal dat niet gebeuren'', meent Pauw.

De strijd tegen het traditionalisme bij het vrouwenvoetbal betekent niet alleen dat bestaande structuren doorbroken moeten worden, maar ook met een culturele erfenis moet worden afgerekend. ,,Het probleem in Europa is dat voetbal sport nummer één is. De historie leert dan dat die sport niet openstaat voor vrouwen. Zie het honkbal in Amerika. Ik kan echt geen reden bedenken waarom een vrouw niet met een knuppel tegen een bal kan rammen en waarom ze geen rondje kan rennen. Pas later werd in softbal een slap aftreksel van honkbal bedacht, hoewel het inmiddels tot een volwaardige vrouwensport is uitgegroeid. In Nederland hebben we een grote mond over emancipatie, maar dat wordt niet gestaafd door de praktijk. Als je de cijfers bekijkt over de positie van de vrouw staan we zelfs onder een derdewereldland als Pakistan. Hoe dat komt? Door onze calvinistische achtergrond en, volgens de literatuur, door onze neutrale opstelling tijdens de Eerste Wereldoorlog, andere verklaringen kan ik niet bedenken. In andere landen moesten de vrouwen naar de fabrieken, omdat hun mannen naar het front gingen; de praktische uitvoering van emancipatie werd eenvoudigweg eerder ingezet.''

En nog steeds heeft Pauw kritiek op de vrouwenemancipatie in Nederland. ,,Overal waar vrouwen aandacht krijgen is het een excuus, geen beleid'', zegt de voetbaltrainster. ,,Met vrouwen in hoge posities is het abominabel slecht gesteld. In Schotland heb ik aanzienlijk meer status dan in eigen land. Dat geldt ook voor de Schotse speelsters, terwijl de Nederlandse voetbalsters zich nog steeds als beoefenaars van een minor sport zien. Maar de cijfers spreken dat tegen. Wereldwijd zijn er veertig miljoen voetbalsters en in Nederland 70.000, evenveel als het aantal hockeysters. Maar zo lang de FIFA het WK vrouwenvoetbal openstelt voor maar zestien landen, waarvan vijf uit Europa, en de UEFA slechts acht landen aan het EK laat deelnemen, blijft plaatsing voor een eindtoernooi moeilijk. En zo leeft in Nederland het idee voort dat het met de nationale ploeg niks is en niks wordt.''

Aan die lethargische situatie moet wat Pauw betreft snel een einde komen. En zij weet ook wel hoe: door invoering van (semi-)professionalisme. Pauw: ,,De topspeelsters zijn nog steeds verbonden aan amateurverenigingen, waar meer dan twee trainingen per week al moeilijk te realiseren zijn. Ik zou graag zien dat betaalde clubs met een vrouwenteam beginnen, zodat met die ploegen een zelfstandige competitie kan worden opgestart. Het scheelt in de beeldvorming nogal of de kampioen van Nederland Ajax heet of Saestum, Ter Leede of Fortuna Wormerveer. Ik hoop dat de profclubs inzien dat het vrouwenvoetbal veel te bieden heeft. Om te beginnen is aangetoond dat door de komst van vrouwen de agressie rond een club afneemt. Bovendien hoeft een vrouwenteam niet veel te kosten. De accommodaties zijn er, de trainers worden gesubsidieerd door de KNVB en de kosten van het team kunnen gedekt worden door sponsors. Maar eerst zullen de bestaande amateurverenigingen met een vrouwenteam moeten meewerken. Daar ben ik somber over, omdat afgelopen jaar een topsportplan door diezelfde clubs is weggestemd. Schijnbaar interesseert ze het niet dat Nederland internationaal niet meetelt. Maar zoals het nu gaat, lukt het zeker niet. En zonder vooruitgang stop ik over twee jaar; dan ga ik tijd aan mijn man besteden.''

Als een belemmering voor haar plannen ziet Pauw dat vrouwenvoetbal bestuurlijk onder de sectie amateurvoetbal ressorteert. ,,Amateurvoetbal is breedtesport en dat is niet goed voor de top van het vrouwenvoetbal. Er zit te weinig topsportexpertise in de tak waar vrouwenvoetbal onder valt. De topspeelsters hebben nu een baan, trainen 's avonds en worden overbelast. Dat zal moeten veranderen. Voor topniveau moet minimaal zes keer week worden getraind – in de middaguren, om 's avonds rust te hebben. Daarnaast moet het nationale team niet langer op achterafveldjes spelen. Waarom niet in stadions van betaalde clubs. Wat maakt het uit dat het niet vol zit. Anderen zeggen: het is niet gezellig spelen. Maar wat kan mij dat schelen. Ik denk dan: het gaat erom waar je voor staat. En dan komt het publiek vanzelf wel.''

Klein denken, is klein blijven, vindt Pauw, die op grond van die opvatting na ampel beraad besloot toch als eerste vrouw toe te treden tot de cursus Coach Betaald Voetbal. Mocht ze slagen, dan zou ze de eerste trainster in het betaalde voetbal kunnen worden. Maar die functie ambieert Pauw opvallend genoeg niet. ,,Ik heb al twintig jaar mannen moeten leren dat ook een vrouw zinnig over voetbal kan praten. Dat heb je het op een goed moment wel gehad. En denk maar niet dat een betaalde club mij als hoofdtrainster zal aanstellen; dan zou ik bovendien voortdurend anders worden beoordeeld. Bij een vrouw wordt vooral gekeken naar wat ze niet kan, terwijl bij een man wordt gekeken welke potenties hij heeft. Als een vrouw een keer naar een speler uitvalt, is ze communicatief niet goed; als ze verkeerd wisselt is ze technisch niet goed. Bij mannen hoor je dan: daar moet je op letten, dat moet je verbeteren. Maar vrouwen worden afgeserveerd. Daar kan ik talloze voorbeelden van noemen. Eigenlijk heb ik het papiertje voor mijn werk als bondscoach niet nodig. Maar ik volg de cursus, omdat alle bondscoaches voor mij het hebben gedaan en ik er een betere vakvrouw van wordt. En als ik het niet doe, blokkeer ik de weg voor andere vrouwen. Omdat dan altijd het argument zal zijn: zelfs Vera Pauw heeft het niet gedaan.''