Een keer rondom de Borobudur

De jaarlijkse processie naar de Borobudur op Java is het hoogtepunt van Waisak, het etmaal waarin geboorte, dood en verlichting van de Indiase prins Siddharta Gautama worden herdacht.

,,Attentie alstublieft! Willen de monniken en leken van de Tantri zich verzamelen bij het hoofdaltaar? Stelt u zich ordelijk in rijen op voordat u zich aansluit bij de stoet.'' De Candi Mendut, een negende-eeuwse boeddhistische tempel, staat op gewone dagen wat verlaten tussen de rijstvelden en tuinen van het district Muntilan, Midden-Java. Maar vandaag is het Waisak en hebben duizenden Indonesische boeddhisten en een enkele geloofsgenoot uit Thailand en Sri Lanka zich verzameld op het veldje voor de tempel. Negen hier te lande actieve scholen – Theravada, Mahayana, Tantri en andere – hebben er een eigen paviljoen met altaar opgetrokken. Het plein voor de tempel ziet geel en rood van de monnikengewaden en de T-shirts van vrome leken en de lucht is zwanger van wierook en bloemengeur.

Candi Mendut is de uitvalsbasis voor de jaarlijkse processie naar de Borobudur, de grootste boeddhistische stupa (stenen berg, tempelheuvel) ter wereld, drie kilometer verderop. Die plechtige optocht is het hoogtepunt van Waisak. Dat is het etmaal met volle maan waarin boeddhisten drie gebeurtenissen herdenken: de geboorte, dood en verlichting van de Indiase prins Siddharta Gautama. In het Indonesisch heet deze nationale feestdag dan ook Hari Trisuci Waisak: de driemaal heilige dag Waisak. Volgens de boeddhistische jaartelling leven wij in het jaar 2548 nadat Gautama onder een boom in Bodh Gaya de staat van verlichting bereikte en Boeddha werd.

Tussen zeven en acht uur in de ochtend dirigeert een luidsprekerstem de monniken en leken van verschillende scholen naar het hoofdaltaar, waarna ze een blok vormen in de stoet. Deze landelijke Waisakviering wordt georganiseerd door Walubi, een Indonesische koepel van boeddhistische kloosterorden (sangha) en lekenraden. Het grootste paviljoen voor de tempel van Mendut, met daarin het provisorische hoofdaltaar, is van Walubi. Dat was sinds 1978 de enige boeddhistische organisatie die onder het autoritaire bewind van generaal Soeharto van staatswege werd erkend. Voor die erkenning betaalde het een prijs: boeddhistische leken moesten bijdragen aan de kas van Golkar, Soeharto's politieke vehikel en destijds de enige regerende partij. De boeddhisten van Indonesië zijn overwegend etnische Chinezen. Vanwege hun succes in zaken zijn zij vanouds voorwerp van afgunst en tijdens de Koude Oorlog werden zij gewantrouwd als vijfde colonne van de Volksrepubliek China. Walubi doet dan ook nadrukkelijk patriottisch. De Waisakprocessie wordt aangevoerd door tientallen in witte poloshirts gestoken jongens en meisjes met even zovele Indonesische vlaggen.

Om acht uur zet de stoet zich in beweging. Ik sluit me aan bij een groep Javanen uit het dorp Kemiri. Zes mannen in traditionele dracht voeren op een draagbaar van bamboe een ministupa mee, met daaromheen vruchten uit de plaatselijke tuinen: papaja, kokosnoten en cacao. Deze kleine gemeenschap zet op sinds 1600 overwegend islamitisch Java een oude boeddhistische traditie voort, die tussen 778 en 850 na Christus een hoogtepunt bereikte met de bouw van de Borobudur. Zo lang duurde de schepping van dit wereldwonder, het grootste bouwwerk van het zuidelijk halfrond, een in vulkanisch gesteente uitgevoerd model van de kosmos.

Na ruim een uur lopen rijst boven de palmenkruinen voor ons het imposante silhouet op van het tempelcomplex met zijn tien terrassen, tientallen poorten, talloze reliëfs en kleinere stupa's met Boeddhabeelden. Je kunt er niet in, alleen op, want het complex is opgetrokken op een heuvel. Opdrachtgevers waren de Javaanse vorsten van het huis Sailendra, dat rond 700 onder invloed van handelscontacten met India was overgaan tot het tantrische boeddhisme. Het staat wel vast dat zij werden bijgestaan door Indiase bouwmeesters met een diepgaande kennis van de boeddhistische filosofie. De arbeid werd geleverd door boeren van het omringende platteland. De bouw slokte zoveel menskracht op dat de streek na voltooiing van het complex ontvolkt raakte. De Borobudur is in de duizend jaar na de bouw geleidelijk bedekt met vulkanische as en tropische vegetatie en werd pas in 1814 ontdekt door een Britse officier. In de negentiende eeuw werd het door Nederlandse experts schoongemaakt en van 1973 tot 1983 is het monument met geld van de UNESCO ingrijpend gerestaureerd.

De processie trekt eenmaal rond de Borobudur, met de klok mee. Daarna strijken de duizenden pelgrims neer op kleden voor het altaar dat is opgetrokken aan de voet van het monument, met in het midden, tussen honderden bloemen, een goudkleurig Boeddhabeeld. Voor het altaar zitten tientallen kaalgeschoren monniken met gekruiste benen roerloos in de brandende zon. Die laatste gebruikt de zwartstenen tempel als aambeeld en in afwachting van het ceremoniële hoogtepunt zoeken pelgrims beschutting onder de schaarse bomen. Dr. Indrawati, een Chinese boeddhiste uit Jakarta, is lid van het medische hulpteam van Walubi en komt in actie als er een pelgrim flauwvalt.

Om 11 uur spreekt namens de Dewan Sangha, de raad van kloosterorden van Walubi, bhikku (monnik) Bhante Wongsin Labhiko Mahathera, een overweging uit. Hij memoreert het Achtvoudige Pad waarlangs Gautama de verlichting bereikte en onderstreept de actualiteit van de vier Heilige Waarheden over het lijden van deze wereld. Om 11.24 uur is de maan volgens de berekening vol en klinken gongslagen. De monniken verzinken in meditatie en de leken sluiten de ogen en heffen de samengedrukte handen. De stilte wordt nog verdiept door de verre roep van een vogel.