Duitsers zijn de oorlog voorbij, de Britten ook?

Eurosceptische nostalgie rond D-day is vaste prik bij de Britten. Een gevolg van het ontbreken van Stunde Null. Maar nu de herdenking samenvalt met de Europese verkiezingen worden de sentimenten politiek verzilverd.

Je mag het niet hardop zeggen, maar is het eigenlijk niet een beetje jammer dat het Verenigd Koninkrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog niet is bezet? Zo heeft het bijvoorbeeld nooit een verwoeste infrastructuur van de grond af hoeven opbouwen. En daarom hebben de Britten nu geen geoliede TGV, maar nog steeds hun originele Victoriaanse spoorwegen, die met steeds nieuwe laagjes plakband bijeen worden gehouden.

De Britten hebben ook nooit een beschamend of vernederend verleden onder ogen hoeven zien, zoals Frankrijk en Duitsland. Integendeel: de overwinning van de Tweede Wereldoorlog heeft ze bevestigd in hun status quo als bewoners van een moreel-superieure eilandstaat.

De integratie, waarmee andere Europese landen hun lot aan elkaar verbonden om een nieuwe oorlog op het continent te voorkomen, was voor de Britten geen noodzaak. Europese ambivalentie, de grondhouding van alle regeringen tussen Winston Churchill en Tony Blair, was vrijblijvende luxe.

Maar is het mogelijk dat ook hier de wet van de remmende voorsprong heeft gewerkt? Dat de nationale psyche zonder Stunde Null gevangen blijft in eurosceptische nostalgie? En dat het Verenigd Koninkrijk zichzelf als Europese natie tekort heeft gedaan door op cruciale momenten niet betrokken te zijn bij het na-oorlogse Europa? Daar lijkt het op, schreef Guardian-commentator Jonathan Steele gisteren na een bezoek aan Hannover. ,,Duitsland is D-day voorbij, maar geldt dat ook voor ons?''

Volgens Steele is het zorgwekkend dat tweederde van de Britse middelbare scholieren met geschiedenis in hun pakket de voorkeur geven aan het thema `Hitler en de nazi's', maar verder niets weten van het na-oorlogse Europa. Als ze Europa niet steeds door de lens van good en bad guys uit de Tweede Wereldoorlog bekeken, zouden ze misschien wat makkelijker de stereotiepen verwerpen die de tabloids oplepelen, aldus Steele.

Die clichés tieren inderdaad welig. Bij elke Europese voetbalwedstrijd of een andere aanvaring met de `knoflookvreters' en `Hunnen' aan de overkant van het Kanaal worden ze van stal gehaald. De televisieserie Allo, allo en de Fawlty Towers-aflevering Don't Mention the War mogen de cliché-denkers parodiëren, ze danken hun populariteit ook aan de Britse reflex over het nabije buitenland.

Nu de D-day-herdenkingen samenvallen met de campagne voor de Europese verkiezingen en het aanhoudende debat over de Europese grondwet, is het idee op een uitzonderlijk eiland te wonen helemaal overweldigend. Neem het groepje veteranen uit Dorset waarmee de BBC begin deze maand herinneringen ophaalde aan hun finest hour. Om beurten citeerden ze plechtig de regels die John of Gaunt in Shakespeare's Richard II uitspreekt:

,, ...this sceptered isle,

This earth of majesty, this seat of Mars,

This other Eden, demi-paradise,

This fortress built by Nature for herself

Against infection and the hand of war...''.

En om het hardst voegden de mannen met hun medailles op de borst eraan toe dat ze ,,niets met `Europa' te maken [willen] hebben'', omdat ze hun ,,identiteit willen behouden'' en ,,vrij willen zijn'', dezelfde vrijheid waarvoor ze zestig jaar geleden hadden gevochten.

De Engelse natie als `half paradijs' was ook in de veertiende-eeuw die Shakespeare beschrijft al een illusie. De Engelsen moesten hun eiland delen met naties van Schotten en Welshmen, met wie ze voortdurend op de rand van oorlog verkeerden. En vanuit zijn `zetel van Mars' begon Richard een veldtocht tegen de Ieren, een eiland verder, maar dat leidde wel tot zijn ondergang.

Gaunts gevoelens van Engelse superioriteit zeggen vermoedelijk nog het meest over de zestiende eeuw waarin Shakespeare ze opschreef: het Engelse isolement was geen vrije keuze, maar afgedwongen: Engeland was een zwakke, protestantse `pariastaat' voor de kust van een katholiek Europa; Groot-Brittannië, de voorloper van het machtige Empire, zou pas een eeuw later worden geboren.

Gaunt overschreeuwde vermoedelijk vooral zijn eigen onzekerheid. En in dat opzicht verschilt hij niet van de D-day-veteranen en andere boven-middelbare Britten die dezer dagen terugblikken op the good fight en een wereld die in de achteruitkijkspiegel vertrouwd en overzichtelijk lijkt.

De eurosceptische nostalgie is een bijna-jaarlijkse oefening rond 6 juni en de herdenking van andere oorlogsmijlpalen. Zoals het `mirakel van Duinkerken' in mei en juni 1940, toen het grootste deel van het Britse leger met kunst- en vliegwerk aan de Duitse pantserdivisies wist te ontsnappen. En bij de Battle of Britain uit hetzelfde oorlogsjaar, de slag die als the few tegen the many voortleeft omdat de heldhaftige Spitfire-piloten ternauwernood de Messerschmitt en Heinkels wisten af te slaan. Die mythe is door historici inmiddels fors bijgesteld, maar zonder merkbaar effect in de beeldvorming.

Maar dit jaar is de nostalgie vermoedelijk niet vrijblijvend. Bij de Europese verkiezingen op 10 juni zullen anti-Europese Britten hun gevoelens verzilveren.

De United Kingdom Independence Party (UKIP), die campagne voert voor een ,,vriendschappelijke'' Britse terugtrekking uit de Europese Unie, staat volgens één peiling op maar liefst 35 procent van de stemmen. ,,In 1975 stemden de Britten voor een gemeenschappelijke markt, niet voor een gemeenschappelijke staat'', aldus de partij in haar campagnes. ,,Als lid van de EU kan Britain geen vrije, soevereine natie blijven.''

Die peiling, uitgevoerd in opdracht van de UKIP zelf, is sterk omstreden. ,,Het was de allerslechtste, meest tendentieuze vraagstelling uit de geschiedenis, ever'', zegt Patrick Dunleavy, hoogleraar policologie aan de London School of Economics (LSE). Maar de Conservatieve Partij, die tegen de Europese grondwet is, maar wel EU-lid wil blijven, denkt er anders over. Tory-chef Michael Howard probeert Labour in het politieke midden te bestrijden, maar laat zo zijn eigen rechterflank onbeschermd. Juist daar kaapt de UKIP van Roger Knapman en Robert Kilroy-Silk, een wegens tendentieuze opmerkingen over moslims ontslagen BBC-presentator, de meeste stemmen weg.

Volgens Dunleavy mag de UKIP in haar handen wrijven als ze meer haalt dan vijftien procent. Dat is vooral slecht nieuws voor de Tories, maar het is de vraag of het zich ook zal vertalen in verlies voor Labour bij de komende landelijke verkiezingen, verwacht in 2005. Vooral niet nu Tony Blair de Britten een referendum over de Europese grondwet heeft beloofd. Een grote anti-Europese stem zou volgens hem zelfs in Blairs belang kunnen zijn bij de onderhandelingen over de grondwet. ,,Hij kan dan zeggen: mijn handen zijn thuis geboden, dus jullie kunnen me maar beter mijn zin geven'', aldus Dunleavy.

Aan de andere kant van het politieke spectrum zullen ook de pro-Europese Liberal Democrats winst boeken: zij kunnen rekenen op de stem van Britten die boos zijn over de pro-Amerikaanse houding van Blair in de Irak-oorlog. De premier beloofde zijn landgenoten zeven jaar geleden om het Verenigd Koninkrijk opnieuw een plaats te geven ,,in het hart van Europa''. Maar de vriendschap met Parijs en Berlijn is nog lang niet hersteld, en dat zal wel niet gebeuren ook zolang premier Blair weigert afstand te nemen van de Amerikaanse strategie in het wijdere Midden-Oosten. Maar het binnenlandse politieke krachtenveld dwingt Blair nu ook om niet al te hartelijk tegen Europa te zijn.

Elk Europees land heeft zijn eigen neurose, citeerde oud-Tory-minister Norman Lamont de Spaanse econoom Pedro Schwartz Girón tegenover de BBC. ,,De Fransen zijn bang van de Duitsers, de Duitsers zijn bang van de Duitsers, de Italianen wilen aan de top table zitten, de Grieken zijn bang Turken te worden, de Spanjaarden wilden Franco begraven, de Portugezen wilden van de Spanjaarden af en de Benelux wil een grote mogendheid zijn.'' Onze neurose, aldus Lamont, ,,is uiteraard dat we de Tweede Wereldoorlog hebben gewonnen.''

    • Hans Steketee