De marskramers van de Unie (Gerectificeerd)

Van 10 tot 13 juni kiezen 25 landen het Europees Parlement. De vorige keer was de opkomst nog geen vijftig procent, in Nederland nog geen dertig.

Europarlementariërs hebben een slechte pers. Zakkenvullers zouden het zijn, nietsnutten. Maar wie met een paar europarlementariërs op campagne gaat, ziet gedreven mensen onvermoeibaar uitleggen dat de Unie een instrument is voor vrede en welvaart.

Langzaam glijdt zijn voet van het gaspedaal. De Audi ging net nog 200 kilometer per uur - dat mag, op de Duitse Autobahn. Nu zakt de meter naar 150, 110, 80. Europarlementariër Elmar Brok is in slaap gevallen.

Nee, het gaat wel, zegt hij als hij een seconde later wakker wordt. Hij trapt weer op het gas en steekt zijn uitgedoofde sigaar aan. 'Dat helpt om wakker te blijven.' Maar voor een rood stoplicht vlakbij zijn huis in Bielefeld zakt het hoofd van Brok wéér op zijn borst.

Als je sommige media moet geloven, zijn europarlementariërs luie, verwende wezens. Ze vullen hun dagen met cocktailparty's in Brussel en Straatsburg, debatteren over hun eigen onkostenvergoedingen die toch al te riant zijn, en slaan de rest van de tijd stuk met het nemen van beslissingen die niet goed zijn voor de burger. Nietsnutten, zakkenvullers!

Maar wie vier redelijk representatieve europarlementariërs een aantal dagen volgt, krijgt een wat genuanceerder beeld. Neem Elmar Brok, een Duitse christen-democraat die sinds 1980 in het Europees Parlement zit. Op zijn 58ste draait hij dagen van 18, 20 uur. Oók in het weekend. Brok wil na de Europese verkiezingen, die tussen 10 en 13 juni in alle 25 lidstaten van de Europese Unie worden gehouden, nog eens vijf jaar het parlement in. Hij moet er hard voor werken. Het tij is tegen Europa. In 1994 stemde 60 procent van de Duitsers bij de Europese verkiezingen, net boven het Europees gemiddelde van 56,8 procent. In 1999 was dat nog 45,2 procent, onder het gemiddelde van 49,4 procent. Het zou Brok niet verbazen als de opkomst ditmaal nog lager is. 'Het parlement beslist over meer zaken mee dan vroeger. Maar de burger denkt: ”Het zal wel, ik begrijp er niets van”. Ik maak me daar zorgen over. Want Europa ís niet moeilijk.'

Daarom spendeert Brok nu elk moment waarop hij vroeger weleens een boek las of bij zijn familie wilde zijn, op scholen, bij consumentengroepen, in dorpshuizen, bij lokale partijafdelingen van de cdu/csu. Broks vrouw heeft de hoop al opgegeven dat hij eens een avond thuis is. De drie kinderen zijn de deur uit. Brok is een bevlogen man. Hij rijdt als een slager en eet als een wolf - een onderscheiding die hij onlangs van de Luxemburgse premier Juncker kreeg, paste niet om zijn dikke nek. Als hij vindt dat hij 'plakt' door de airconditioning, spuit hij zich onder de eau de cologne. Slapen is een noodzakelijk kwaad. Maar omdat hij niet met vier uur per nacht toe kan, haalt hij tijdens vergaderingen geregeld wat schade in.

Grootste fractie

Brok zit in de Duitse christen-democratische groep, de grootste groep binnen de conservatieve, christen-democratische Europese Volkspartij/Europese Democraten (evp/ed). Dat is de grootste politieke fractie in het parlement. Weinigen kunnen om Brok heen. Zijn medewerkers - in Brussel, Straatsburg (waar het parlement eens per maand een week vergadert) en in zijn thuisbasis Bielefeld - gaan vaak pas naar huis als hij klaar is. Broks vader, die een houtzagerij had, was burgemeester. Hijzelf werd actief in de jongerenbeweging van de partij. 'Vroeger was dat gewoon. Er was geen tv, je had geen houseparty's. Het was de enige georganiseerde vorm van sociaal leven.' Nu is er op de lokale politieke bijeenkomsten waar hij komt, bijna geen jongere te vinden. Grijzende mannen en een enkele vrouw, dat is zo'n beetje zijn gehoor.

Jongeren, zegt hij, keren zich af van de politiek. Ze hebben een interessant leven. Ze kunnen kiezen uit honderden films, sportclubs, cursussen, feesten. Er zijn geen oorlogen op het continent, de meesten hebben het beter dan hun ouders. 'Wat mij verontrust', zegt Brok, 'is dat ze niet beseffen dat we onze vrede en welvaart danken aan de Europese Unie. De Europese eenwording was een directe reactie op de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Die verschrikkingen wilden we niet meer. De eu is er niet gekomen, omdat het zo handig was als we geen grenzen meer hadden. De eu was een instrument om con¦icten tussen landen vreedzaam te beheersen. Die con¦icten zijn er nóg, maar het is moeilijker om nu naar de wapens te grijpen. Daardoor hebben we al meer dan vijftig jaar vrede in Europa. Uniek in de geschiedenis! Jongeren gaan ervan uit dat de vrede eeuwig duurt. Europa, zeggen ze, kost ons alleen maar geld. Natuurlijk gaat er van alles mis in Europa. Maar zonder hun inzet kunnen we dat nooit rechttrekken. Als zíj Europa laten versloffen, gooien we het kind met het badwater weg.'

De Nederlandse staatssecretaris van Europese Zaken Atzo Nicolaï (vvd) zei onlangs dat je de jongere generatie niet moet vervelen met verhalen over 'nooit meer oorlog'. 'Hij ontkent het grootste probleem waar de mensheid mee worstelt', zegt Brok, 'namelijk: hoe leer je om te gaan met iets afschuwelijks zonder dat je het zelf hoeft mee te maken?'

Als Duitser die vlak na de oorlog werd geboren, weet hij wat dat betekent. In zijn kantoor in Straatsburg staat een grote foto van Yehudi Menuhin. Menuhin is zijn held. En niet alleen wegens zijn virtuoze vioolspel. 'Hij was de eerste jood die in 1945, meteen na de oorlog, naar Duitsland kwam om op te treden.'

Op zoek naar schandaaltjes

Op een dag in Straatsburg stuit Brok bij het uitchecken uit zijn hotel op een Duitse cameraploeg. Hij heeft haast, zoals altijd. De vergadering van alle conservatieve europarlemen- tariërs, over de machtsconcentratie in de mediawereld, de overdracht van passagiersgegevens aan de Verenigde Staten en tientallen andere zaken, is al bezig. De journalisten vragen hoeveel hij in het hotel heeft betaald. Hij moppert: 'Altijd op zoek naar schandaaltjes. Ik wou dat we vaker de voorpagina's haalden met inhoud.'

Na de vergadering rent hij naar de kelder van het parlement, waar radiostudio's zitten. Brok moet vragen van luisteraars beantwoorden voor de West-Deutsche Rundfunk. 'Als ik ergens koffie drink', zegt een vrouw, 'denk ik: Donnerwetter, 7 Euro, dass war ja 14 Mark! In het Europarlement beslissen ze maar over ons, zoals met de euro, zonder het volk te horen!'

Brok zucht. 'Dit is een fundamenteel misverstand. Dat de euro er kwam, is geen beslissing van Brussel geweest. Dat heeft uw regering samen met de regeringen van de andere veertien eu-lidstaten besloten.'

'Waarom is het volk daar niet over gehoord?', roept de vrouw.

Brok legt uit dat burgers bij de verkiezingen in hun land elke paar jaar hun regering kiezen. En dat ze die regering machtigen om bepaalde beslissingen te nemen, zoals de introductie van de euro. 'Dat is de essentie van de parlementaire democratie. Als burgers over elke beslissing zelf aan het woord willen komen, kunnen we het nationale parlement en het Europees Parlement net zo goed afschaffen. Wilt u dat?'

Juist over onderwerpen die de mensen echt raken, heeft het parlement de minste macht, erkent Brok. 'Zoals justitie. En buitenlands beleid, waar ik me vooral mee bezighoud. Daarover beslissen de ministers uit de lidstaten, wij mogen alleen adviseren. Dat is jammer. Maar als we het slim aanpakken, kunnen we zelfs op het buitenlandbeleid wel invloed hebben.'

Zo besluit het parlement vandaag om een handelsakkoord met Pakistan goed te keuren. Ook wordt er gestemd over een overeenkomst tussen de eu en de Verenigde Staten om luchtvaartmaatschappijen passagiersgegevens aan Washington te laten overdragen. Het parlement kan die overeenkomst - volgens velen een inbreuk op de privacy van passagiers - niet van tafel vegen. Het parlement kan wél naar het Europese Hof van Justitie stappen. Dat gebeurt prompt. Later besluiten de Europese ministers van Justitie dat die overeenkomst gewoon van kracht wordt. Wat het Hof beslist, merken ze over een paar jaar wel. Het parlement mag dan de vorige Europese Commissie naar huis gestuurd hebben, er zijn nog veel touwtjes waar het niet aan mag trekken.

I did it my way

Dan zet Brok Sinatra's I did it my way op, balt een vuist en scheurt de parkeergarage uit. Eerst moet hij naar een partijvergadering in Düsseldorf, drie uur rijden. Hij dommelt weg achter het stuur. Zou hij niet eens iemand anders laten rijden? 'Nee', zegt hij. 'Als de kiezers dat zien, denken ze: Die man heeft het in zijn bol. Hij heeft een chauffeur!'

Daarna wachten er in het dorpshuis van Willebadessen, nóg twee uur verder, zo'n honderd mensen op hem. Meest mannen op leeftijd van de lokale cdu/csu, die kandidaten kiezen voor het gemeentebestuur - daar zijn in september verkiezingen voor. Er hangt een geur van bezwete lijven. Iedereen kent Brok. Als enige partij in Duitsland hebben de christen-democraten het land in kiesregio's opgedeeld. In de regio word je genomineerd en gekozen. Zonder deze mensen zou hij niet in het parlement zitten. 'De eu is goed voor Duitsland', roept hij, 'want onze grenzen zijn geen con¦ictsgrenzen meer. Eén jaar oorlog kost evenveel als twintig jaar vrede. Toch moet Europa zich niet overal mee bemoeien. U weet beter dan Berlijn of Brussel wat goed voor u is. Alleen beslissingen waarvoor eu-lidstaten te klein zijn geworden, moet je Europees aanpakken.' De mensen roffelen instemmend met hun knokkels op tafel.

Waarom komt er in Duitsland geen referendum over de Europese grondwet, wil iemand weten, zoals in Groot-Brittannië? Waar liggen straks de grenzen van Europa? Moet Turkije óók bij Europa, zoals de socialistische regering zegt? 'Over het eu-lidmaatschap van Turkije', oreert Brok, 'valt alleen te praten als ze in Ankara kerken bouwen zoals wij moskeeën bouwen in Ludwigshafen!' Geroffel. 'Als Turkije bij de eu komt, grenst de eu aan Irak en Syrië!' Geroffel.

'Iedereen zegt dat Europa zo moeilijk is', zegt Brok na middernacht, op weg naar huis. 'Onzin. De vragen vanavond gingen over de essentie van Europa! Iedereen heeft een mening over Irak. Dat is toch ook ingewikkeld? Het punt is: de Europese regeringen, die de motor van Europa zijn, leggen niet uit waar ze in Brussel mee bezig zijn. Hoe meer macht ze overhevelen naar Brussel, hoe minder belangrijk ze zelf worden. Nu al komt tweederde van de besluitvorming uit Brussel. Voedselveiligheid, landbouw, immigratie. Daar hebben de Duitse ministers zelf mee ingestemd. Maar als de burger mort over zo'n besluit, hebben ze niet de moed om dat uit te leggen. Ze zeggen: ”Sorry, Brussel heeft dat besloten”. Alsof ze er niet bij zijn geweest. Als de burger enthousiast is, zeggen de ministers: ”Wíj hebben dat in Brussel voor elkaar gebokst”. Soms vermelden ze Brussel niet eens, en doen ze alsof het Duits beleid is. Het gevolg is dat er geen debat is over Europa, al jaren niet. Geen wonder dat mensen zich bekocht voelen.'

Nationale belangen

Pervenche Berès, de voorzitter van de Franse socialisten in het Europees Parlement (de socialisten vormen de op een na grootste fractie), onderschrijft deze analyse. De media, zegt zij, maken het nog erger. Omdat kranten, radio en tv puur nationaal werken, volgen Franse journalisten Europa vooral vanuit Frans perspectief. Ofwel, het perspectief van Franse ministers en die paar europarlementariërs die ook in de nationale politiek belangrijk zijn. Zij hoort vaak correspondenten in Brussel klagen dat de redactie in Parijs 'bekende koppen' wil, terwijl het soms juist ónbekende koppen zijn die iets zinnigs te melden hebben. Maar dat 'komt niet over'. Men wil vip's hebben die minister zijn geweest of het misschien ooit worden. Zo zie je álles door een Franse bril en krijg je een vertekend beeld van Europa. Je hoort vaak: ”Brussel heeft ons dit of dat door de strot geduwd”. Of ”Frankrijk heeft dit of dat in de wacht gesleept”. Alsof Europa iets vijandigs is. Iets wat slecht is voor Frankrijk.'

De euroscepsis is hier volgens Berès (47) een logisch gevolg van. Als je vaak genoeg hoort hoeveel Europa Frankrijk kost, en weinig over wat Europa Frankrijk gééft, word je vanzelf wantrouwig. Mede daardoor gaan verhalen in de pers over fraude met Europese gelden of wangedrag van parlementariërs erin als koek. Zo pakte een Duitse krant in april groot uit met een Oostenrijkse europarlementariër, Hans-Peter Martin - een voormalig journalist die sinds 1999 in het parlement zit -, die collega's met een verborgen camera had 'betrapt' terwijl ze ten onrechte daggelden opstreken. Elke parlementariër krijgt per zittingsdag in Brussel of Straatsburg 262 euro, op voorwaarde dat hij, op de dag zelf, een register tekent. Met dat geld kun je je hotel betalen of je ¦at (die velen in Brussel hebben), en andere verblijfskosten. Iedereen weet dat sommigen de kantjes eraf lopen - ze tekenen en vertrekken weer, of laten iemand anders tekenen. Of ze komen 's avonds aan, rijden van het vliegveld naar het parlement om nog voor die dag te tekenen en gaan dan naar bed. Martin nagelde ook kopstukken aan de paal, onder wie de Ierse parlementsvoorzitter Pat Cox, evp-voorzitter Hans-Gert Poettering en Elmar Brok. Op een ochtend zou Brok het register hebben getekend, om dan naar Ierland te vertrekken. Hij ging erheen voor zijn werk en moest die avond in een Iers hotel overnachten. De meerderheid van het parlement keerde zich tegen Martin. Iedereen erkende dat de regels niet deugen - zoals de reiskostenregeling, waar sommigen grof aan verdienen omdat je geen bonnetjes hoeft te laten zien. Martin moest zijn pijlen voortaan op dit foute systeem richten, en niet op de gebruikers ervan. 'Als je weet dat de beslissing om de eu met tien landen uit te breiden dertig seconden heeft gekregen op de Franse tv-journaals', zegt Berès, 'denk ik toch dat er iets mis is met de berichtgeving over Europa.'

Berès, de dochter van een Bretonse moeder en een Russische vader, zit sinds 1994 in het parlement. Volgens haar laat de Franse regering zich steeds meer leiden door nationale belangen. 'Ministers denken: met enthousiast doen over Europa win ik geen verkiezingen. Neem de uitbreiding. Álle regeringen hebben daarover meebeslist. Elk land kon op de rem trappen. Dat is niet gebeurd. En nu doen veel ministers alsof het 'Brussel' is geweest dat dit erdoor heeft gedrukt. Zij denken dat het volk wil horen dat de uitbreiding een vergissing is, dat het te veel geld kost en dat er massa's Oost-Europeanen hiernaartoe komen die onze banen inpikken. Nee, het volk wil juist eens ho- ren waarom die uitbreiding er is gekomen!

Niemand die ze dat vertelt. President Mitterrand legde uit waarom het Verdrag van Maastricht goed was voor Frankrijk en voor Europa. Toen had je tenminste een debat. Nu is het doodstil. President Chirac zegt niets over Europa. Geen wonder dat de mensen klagen.'

Kwartetten met kandidaten

Elmar Brok gaat in zaaltjes met worst en bier direct in de slag met de kiezers. Berès niet. Zij kent ze niet of nauwelijks. In Frankrijk, waar de Europese kieslijsten altijd landelijk waren, is net ook een regionaal stelsel ingevoerd, met zeven kiesregio's. Maar het blijft de partijtop in Parijs die de kieslijsten opstelt. Dat gebeurde begin april. Zelfs leden van de Parti Socialiste (ps) vielen van de ene verbazing in de andere: het leek wel alsof er met de kandidaten gekwartet werd.

'Wát zeg je?', riep Berès in die dagen door de telefoon. 'Die-en-die op de lijst in Zuid-West-Frankrijk? Zuid-Oost, zul je bedoelen. Wél Zuid-West? Ach wat, ik val van mijn stoel'! Berès kreeg, als verwacht, de tweede plaats op de lijst van Île-de-France - Parijs en omstreken. De eerste plaats ging naar Harlem Désir, de populaire oprichter van sos Racisme. Berès mag dan de belangrijkste europarlementariër voor de ps zijn, in Frankrijk weet niemand wie ze is. Ze werkte altijd achter de schermen voor de partij, als functionaris in het parlement, voor voormalig premier Laurent Fabius, voor Danielle Mitterrand. Berès op 1, dat scoort dus niet.

Elmar Brok komt een kledingwinkel binnen en de eigenaar zegt: 'Meneer Brok, ik heb een mooi blauw pak voor u, voor in Brussel.' Met Berès kun je heel Parijs door - te voet, per bus of metro - , maar niemand die haar herkent. De Britse europarlementariër Graham Watson, een liberaal-democraat uit de regio Zuid-West van Groot-Brittannië, klokt elk jaar 23.000 mijl op zijn teller. Als hij ergens aankomt, roept er iemand: 'Mr. Watson, zet uw auto hier maar neer!' Brok en Watson hebben, met hulp van hun partij, een regionale basis opgebouwd. Ze staan 'dicht bij de mensen'. Ze krijgen veel post. Pervenche Berès ontvangt misschien twee, drie brieven per week.

In Brussel kennen velen Berès als 'die felle, socialistische Française'. Als lid van de commissie Economische en Monetaire Zaken bijt ze zich vast in taaie dossiers als de euro en de budgettaire regels voor de eurolanden. Ze zat ook in de Europese Conventie, die de ontwerp-tekst voor de Europese grondwet opstelde - een Europees verdrag dat onder andere de grondrechten van alle eu-burgers vastlegt, besluitvorming simpeler maakt en meer macht geeft aan het parlement.

Omdat ze als gescheiden moeder bij haar zoons van 15 en 17 wil zijn - al was het maar als ze slapen -, stapt ze 's ochtends vroeg in de tgv, die haar in één uur en twintig minuten in Brussel brengt. 's Avonds gaat ze weer terug. Alleen in Straatsburg slaapt ze in een hotel. Op vrijdag en zaterdag zit ze in haar Parijse kantoor, gaat ze naar partijvergaderingen en debatten over Europa. Alleen zondag probeert ze vrij te houden. Dan doet ze boodschappen, luncht ze met vrienden en familie, en klust ze wat. Ze heeft alle keukenkastjes met grijs zeil bekleed, waar je op kunt schrijven. 'Maman, die-en-die heeft gebeld', heeft haar oudste zoon geschreven. Hij wil later trouwens géén politicus worden.

Waarom leeft zij zo? 'Omdat Europa belangrijk is', antwoordt Berès. 'Ik voel me eerst socialist. Dan Europeaan. Dan Française.' In haar kantoor aan de Boulevard Saint-Germain in Parijs, naast het parlement aan de Seine, hangt een hoge spiegel boven een schouw vol kerstkaarten en Europa-brochures van de PS. Bovenin die spiegel zitten twee gaten. Kogelgaten. Die zitten er al sinds de Tweede Wereldoorlog. Toen hadden de Duitsers het gebouw geconfisqueerd. 'Ik heb nooit een nieuwe spiegel in de lijst willen zetten. Want dit is waar de Europese Unie om draait: nooit meer oorlog.'

Zij is daarom vóór een sterker Europa. Vooral op sociaal vlak. 'Mensen maken zich meer zorgen over werkgelegenheid dan over de vraag of Turkije bij de eu komt!', bijt ze een conservatieve europarlementariër toe in een tv-debat vanuit het gebouw van de Franse senaat. 'Mais, madame Pervenche', zegt de man, 'de mensen zijn ongerust over Turkije! Want dan moet je Israël ook lid maken, of Marokko. Dat wil niemand.'

Berès' tengere lichaam siddert van woede. De spieren in haar gezicht verstrakken - ze heeft na een ernstig auto-ongeluk de nodige operaties gehad. 'Madame Pervenche', dat is een belediging. Zoiets zeg je tegen een vrouw van lichte zeden. 'U vernaggelt de boel', zegt ze fel. 'U begint over Turkije, omdat u goedkoop sentiment nodig heeft om de verkiezingen te winnen. We hebben net een uitbreiding gehad met tien nieuwe landen. De werkloosheid in de eu is hoog. Veel mensen zijn bang dat bedrijven naar Polen of Hongarije gaan. Ze vragen zich af of zij morgen ook op straat staan. We moeten nú investeren in werk en goede sociale wetgeving. Dát is wat de mensen willen.'

In Europa, zegt ze later in de metro op weg naar een Algerijns restaurant - het is na tienen 's avonds, en ze heeft die dag alleen snel een stukje quiche gegeten (de 'Berès-express', noemen haar medewerkers dat) -, in Europa vecht je niet meer met wapens, maar met woorden. Kiezers zijn allesbehalve imbecielen. 'Wie zegt dat Europa ”te moeilijk” is, veronachtzaamt het woord en beledigt de kiezer. Kijk naar de antiglobalisten, de verkiezingen in Spanje. Zijn de mensen niet geïnteresseerd in politiek? Het tegendeel is waar. Het probleem met Europa is niet dat de kiezers niet weten wat ze willen. Het probleem is dat er niet naar ze geluisterd wordt.'

Zo blijkt uit peilingen dat mensen heel goed weten dat de misdaad zich niets van grenzen aantrekt. Daarom willen ze dat de misdaadbestrijding, die nu nationaal is georganiseerd, meer Europees wordt. 'Maar wat doen de regeringen? Die maken daar afspraken over, en leven ze vervolgens niet na. Zo hebben we nu Europol, voor samenwerking van de politie. Maar Frankrijk wil Europol niet genoeg bevoegdheden geven om het werk goed te doen. De Franse politie werkt slecht met Europol samen. Dan zegt de kiezer: Europa doet alles half. En hij heeft gelijk. Maar het is de schuld van zijn eigen regering.'

Heilig Straatsburg

Als je het een verspilling van geld en energie noemt dat het parlement eens per maand in Straatsburg vergadert, kijkt Berès je geprikkeld aan. Straatsburg is voor de Fransen heilig. Maar veel collega's uit andere landen hebben de pest in, als het weer tijd is om de witte, metalen kisten die in Brussel voor hun kamer staan, te vullen met kilo's documenten. Die kisten worden in het weekend naar Straatsburg gereden. De Nederlandse Kathalijne Buitenweg, sinds 1999 europarlementariër voor GroenLinks, stopt er ook sportschoenen, vanillethee en boeken in. Het kost Buitenweg zeven uur om vanuit Amsterdam in Straatsburg te komen. Deze stad in de Franse Elzas, die de voorbije eeuwen meermalen van Franse in Duitse handen is overgegaan en andersom, is in het Verdrag van Amsterdam als tweede vergaderplaats van het parlement aangemerkt. De maandelijkse verhuizing, die 200 miljoen euro per jaar kost, kan alleen stoppen als álle lidstaten het willen. En dat zit er niet in.

'België heeft al de meeste Europese instellingen', vindt Berès, 'andere landen moeten ook iets hebben.' Elmar Brok, de Duitser, heeft geen probleem met Straatsburg. Het parlement is een rondreizend circus, beaamt hij. Parlementariërs, hun medewerkers, Europese commissarissen en ministers en hún medewerkers, journalisten, diplomaten uit de lidstaten en lobbyisten moeten dat circus achterna. Straatsburg is ook voor hem het symbool van de Frans-Duitse verzoening - ofwel, van de Europese eenwording. Zelfs nu Brussel de hoofdstad van Europa is, wil hij niet aan Straatsburg tornen. En Graham Watson, de Britse europarlementariër, kreeg ooit van een oude rot het advies: 'Als je de Fransen en Duitsers niet tegen je in het harnas wilt jagen, zeur je niet over Straatsburg.' Maar ook vanuit Bristol gaat er geen directe vlucht naar Straatsburg.

Kathalijne Buitenweg vindt Straatsburg 'onverteerbaar vanwege de kosten en onverdedigbaar, omdat je het de kiezer niet kunt uitleggen'. Het komt vaak voor dat een eurocommissaris die in Straatsburg zijn beleid moet verdedigen, een collega stuurt die geen antwoord kan geven op alle vragen. 'Dat gereis doet afbreuk aan de controlefunctie van het parlement.'

Op de terugweg uit Straatsburg kreeg Buitenweg laatst de tranen in de ogen. 'Ik had me de tering gewerkt. Ik raakte in de trein met een dokter in gesprek. Zegt die man: ”Jij hebt vast even getekend en toen ben je weer vertrokken”.' Buitenweg (34) is mede-oprichter van de Campaign for Parliamentary Reform, een clubje 'jonge honden' dat probeert een beter systeem voor onkostenvergoedingen ingevoerd te krijgen. Ze kregen het zowaar door het parlement, laatst. Toen moesten de regeringen het goedkeuren. Duitsland blokkeerde het - het zoveelste bewijs van onmacht van het parlement. Ook het afschaffen van de zittingen in Straatsburg staat op hun agenda. 'Naïef', vinden sommigen. 'Het lukt toch nooit.' Sommige jonge honden knappen af. Zij bijten zich vast in de strijd en worden steeds onderuitgehaald. Buitenweg is minder ontgoocheld. Dat komt, denkt ze, omdat ze zich ook met andere onderwerpen bezighoudt waarop ze weleens een puntje scoort. In de machtige begrotingscommissie van het parlement staat ze bekend als een harde werkster en een realist. Als je tot een kleine fractie behoort (in de afgelopen vijf jaar waren er 45 Europese Groenen op het totale aantal van 626 parlementariërs), moet je compromissen kunnen sluiten, zegt ze. En er is meer onder de zon dan 'de luxe badkamers in Straatsburg', of 'europarlementariërs nemen familieleden in dienst met eu-geld'.

'Kijk zelf', roept ze met een grijns. De badkamer, waar de kranten een paar jaar geleden verontwaardigd over schreven, is piepklein. De douche gebruikt ze nooit (voor sommige collega's dient die zelfs als opslag). Het wc'tje en de wasbak zijn inderdaad design. Ook haar werkkamer is klein. Ze deelt met twee medewerkers één bureau. Die medewerkers zijn overigens géén familie. Elke parlementariër krijgt een vast bedrag om ze aan te nemen. Dat moet, want als je, zoals Buitenweg, én de Europese begroting in de gaten moet houden én alles op het gebied van justitie in Europa, heb je vaak twee of drie vergaderingen tegelijk. Daarbij komt nog overleg met andere Groenen. De Europese Commissie heeft op elk terrein specialisten, die vaak klagen dat europarlementariërs slecht in hun dossiers zitten of halverwege - al bellend - uit besprekingen rennen. Parlementariërs schaken op honderd borden tegelijk. 'Je kunt je niet overal tegelijk op storten', zegt Buitenweg. 'Laatst wilde ik een eind maken aan eu-subsidies voor Noord-Koreaanse kernreactoren. Na twee jaar vechten lukte dat. Dan moet je in de details duiken, en kun je niet óók het Europese asieldebat van dichtbij volgen. Daarom heb je medewerkers. Die zitten bij vergaderingen en seinen je in als je zelf moet inspringen.' Sommige europarlementariërs zouden hun medewerkers onderbetalen. Anderen zouden hun vrouw op de loonlijst zetten om het geld in de familie te houden - vooral zuiderlingen, zeggen de noorderlingen. Over de Oost-Europeanen, die het laatste jaar als 'toehoorders' in het parlement hebben gezete, maar die de laatste maanden vooral campagne voerden in eigen land, wordt ook druk gekletst. Europarlementariërs verdienen evenveel als nationale parlementariërs in hun land. In een aantal 'nieuwe' landen komt dat neer op minder dan duizend euro per maand. Daardoor zouden dit soort trucs voor hen verleidelijk zijn.

Buitenweg denkt dat politieke partijen die een duidelijk beleid voeren, nog steeds in staat zijn om kiezers aan zich te binden. Ja, zegt ze, de kiezer 'zweeft' steeds vaker. Uit angst om de kiezer te verliezen, praten de partijen hem steeds meer naar de mond - met als gevolg dat veel beloftes niet worden waargemaakt, waarna de kiezer nog ontevredener wordt. Maar voor Buitenweg hoeft dit niet te leiden tot de politieke implosie waar Brok weleens voor vreest: tot het aantreden van een sterke man die alles wel even regelt, en daarmee tot het einde van de parlementaire democratie zoals wij die kennen.

'Partijen doen zo hun best om de kiezers een plezier te doen, dat ze steeds meer op elkaar gaan lijken', zegt ze in de trein van Brussel naar Amsterdam, waar ze die avond als bestuurslid van de Vrijwilligerscentrale een bespreking heeft. 'Mensen weten niet op wie ze moeten stemmen. Omdat de burger Europa slecht volgt, ziet hij het verschil tussen de partijen in het Europees Parlement al helemáál niet.' De fractievorming in het parlement ís voor buitenstaanders ook moeilijk te volgen - waarom zitten parlementariërs van Berlusconi's Forza Italia bij de conservatief-christen-democratische fractie, en hoort de vvd bij de liberaal-democratische fractie - beiden zijn toch 'rechts'? En hoeveel mensen weten dat de Britse Groenen anti-Europees zijn en het Nederlandse GroenLinks pro-Europees? Verwarrend, erkent Buitenweg, maar het hoeft geen obstakel te zijn. GroenLinks heeft als slogan voor de verkiezingen in juni: 'Laat Europa niet rechts liggen'.

Of ze nu een groep Leidse studenten ontvangt in het parlement, of vragen van Felix Meurders beantwoordt in een uitzending van 'Spijkers met Koppen' vanuit een bomvolle schouwburg in Arnhem, of een partijcongres toespreekt in een conferentieoord in Ede - Buitenweg hamert constant op het verschil tussen links en rechts. 'Het maakt veel uit of er een conservatief of progressief parlement komt. Zo heeft het parlement zeggenschap over de liberalisering van het spoorin Europa. De vvd is vóór. Die wil alles aan de vrije markt overlaten. GroenLinks zegt: Europa is te veel gericht op markt en munt. De vvd kan zeggen dat er te veel regeltjes zijn in Brussel, maar dat zijn vooral regels over de interne markt. Wij willen een ánder Europa. Wij willen de liberalisering afremmen. Met méér mensen in het parlement staan we sterker.' Vooral voor minister Zalm heeft ze geen goed woord over. Hij en zijn collega's keurden de uitbreiding goed. Maar nu de begroting 2006-2013 eraan komt, mag de EU van Zalm niet méér uitgeven dan nu. 'Terwijl we met 25 landen zijn in plaats van 15! Onverantwoord gedrag.'

Buitenweg komt uit een rood nest. Moeder was feministe, vader humanist. Het engagement is haar met de paplepel ingegoten. Ook háár dochter van drie groeit ermee op. Buitenweg is getrouwd met Maarten van Poelgeest, de voormalige studentenleider die voor GroenLinks in de Amsterdamse gemeenteraad zit. Hij is de constante factor in huis. Maar hij klaagt zelden. Toen ze een radio-optreden op zaterdag weigerde, omdat ze dan wéér een etentje met vrienden moest afzeggen, was híj degene die zei: 'Is dat verstandig? Het is wel een belangrijk programma.'

In Nederland kent nog geen 10 procent van de bevolking haar, denkt ze. Ook zij heeft nooit carrière gemaakt in de nationale politiek. Ze werkte onder andere bij de Raad van Europa in Straatsburg en als parlementair medewerkster in Brussel. Ook in Nederland zijn de Europese kieslijsten landelijk. Partijen als het cda en de vvd zetten wel kandidaten uit alle hoeken van het land op de lijst, om verbondenheid met de kiezer te kweken. GroenLinks niet. Wat telt, zegt Buitenweg, is niet alleen de vraag of je een politicus kent, maar ook of je je wel vertegenwoordigd voelt. 'Een districtenstelsel is voor kleine partijen nadelig. Je moet het belang van partijen niet bagatelliseren. Het gaat er niet om wat een politicus met Amsterdam wil, of met de boeren in zijn regio. Het gaat erom welk plattelandsbeleid de partij wil, hoe ze denkt over de ontwikkeling van grote steden. Het gaat om de grote lijn.'

Bij de vorige Europese verkiezingen was de opkomst in Nederland het op één na laagst van Europa: 29,4 procent. Alleen in Groot-Brittannië was het lager, 24 procent. En dat land heeft wél regionale lijsten, die contact tussen kiezers en europarlementariërs bevorderen. 'Ik heb een beetje mijn buik vol van alleen maar naar de kiezer luisteren', zegt Buitenweg op een ochtend, als ze op het station in Amsterdam bij de Shakie's een beker thee afrekent. Ze moet naar een Brit in de gevangenis van Krimpen aan de IJssel, die klaagt dat de autoriteiten hem dwarsbomen bij zijn beroepsprocedure, en dan naar een drugsconferentie in Rotterdam. 'Ik ben echt niet te goed om voor tien man naar Groningen te gaan. Ik heb zelfs een interview met de Portugese Elle gedaan, omdat je elke kans moet aangrijpen om uit te leggen wat je doet. Maar de schuld ligt ook bij de kiezer. Laatst kreeg ik een groep scholieren op bezoek. Die zaten daar van: Kom maar! Nul voorbereid. De docent die mee was, gaf nota bene maatschappijleer.' De euroscepsis, vindt ze, wordt te zwaar opgenomen. Welke Nederlander weet nou precies hoe de besluitvorming in Den Haag verloopt? Maakt iemand zich daar zorgen over? Maar als hij Brussel niet begrijpt, is het een 'groot probleem'. Elke Amerikaan kankert op de bureaucraten in Washington. Ook andere hoofdsteden zitten volgens burgers 'vol idioten', zeker als die steden geen symboolwaarde hebben voor de culturele traditie van het land. Alleen in Europa knaagt de scepsis meteenaan de politieke fundamenten van de Unie.

Voor Buitenweg is Europa vanzelfsprekend. Er moet alleen aan gesleuteld worden. Al verandert de koers van een tanker maar twee centimeter, dan is die tanker tien jaar later heel ergens anders dan als je hem gewoon door had laten varen. Ze praat haar keel schor over een humaner asielbeleid, over de noodzaak van een Europees openbaar ministerie en het cda dat ten onrechte beweert dat Nederland qua drugsbeleid 'de gekke Henkie van Europa' is. Buitenweg neemt niet één keer de uitdrukking 'Nooit meer oorlog' in de mond.

Beste eurocommissaris

'Voor Duitsers en Belgen staat Europa voor wederopbouw en vrede. Spanjaarden denken aan democratie, Finnen en Oostenrijkers aan vrijheid. Britten associëren Europa met machtsverlies.' Graham Watson (48) zit in zijn kantoortje in Langport, een uur ten zuiden van Bristol. Hij beantwoordt brieven van mensen in zijn regio, de grootste van het land: Zuid-West. Hij krijgt 350 brieven per week. 'Beste eurocommissaris', staat er soms boven, maar enfin. Vandaag wil iemand weten of het waar is dat je 'van Europa' inwoners van je eigen stad niet meer gratis in de musea kunt laten, omdat dat mensen van buiten discrimineert. Een ander vraagt of Groot-Brittannië volgens de Europese grondwet echt niet meer uit de eu mag treden.

Volgens Elmar Brok hebben de Britten nog de illusie dat ze het centrum van de wereld zijn: 'Als het mist op het Kanaal, zeggen ze: het continent is geïsoleerd.' Graham Watson, die sinds 1994 voor de liberaal-democraten (de derde partij in het land) in het Europees Parlement zit, valt hem bij. 'Eerst verloor Groot-Brittannië zijn koloniën. Die klap is nog niet verwerkt. Nu dragen we ook nog een deel van onze macht over aan Europa. De eu wordt vaak gezien als het bewijs van ons falen.' Campagne voeren is voor hem een continue uphill struggle. Tussen donderdagavond, als hij de laatste vlucht van Brussel naar Bristol neemt, en maandagochtend vroeg, als hij de red-eye express terug neemt, rijdt hij over de kronkelweggetjes van Somerset of Cornwall om huisvrouwen, boeren of stadsplanners te ontmoe- ten. Of zijn eigen partijgenoten die, áls ze Europa al volgen, door een Britse bril kijken. Europarlementariërs klagen soms dat het makkelijker is een afspraak te maken met een minister in hun land dan met hun eigen partijleider. Watson grinnikt; dat herkent hij wel.

'Hi Graham', zegt een cafébaas als hij drie glazen cider bestelt. 'Kijk eens wie we daar hebben!', roept een oude man die naast het café appeltjes en kool uit eigen tuin verkoopt. De appelboeren moeten binnenkort de boomgaarden rooien, anders krijgen ze geen geld meer uit Brussel. Maar dat is geen besluit van Brussel. Het was de Britse regering. Elk land kiest sectoren uit die voor subsidie in aanmerking komen, en sectoren waarvoor uitzonderingen worden gemaakt. Watson wil met de boeren naar Londen om te zien of de regering dat ongedaan kan maken. Maar velen denken dat 'de lange arm van Brussel' weer eens heeft uitgehaald. Een paar artikelen in de lokale pers, en de toon is weer gezet. 'Het is makkelijker', zucht Watson, met zijn kool in een plastic zak, 'om tegen Europa te zijn en je 'boodschap' steeds simplistisch over te brengen, dan om uit te leggen hoe het zit. De anti-Europabeweging is hier goed georganiseerd. Ik heb een dagtaak aan het rechtzetten van die onzin.'

Ook in Groot-Brittannië taant het vertrouwen van de burger in zijn eigen regering. Mensen sluiten zich af voor de argumenten van 'het gezag' - welk gezag dat ook is. 'Ik moet zeggen', zegt Watson, 'dat de Europese landbouw- en visserijpolitiek mij niet helpt als ik de appelboeren uitleg hoe het zit. Hoe kun je geloven dat Brussel goed bezig is, als je óók ziet dat vissers hun vis teruggooien in zee en daar nog geld voor krijgen ook?' Er mag met zijn bemiddeling Europees geld zijn gekomen voor de haven in Portland, maar tegen de verhalen van de vissers in Cornwall weegt dat met de beste wil van de wereld niet op.

Ook de Europese grondwet krijgt Watson moeilijk verkocht. Juridisch gesproken is dat gewoon een verdrag, maar vanwege het historische belang van deze tekst, die straks als leidraad moet dienen voor alle besluitvorming in de eu, besloten de makers om het ding ook een historische naam te geven: grondwet. In Groot-Brittannië gaan bij dat woord alle bellen rinkelen. Het riekt naar Big Brother, naar nóg meer verlies van Britse macht. De Tories gebruiken dit voor alle campagnes van de komende tijd: voor de Europese verkiezingen in juni, voor de gemeenteraadsverkiezingen op dezelfde dag en de parlementsverkiezingen volgend jaar. Om hun de wind uit de zeilen te halen, besloot Labour-premier Blair laatst om ná die verkiezingen een referendum over de grondwet uit te schrijven. Sommige mensen verwijten hem opportunisme: Blairs eigen mensen hebben mee-onderhandeld over de ontwerp-tekst voor die grondwet, en nu sleutelt hij er zelf aan met de regeringsleiders. Waarom gaat Blair niet de boer op om uit te leggen dat dit een goede deal is voor de Britten? Waarom wil hij eerst de verkiezingen zien te winnen, en wil hij daarna pas een debat over Europa aangaan? Om met Berès te spreken: 'Sommige politici hebben de ballen, eh, het lef, niet om zich openbaar te verantwoorden voor wat ze in Brussel beslissen.'

Hoe heet de aardappel van de grondwet is, blijkt wel als Graham Watson op een zaterdag in een stadje in Somerset, Wincanton, met partijgenoten 'de wijk ingaat'. Het is een middenklasse-wijk met veel twee-onder-één-kap- woningen. Ieder neemt een paar straten. Ook Watson belt overal aan. 'Goedemorgen, ik heb hier een vragenlijst over onderwerpen die in de wijk spelen. Criminaliteit, vuil op straat, de gemeentebelasting. Wij willen graag weten hoe u hierover denkt.' Sommigen herkennen hem. Bijna iedereen vult het formulier in. Zo blijkt dat veel buurtbewoners die op de liberaal-democraten stemmen, tegen de grondwet zijn of 'weet niet' hebben aangevinkt. En dat terwijl de liberaal-democraten er vóór zijn.

Europarlementariërs delen een paar opvallende karakteristieken. Zo is hun gevoel voor privacy rekbaar. Journalisten meenemen als je een jurk koopt of hen laten meeluisteren als je aan de telefoon zit, gaat vrij ver. 'We zijn het gewend', zegt Kathalijne Buitenweg, 'we hebben altíjd mensen om ons heen.' Een andere eigenschap is dat ze niet gauw opgeven. De Europese politiek, zegt Berès, is 'moderner' dan de nationale: alles in Europa is een compromis. Puur links-rechts denken, polariseren, patstellingen opwerpen - strategieën die in de nationale politiek nog werken, zeker in landen met maar twee grote partijen, zoals in Frankrijk of Groot-Brittannië -, daarmee bereik je in Europa niets. Met zoveel meningen tot besluitvorming komen, lukt alleen als je accepteert dat je maar een deel van je inzet in het besluit terugvindt. Het alternatief, zegt Brok, 'is honderd procent gelijk hebben en ten oorlog trekken.' Als europarlementariërs niet linksom kunnen, gaan ze wel rechtsom. Zo ook Graham Watson met de grondwet.

Zíjn slogan blijft: 'Door deze grondwet kan Groot-Brittannië probleemloos uit de eu stappen. Want er zit een exit clause in.' De echte vraag die de kiezers bij het referendum gaan beantwoorden, is volgens hem: 'Wilt u uit de eu?' Hij vindt het tijd dat de Britten zichzelf die vraag stellen. Daarom is hij vóór het referendum. Als de Britten nee zeggen, houden ze de rest van Europa op, hoewel dat ook geldt voor andere landen die een referendum houden. Watson houdt mensen vaak voor dat het land miljoenen misloopt, doordat het niet meedoet aan de euro. Buitenlandse investeerders voor wie Europa één grote markt is, vestigen zich liever in een euroland. 'Dat willen de Britten niet', zegt hij. 'Maar ze drukken het weg. Misschien zet het referendum ze eens voor het blok. Geef ze nog één kans om zo, op een positieve manier, voor Europa te kiezen.'

Afkeer van rood

Watson heeft een groot kantoor in Brussel. Omdat hij de leider is van alle liberaal-democraten - na conservatieven en socialisten de op twee na grootste fractie -, heeft hij meer vierkante meters dan een gewone europarlementariër. Economisch is de fractie nogal rechts, maar op het gebied van milieu of burgerlijke vrijheden helt ze naar links over. Er waren de afgelopen zittingsperiode 53 liberaal-democraten, 8 procent van alle parlementariërs. Door de komst van de enlargement babies, zoals ze zichzelf soms spottend noemen, zijn het er nu 67 van de 732. Zeker is, zegt Watson, dat de uitbreiding goed is voor de conservatieven en slecht voor de socialisten. Veel Oost-Europeanen zijn gelovig en wantrouwen alles wat rood is. Watson heeft meer aan de toekomstige overlopers van de christen-democratisch-conservatieve evp, zoals Italiaanse christen-democraten en gematigde Franse conservatieven. Die vinden dat de evp te veel naar rechts schuift, onder meer door het gewicht van Berlusconi's Forza Italia. Na onderhandelingen met Watson (ze wilden van hem garanties dat ze in invloedrijke commissies terechtkomen; dat beslist de fractie waar je als parlementariër bijhoort nu eenmaal) hebben ze besloten dat ze na de verkiezingen samen een nieuwe centrum-fractie oprichten, onder een andere naam. Met deze mensen aan boord neemt Watsons invloed op de Europese besluitvorming toe. Als je hem op zijn gsm belt, loop je trouwens nu al de kans dat hij net de kamer van de Finse president in Helsinki inloopt.

Watson, een fanatieke zeiler, probeert elke tien weken even met vakantie te gaan. Hij ziet zijn (Italiaanse) vrouw, zijn dochter van twaalf en zoon van negen te weinig. Als hij na vijf dagen afwezigheid eters mee naar huis neemt, presteert hij het zelfs om de kinderen, die in pyjama tv kijken, een aai over de bol te geven en zich verder met het bezoek bezig te houden. Ever the gentleman, zeker. Op zondag is hij thuis, maar dan moet hij stukken lezen. 'Ik zag mijn vader soms ook maanden niet. Hij was ingenieur in het buitenland.' Watson, die in Schotland is geboren, had het Europese gen al vroeg in zich. Hij was zo'n kind waar psychiaters tegenwoordig studies naar doen - eentje die op elf scholen in twaalf landen heeft gezeten. Hij studeerde talen. Hij werkte als vertaler in het verre Oosten en Libanon. Europarlementariërs spreken hun talen vaak redelijk, maar bij hem rollen het Italiaans, Frans en Duits er vloeiend uit. De kinderen worden tweetalig opgevoed. Zijn dochter leert Chinees. 'Tussen vreemde culturen zitten is verslavend. Je geeft niet meteen iemand lik op stuk als hij iets vreemds zegt. Je probeert eerst te begrijpen waaróm hij dat zegt.'

Hij was ook een tijdje bankier. Toen verdiende hij vijf keer zoveel als nu. Maar juist nu de kiezer zo grillig is, vindt hij, is het belangrijk om aan politiek te doen. 'Er zijn geen grote ideologieën. Mensen denken vooral aan zichzelf. Ze spreken zichzelf constant tegen. Ze vinden het belangrijk om chemicaliën te testen, maar zijn tégen dierproeven. Ze willen een auto, maar géén nieuwe weg langs hun huis. Mijn regio is vóór het klimaatverdrag van Kyoto. Dus zetten we windturbines neer. Nu wordt er gedemonstreerd: niemand wil tegen zo'n turbine aankijken.'

In het vliegtuig naar Bristol, op donderdagavond, schrijft Watson altijd een verslag van de afgelopen week, dat via e-mail naar honderden mensen in de regio gaat. Eén verslag kan gaan over terreurbestrijding, nieuwe eurocommissarissen die het parlement heeft ondervraagd en het laatste schandaaltje uit de Britse yellow press. 'Ik schrijf óók wat ik denk over die windturbines. Politici zijn te lief voor de burger. Ze laten zich leiden door opiniepeilingen. De conclusies daarvan bepalen de beloftes die ze de volgende dag doen. Die kunnen ze vervolgens niet waarmaken. Daardoor voelt de kiezer zich bedonderd.'

Hardop formuleert Watson dan de vraag die hem bij deze verkiezingscampagne meer tergt dan ooit tevoren - de vraag die zijn drie collega's vrijwel exact zo hebben verwoord: 'Hoe kan een Brit vertrouwen hebben in Europa, als hij vindt dat het in Londen al niet deugt?'

Caroline de Gruiyter is correspondent van NRC Handelsblad in Brussel.

Jildiz Kaptein is fotograaf.

Rectificatie

Madrid

In het artikel De marskramers van de Unie over de verkiezingen voor het Europees Parlement in het maandblad M van vandaag (M, pagina 48) is sprake van de bomaanslagen in april op stations in Madrid. De aanslagen waren op 11 maart.

Rectificatie 2

Madrid

In de rubriek Correcties en Aanvullingen (5 juni, pagina 2) werd een verkeerde datering van de bomaanslagen in Madrid in het maandblad M gecorrigeerd. Die datering stond niet in het artikel over het Europees Parlement dat op pagina 48 begon, maar in het redactioneel Europees Parlement op pagina 5.