De ideale schoonzoon

Een tomaat kan tegenvallen, net als de lente. Alle inspanningen om de smaak te verbeteren ten spijt, is een tomaat nog niet altijd wat hij kan zijn, aromatisch, sappig en zoet. Waterige, zure en sponzige tomaten zijn dan ons deel. Wie de tomatencatalogus doorneemt, begrijpt waarom. Bij bijna alle rassen staat de aanbeveling het seizoen te respecteren, de vrucht rijp te plukken, voorzichtig te behandelen en snel te eten. Dat is nu net wat bij grootschalige productie en consumptie erg lastig is.

Waarom zien we eigenlijk zo weinig van die veelheid aan rassen met prachtige namen als Dolce, Gardeners Delight en Téton de Vénus in de winkel liggen? We moeten het meestal doen met de anoniem gepresenteerde tomaat. Misschien is het nog steeds het ras dat een jaar of tien geleden het imago van de tomaat tot een dieptepunt bracht met de voor de handel aantrekkelijke, maar voor de consument minder vertrouwenwekkende naam Moneymaker.

Eigen kweek

Zelf tomaten van een smaakvol ras kweken leek me ooit een goede gedachte. De apotheose van de zelfvoorziening was 's ochtends een tomaatje dat rechtstreeks van de plant op de boterham komt, wat flinters Parmezaanse kaas erover en een sprietje fijngeknipte bieslook. Het was een hemels tomatenvisioen.

Ik wil het niemand tegen maken, maar op een stadsbalkon tomaten kweken is toch een minder goed idee. De jonge plantjes zijn nog lieflijk, maar de plant heeft koekoeksjongachtige eigenschappen en al snel was mijn balkon overwoekerd met bijna ondoordringbaar tomatengroen. Het geurt heerlijk, dat wel. Op twee hoog leidt het water geven, het spenen en verpotten, de zorg om de bevruchting en het dieven van de planten tot een bijzondere band met de natuur. Maar het wachten op de oogst duurt lang, erg lang.

De vruchten hebben de neiging af te vallen voordat ze rijp zijn, dan wel voortijdig weg te rotten. Laat in oktober kon ik, zegge en schrijve, één rijpe tomaat oogsten. Je wilt de eigen oogst niet afvallen, maar in alle eerlijkheid: aromatisch, sappig met een volle zoete smaak, dat is wat anders.

Trostomaat

Ondertussen hebben de professionele kwekers de laatste tien jaar niet stilgezeten. Er verschijnen, vaak in trosverband, tomaten van naam in het groenteschap, soms uit Italië en andere warme streken, maar ook uit eigen land. Toch vallen zelfs tomaten die zich pommodori noemen, me niet altijd mee.

Er is een uitzondering, een vrij kleine trostomaat die de naam Tasty Tom draagt. De tomaat is vaak verpakt in een spanen bakje. Tasty Tom stelt niet teleur. Waarom is Tasty Tom beter dan de meeste van zijn soortgenoten?

Hij is niet alleen van het goede ras Campari, maar hij is ook uitstekend verzorgd. De Tasty Tom wordt rijper dan andere tomaten geplukt en moet daarna voorzichtig worden vervoerd en behandeld, vandaar de spanen bakjes. Zoals het in de eigentijdse tuinbouw hoort, is de herkomst van de tomaat te achterhalen. De kwekers staan op internet, de kassen zijn te bezoeken. En er wordt ook nog eens gewerkt met biologische bestrijding van ongedierte en ziekten. Onder de tomaten is Tasty Tom de ideale schoonzoon.

    • Joep Habets