De engel van de achterbuurt

Moslimterroristen in Italië doen zaken met de Napolitaanse maffia, zeiden de autoriteiten afgelopen maand. En de inwoners van Napels voelden zich al niet veilig. In sommige buurten van de stad vechten maffiaclans om iedere straathoek. `Ik heb op Berlusconi gestemd, maar ik heb me vergist.'

Het lijkt wel een film. Op een balkon in Napels staan drie rechercheurs te worstelen met wasgoed. Twee houden een keukentrap vast. De derde omcirkelt met viltstift zeven kogelgaten in het afdak boven hem. Beneden in de Via Vicaria Vecchia tuffen meisjes op brommers voorbij. Stoere kerels met sikkies en zonnebrillen kijken vanaf hun motor of in groepjes toe hoe politieagenten, cameralieden en fotografen hun werk doen.

Het is één dag na de begrafenis van Annalisa Durante, een meisje van veertien jaar. Naar de politie aanneemt is ze als levend schild gebruikt door Salvatore Giuliano, negentien jaar. Giuliano is een nakomeling van wat voorheen de machtigste clan was van de Napolitaanse maffia, de camorra.

Annalisa zat met twee vriendinnen op een motorkap. De jonge bendeleider hing rond in de buurt en zou zich achter Annalisa hebben verscholen. Ze zou zijn omgekomen door kogels die twee aanvallers op een scooter voor Giuliano in gedachten hadden. Giulano is inmiddels gearresteerd, zijn twee rivalen zijn nog voortvluchtig.

Twintig meter van de zoekende rechercheurs staat Giovanni Durante, de vader van Annalisa, voor de ingang van het trappenhuis van zijn flat. Hij wordt omringd door familie: Franco, één van zijn negen broers, neefje Genni en schoonzoon Enzo. De laatste is een man van 43 die met zijn vrouw en acht kinderen in een tweekamerwoning woont en een kapperszaakje runt op de begane grond van een flat. Voor zijn flat werd Annalisa vermoord. Hij hoopt dat haar dood niet vergeefs was en dat zijn kinderen beter beschermd zullen worden door de politie.

De vader van Annalisa gaat naar boven om een foto van haar te halen. Annalisa blijkt een mooie puber met lang goudblond haar en groene ogen. ,,De mooiste engel van Forcella en nu van het paradijs'', hadden haar vriendinnen op een spandoek geschreven.

Gisteren is haar eerste brommer thuis afgeleverd, vertelt haar vader. Sinds een jaar mocht ze één dag per week uit, op zaterdag. Uitgaan betekende beneden, onder het zes verdiepingen tellende gebouw, kletsen met vriendinnen. Maar zelfs dit bleek gevaarlijk in Forcella, een wijk die al decennia door de camorra wordt beheerst. De camorra is actief in wapen- en drugshandel, afpersing, infiltratie in de bouwwereld en het illegaal namaken van merkartikelen. Afgelopen maandag stelde de leider van de antimaffia-unit van het Italiaanse openbaar ministerie dat er ook banden zouden bestaan tussen de camorra en terroristische moslimorganisaties. De camorra zou wapens in ruil voor drugs leveren.

De wijk, de stad, zelfs het land reageerde geschokt op de moord op Annalisa. De dood van het kind is voor velen het bewijs dat het stadsbestuur nog altijd niet in staat is om onschuldige burgers te beschermen. Een menigte van vijftienduizend Napolitanen volgde vader Giovanni toen deze zijn dochter in een witte kist naar haar laatste rustplaats begeleidde. Zijn vrouw Carmella was, verdoofd door verdriet, thuisgebleven. Ze strooide vanaf het balkon bloemen over de baar.

Toen Annalisa werd begraven, klopte haar hart al in het lichaam van een Romeins leeftijdsgenootje verder. ,,Ik voel me wat beter, als ik daar aan denk. Ik wil dat kindje ooit gaan opzoeken'', zegt vader Giovanni daar nu over. Longen en andere organen van zijn dochter boden nog eens drie kinderen een toekomst.

Annalisa's witte kist was bedoeld als `teken van onschuld en hoop op nieuw leven'. Toen de stoet langs de vesting van de verzwakte camorraclan Giuliano en die van de Misso-clan kwam, schreeuwde de menigte: ,,Jullie moeten opkrassen uit Napels. Wij willen alleen vrede.''

Zo is Annalisa het symbool geworden van het nieuwe verzet tegen de camorra. De jonge priester van de wijk, Don Luigi Merola, verwoordde dit verzet toen hij tijdens de begrafenis onder veel bijval zei dat ,,de legaliteit moet groeien in deze wijk'' en ,,dat we voor niemand bang meer zijn''. Maar de vraag die de vader van Annalisa de volgende dag alweer stelde was wat er zou gaan gebeuren als de politie zich straks heeft teruggetrokken uit de wijk. Blijft iedereen dan uit angst weer binnen?

Kleutercrèche

Rosa Russo Iervolino, de burgemeester van Napels, staat op uit haar stoel en wijst naar het raam van haar klassiek gedecoreerde werkkamer. ,,Napels is rijk aan contrasten. De meerderheid van de mensen is goed, rustig, gul en heeft respect voor jongeren en ouderen. Maar we hebben hier ook te maken met een diepgewortelde organisatie, de camorra. Die is veel machtiger, rijker én wreder geworden na de overstap van sigarettenhandel op drugshandel in de jaren tachtig.''

Iervolino ontkent dat de politie jarenlang afwezig was in de volksbuurten zodat ze in de greep kwamen van de camorra. ,,Enkele weken geleden heeft de politie nog een bende van 24 harddrugsdealers opgerold'', zegt ze. Maar ondanks haar ontkenning belooft ze beterschap: ,,Ik heb net met de president van de regio en de minister van Binnenlandse Zaken besloten dat er in de straat waar Annalisa werd gedood een nieuw politiebureau komt.''

Daarmee zal ze de camorra niet verslaan, geeft ze toe. ,,Dat zal de Napolitaanse politie alleen nooit lukken.'' Daarvoor is de organisatie te vermogend en te zeer verweven met de internationale drugssyndicaten. Volgens schattingen heeft de camorra alleen in de drugshandel al een omzet van 16 miljard euro. Een dergelijk machtig apparaat is volgens Iervolino ,,alleen in samenwerking met de internationale politie te breken.''

Maar Iervolino wil niet alleen praten over de camorra. Ze beklemtoont dat Napels een rijk cultureel leven heeft. De theaters worden druk bezocht, vertelt ze, en de grootste boekhandel van Italië bevindt zich in deze stad. Ook op andere gebieden wordt dagelijks vooruitgang geboekt. ,,Vandaag nog heb ik in een buitenwijk een kleutercrèche voor tachtig kinderen geopend die de modernste faciliteiten biedt, morgen open ik een nieuwe markthal in een buurt.''

Ook volgens andere Napolitanen is er inderdaad veel gebeurd de laatste tien jaar. De jaren tachtig waren zwarte jaren. De stad was gedompeld in een diepe economische crisis, doordat de scheepswerven en de staalindustrie werden ontmanteld. Dertigduizend mensen verloren hun baan. Het waren ook de jaren van de camorra-oorlog. Na de aardbeving van 1980 streden de clans om aanbestedingen voor de herstelwerkzaamheden en om de lucratieve handel in drugs. Er vielen vele doden. Wie kon, trok weg uit de volkswijken.

,,Bovenop alle ellende kwam nog eens het Verdrag van Maastricht dat Italië dwong zijn publieke financiën op orde te brengen om mee te kunnen doen aan de monetaire unie'', vertelt Michele Gravande, de voorzitter van de lokale communistische vakbond. Er moest 50 miljard euro worden bezuinigd. Veel mensen die na hun ontslag nog een uitkering hadden raakten deze kwijt.

Maar na de arrestatie van veel camorrabazen en de schoonmaak in de politiek in het begin van de jaren negentig gloorde nieuwe hoop. De burgemeester werd voortaan direct gekozen, zodat hij minder afhankelijk zou zijn van corrupte politieke partijen. Antonio Bassolino kwam aan de macht namens de communistische partij. ,,Hij overtuigde de Napolitanen ervan dat ze zich op eigen kracht konden redden'', zegt Gravano. ,,Mensen waren zich bewust van de economische achterstand van de stad, maar trots op de eeuwenoude geschiedenis.''

De organisatie van de G7-top, van de machtigste industriële naties, in 1994 in Napels, leverde extra geld op van onder meer de Italiaanse staat. Met Barcelona als voorbeeld begon de verbouwing van de grauwe industriestad met de rug naar de zee tot een cultuurcentrum dat cruiseschepen en zeiljachten in de gemoderniseerde haven met open armen ontvangt. Een nieuwe metro die het mogelijk maakte om de auto uit delen van het stadscentrum te verjagen, was een belangrijk onderdeel van de metamorfose.

Wie nu de graffitivrije en met kunstwerken versierde metro verlaat bij Piazza Dante, komt boven in een glazen halte die zicht biedt op het heringerichte plein. Een paar schilderachtige straatjes verder is Piazza Bellini, waar zich één van de mooiste literaire cafés van Italië bevindt: Intra Moenia van historicus Attilio Wanderlinghe. Typemachines, inktpotten, poëziebundels, klokken, theepotten staan hier in vitrines, aan de muren hangen zeefdrukken.

Wanderlinghe was een van de honderden Napolitanen die begin jaren negentig vanuit de stad het offensief van burgemeester Bassolino steunden. Bij het autovrij krijgen van het plein voor zijn boekhandel nam hij het op tegen de camorra die daar de parkeergelden inde. ,,Ik ben bedreigd'', zegt hij. ,,Er zijn winkels uitgebrand. Maar de camorra is intelligent. Ze weet wanneer ze zich moet terugtrekken. Het voetgangersgebied is er gekomen.''

Maar sinds een aantal jaar stagneert de ontwikkeling, meent historicus Wanderlinghe. De echte problemen zijn niet opgelost. Napels blijft uit twee steden bestaan die naast elkaar en door elkaar leven, zegt hij. In vroeger eeuwen, toen de Bourbons over Napels regeerden, woonden arm en rijk weliswaar in dezelfde straten, maar waren ze sociaal toch strikt gescheiden. De heersers, die wreed optreden niet schuwden, spraken bijvoorbeeld Frans, het gewone volk Italiaans.

Diego Maradona

De camorra heeft deze traditie van scheiding van sociale klassen deels overgenomen. De onderwereldbazen groeiden uit tot de nieuwe heren van de stad. Het meest illustere voorbeeld is Luigi Giuliano, de oom van Salvatore die Annalisa als levend schild gebruikte. De Giuliano's leefden als koningen in hun wijk Forcella. In tegenstelling tot veel maffiabazen op Sicilië toonden ze hun rijkdom openlijk. Ze droegen chique pakken en dikke gouden armbanden, hun vrouwen lieten hun lippen en borsten opblazen voordat de Italiaanse filmsterren dit ook deden. In hun immense, rijk gedecoreerde appartementen ontving de familie Giuliano voetballer Diego Maradona. Hier schreef de grote baas Luigi poëzie, hier bestuurde hij de parallelle economie. En hier besliste hij over leven en dood van zijn opponenten en, indien nodig, wijkgenoten.

De camorrabazen hadden het monopolie op geweld. Dat is nu anders. Na de arrestatie van veel camorraleiders in de jaren negentig heeft de overheid verzuimd de leemte te vullen met politie en sociale initiatieven. Het zijn nu de veelal gedrogeerde nakomelingen van de camorra-bazen die het voor het zeggen hebben. Ze schieten wild om zich heen. ,,Ik zie het hier gebeuren'', zegt Wanderlinghe in zijn café. ,,Hier binnen zitten de intellectuelen te discussiëren, buiten op het plein staan de ragazzi met hun scooters klaar om de bollebozen te beroven als ze 's avonds laat naar huis gaan.''

Antropoloog en camorrakenner Stefanus de Malteis stelt vast dat er nu twee soorten camorra zijn: ,,Je hebt de stille camorra die actief is in de bouw en de internationale drugshandel en je hebt de camorra van de stegen die haar leiders is kwijtgeraakt en die vecht om elke straathoek die gebruikt kan worden als verkooppunt van cocaïne of hasj.''

Tot begin jaren negentig had de stille en grote camorra nauwe banden met de christen-democratische partij. Door onder meer steekpenningen wist zij de meeste aanbestedingen voor publieke werken te krijgen. Na 1993 lukte het burgemeester Bassolino de camorra buiten de grote aanbestedingen te houden van de bouw van de metro. ,,Maar inmiddels lijken corrupte elementen de politiek weer te infiltreren'', zegt De Malteis. ,,De camorra hoopt nu de ontwikkeling van het voormalig industrieterrein Bagnoli te krijgen, een miljardenproject dat voorziet in de bouw van een jachthaven, hotels en conferentiecentra. Het Bagnoli-project zal weer voorbijgaan aan de volksbuurten.''

Zo blijven de klassengrenzen goed zichtbaar in Napels. Wie vanaf de opgeknapte winkel- en flaneerstraat Via Toledo één van de kleine steegjes bergopwaarts inslaat, komt in de Quartieri Spagnoli waar bijna niets is veranderd. Hier wonen de rijken nog altijd op de hoogste etages en de armen in de bassi, de lage ruimten half onder straatniveau, die ooit door de Spanjaarden zijn gebouwd als stallen voor de paarden. Door de openstaande luiken kijk je zo op tafel of op bed. Bijvoorbeeld bij mevrouw Grazia Lanzetta (87), moeder van twaalf kinderen, die net zo leeft als de familie van de vermoorde Annalisa. ,,Ik heb op Berlusconi gestemd, maar ik heb me vergist'', zegt ze, terwijl een auto tegen haar boodschappenkarretje aanrijdt. ,,Er is nu weer meer vuilnis en minder politie op straat. Ik heb een dochter van veertig die onderwijzeres is, maar geen werk kan vinden.''

Om de hoek bevindt zich de buurtkerk Santa Maria del Carmine alla Concordia van pastoor Mario Zielo, geboren en getogen in de Quartieri Spagnoli en al 25 jaar buurtpastoor in de kerk. Hij is sceptisch over de vele investeringen in de stad van de laatste jaren. ,,We hoopten dat er iets moois zou gebeuren'', zegt hij. ,,Maar hier in deze wijk hebben we er weinig van gemerkt.'' Onder een beschimmeld plafond en met een dikke jas over zijn colbert en zijn trui vertelt ook hij dat een groot deel van de jongeren weliswaar nog het goede pad kiest, maar dat degenen die voor de camorra kiezen steeds gewelddadiger worden. ,,Sinds de bazen zijn gearresteerd, is de camorra een spartelend lichaam zonder hoofd. De wilde jongeren hebben het voor het zeggen. Ze rijden soms met een mitrailleur door de straten en zijn vaak onder invloed van drugs. Leven heeft geen waarde voor hen.''

,,Het is niet makkelijk om burgemeester van Napels te zijn'', erkent Iervolino, die steeds meer kritiek van haar burgers krijgt. ,,Het grote drama van Napels is het gebrek aan vaste banen.'' Aan de andere kant van de deur van haar kamer zitten zes klerken op leeftijd die door de stad worden betaald om duimen te draaien. Ze hebben tenminste nog een baan. Dit kan 28 procent van de Napolitaanse beroepsbevolking niet zeggen.

Maar een burgemeester behoort hoop te bieden. Ze gokt op het toerisme. Ze keert zich nogmaals naar het raam van haar kamer. ,,Als ik hier op mijn balkon sta, zie ik wekelijks cruiseschepen aanmeren. Zij brengen toeristen en welvaart naar de stad. Zolang deze schepen hier komen, is er hoop voor Napels.''

In de straten van Napels

hebben de wilde jongeren

het voor het zeggen