De dromenoorlog

Dreaming, Journal of the Association for the Study of Dreams vol. 14:1, maart 2004. Verschijnt vier keer per jaar. Zie www.apa.org/journals/drm.html In elektronische vorm ter inzage bij veel universiteitsbibliotheken.

DE WERELDWIJDE Association for the Study of Dreams (ASD) is – zo op het oog – een sympathieke wetenschappelijke vereniging die haar netten breed uitgooit. Niet ten onrechte, want wezen en functie van de slaap zijn nog altijd een wetenschappelijk raadsel. Laat staan dat er een duidelijk idee is van het nut van dromen. En dus prijkt er tijdens het congres van de ASD, 18 tot 22 juni aanstaande in Kopenhagen, werkelijk van alles op het programma. Uit droomenquêtes zal er bijvoorbeeld blijken dat IJslanders `spiritueel gezinde en grootse dromers zijn met een gezond slaapritme'. Maar ook wordt intrigerend onderzoek gepresenteerd over een verband tussen kietelen en dromen. Jezelf kietelen is in feite onmogelijk (de verrassing is er af) maar direct na een diepe droomslaap (in de REM-slaapfase) blijkt jezelf-kietelen wèl mogelijk, hetgeen wijst op enige verstoring van het lichamelijke zelfbeeld tijdens dromen.

Maar de nadruk ligt in Kopenhagen toch duidelijk op meer spirituele en therapeutische omgang met dromen, vaak op grote afstand van regulier wetenschappelijk onderzoek. Zo is er een soefi-dromensessie, gebaseerd op de Islamitische mystiek, waarbij deelnemers bereid moeten zijn hun eigen persoonlijke dromen te vertellen ``die mysterieus zijn en liefde of andere dimensies openbaren''. Ook wordt het belang van dromen voor kankerpatiënten belicht en wordt er 's nachts zelfs een `telepathische-droomwedstrijd' gehouden.

Het wetenschappelijke tijdschrift van de vereniging, Dreaming, is het meer serieuze uithangbord van de vereniging. Dit jaar is het tijdschrift onder de paraplu gekomen van de American Psychological Association, een vooraanstaande wetenschapsvereniging en uitgever van psychologische toptijdschriften. Het net verschenen maartnummer, het eerste onder de APA-vlag, bevat een interessant essay (een echt wetenschappelijk artikel is het eigenlijk niet) over de dominante rol van dromen in het El Qaida-terreurnetwerk.

Iain Edgar, van de University of Durham (ook present in Kopenhagen met een Islam-workshop), analyseert de beperkte gegevens die er zijn over de omgang met dromen door Osama bin Laden en zijn handlangers. In een van de video's die Bin Laden de wereld instuurde na de aanslag op New York en Washington op 11 september 2001, vertelt de terreurleider bijvoorbeeld over voorspellende dromen van zijn volgelingen. ``We speelden voetbal tegen de Amerikanen en toen ons team het veld opkwam waren de spelers allemaal piloten'', aldus de droom van Abu-al-Hassen Al-Masri. ``En hij wist niks van de operaties!'' onderstreept Bin Laden. Zo serieus werden deze dromen genomen dat Bin Laden zich zelfs zorgen maakte ``dat onze geheimen zullen uitlekken als iedereen er over gaat dromen'', zo zegt hij op de video. Over de ideologisch verwante Taliban-leider Mullah Omar wordt door zijn schoonfamilie verteld dat hij nooit het bevel voor een aanval gaf voordat hij een relevante droom had gehad. En van de Britse schoenbomterrorist Richard Reid zijn e-mails bekend waarin hij zich beroept op dromen als rechtvaardiging voor zijn daden en opvattingen.

Edgar traceert deze opvallende rol van de droom bij El Qaida in de geschiedenis van de islam. In openbaringsgodsdiensten als het christendom en de Islam, vastgelegd in bijbel en koran, worden `eigen' extra visioenen zoals voorspellende dromen niet vanzelfsprekend toegejuicht. En de profeet Mohammed wordt dan ook nog eens expliciet beschouwd als het zegel van de profeten, na hem was geen directe openbaring van profetieën meer mogelijk. Maar omdat in de Koran en in de verhalen over de profeet positief gesproken wordt over dromen, zijn dromen in de Islam toch nooit een echt probleem geweest. ``Heeft iemand nog interessante dromen gehad'', placht de profeet zelf aan zijn vrienden te vragen. Mohammed zou ook sommige openbaringen van de heilige teksten en zijn befaamde nachtelijke reis naar Jeruzalem met het aansluitende visioen van de hemelen tijdens een droom hebben ervaren. In het latere soefisme, de islamitische mystiek, was het vrij gebruikelijk om een geestelijk leidsman te ontmoeten in dromen – soms jaren voor de werkelijke ontmoeting.

Kortom, verwijzing naar dromen heeft belangrijke retorische waarde onder islam-terroristen en dromen worden misschien zelfs wel als serieuze informatiebron gebruikt. Helaas laat Edgar allerlei interessante vervolgvragen liggen. Is er misschien een verband tussen de waarde van dromen en de gespannen situatie waarin terroristen zich onvermijdelijk bevinden? Hoe gingen seculiere terroristen als Andreas Bader of Yasser Arafat eigenlijk om met dromen? En wat is de rol van dromen onder christelijke terroristen, zoals de radicale anti-abortusbeweging in de Verenigde Staten? Edgar zelf verliest zich helaas liever in nogal politiek getinte speculaties over een `Oorlog der Dromen' die in het Midden-Oosten zou heersen, want is de claim van Israel op het Heilige Land niet deels gebaseerd op de Bijbelse droom van Jacob in Genesis 28:10-15?

Wel interessant zijn Edgars opmerkingen dat een droom ideaal is als rechtvaardiging voor belangrijke stappen in het leven: onverifieerbaar èn met de onmiskenbare sfeer van hogere werelden. Hij vertelt zelfs over een droom van hemzelf, die hem als jonge man deed besluiten niet toe te treden tot een radicaal linkse groepering. In die droom werd hem door leden van die groepering gevraagd of hij bereid was zijn eigen vrouw te vermoorden. Nee, zei Edgar, en dat was het einde van de droom.

Verder in Dreaming onder meer een kritische bespreking van het werk van de neuropsycholoog Mark Solms die waardevol onderzoek heeft gedaan naar de dromen van patiënten met hersenbeschadigingen, maar die uitkomsten vervolgens sterk freudiaans zou interpreteren. In een antwoord wijst Solms de kritiek af.

Als hij beweert dat de huidige droomwetenschap `in het algemeen overeenkomt' met de freudiaanse theorie bedoelt hij namelijk niet veel meer dan dat dromen betekenisvol zijn, dat dromen interpretatie nodig hebben (`de beelden staan meestal voor een abstracter en complexer concept'). Verder is `freudiaans' dat dromen aangestuurd worden door basale emoties en neigingen en dat droomkennis ongeremd is: reflectie ontbreekt. ``Het gaat er niet om of Freud gelijk of ongelijk had, het gaat erom zijn werk af te maken'', zo besluit Solms zijn verdediging.