De digitale Irakees

Salam Pax is de schuilnaam van een jonge Irakees die vlak voor de Amerikaanse invasie een dagboek op internet bijhield. Al snel las de halve wereld mee. Van Saddam Hussein moest Pax niets hebben, maar van de Amerikanen verwachtte hij ook geen enkel heil. Portret van de sceptische Baghdad Blogger en zijn vrienden Raed en Gee.

Zoals de meeste journalisten in Irak had ik er tijdens de oorlog geen ¦auw idee van wie Salam Pax was. De naam kwam voor in e-mails uit Europa, zonder uitleg, alsof iedereen hem daar kende. Dure en trage sateliettelefoons nodigden niet uit tot veel websurfen, zodat het tot na de oorlog duurde voordat ik zijn weblog onder ogen kreeg. Het kon erger: journalist Peter Maass van The New York Times Magazine kwam er pas na terugkeer in New York achter dat Salam Pax niemand minder was dan zijn eigen tolk in Bagdad. Het duurde niet lang of Maass was een bekeerling. 'Salam Pax', schreef hij, 'was niet alleen de Anne Frank van de Irakoorlog maar ook zijn Elvis.'

Het was niet moeilijk te begrijpen waarom Salam Pax zoveel mensen in het westen had bekoord met zijn 'blog', een samentrekking van web en log, een soort dagboek op internet. Salam Pax was een Irakees, maar zijn culturele referentiepunten waren westers: het resultaat van een jarenlang verblijf in Oostenrijk, waar hij in de jaren negentig architectuur studeerde. Salam Pax schreef over Irak op een manier waarmee wij ons konden identificeren. Salam Pax was iemand zoals wij: een jongen die in zijn eigen woorden 'de Tao te Ching met meer interesse heeft bestudeerd dan de Koran', die zich af en toe lazarus drinkt, en die luistert naar bands als Deftones, Prodigy en Coldplay. Een homo op de koop toe. Nee, zo iemand kon in Irak eenvoudigweg niet bestaan.

'Wat is sexy'er?', vraagt Salam Pax eind oktober 2002 in zijn blog, 'een cia-stroman te zijn of een propagandastunt van het Saddam-regime?' Het was een reactie op de discussie die toen woedde op internet over de vraag of Salam Pax nu bestond of niet. Sommigen zeiden dat Salam Pax een Amerikaanse uitvinding was, bedoeld om steun voor de oorlog te verwerven, anderen dachten dat hij een propaganda-instrument van Saddam Hussein was. 'Hou alsjeblieft op met te vragen of ik besta of niet', schrijft Salam Pax op 21 maart 2003, de eerste dag van de oorlog. 'Geloof je het niet? Lees het dan niet. Ik ben niemands instrument - behalve mijn eigen dan.'

Geitenbaardje

De man die de hal van het Palestina-hotel in Bagdad komt binnenwandelen, bestaat wel degelijk. Maar hij beantwoordt niet aan het beeld van de hippe blogger. Salam Pax (30) ziet eruit als een boekhouder: vroeg kalend, met een geitenbaardje dat er niet helemaal in slaagt om grungy te zijn, en een paar kilo's te veel. Hij heeft een videocamera mee van bbc Newsnight, waarvoor hij een videodagboek uit Irak mag verzorgen. 'Noem het een vlog', zegt hij.

We praten in de sombere bar van het Palestina. Het interieur, zoals in zoveel hotels in Bagdad, lijkt te stammen uit een verfomfaaide a¦evering van het hippe magazine Wallpaper. Irak is blijven steken in de jaren zeventig: het was het laatste normale decennium.

Salam is zijn echte voornaam en Arabisch voor vrede, Pax is vrede in het Latijn. Samen vormen ze een woordspeling op Salman Pak, een militaire basis waar volgens de vs biologische wapens waren opgeslagen en terroristen werden opgeleid. Zijn achternaam houdt Salam Pax nog altijd liever geheim, en hij is afkerig van foto's.

Salam is vergezeld van zijn beste vriend en mede-blogger Raed Jarrar (26). 'Het is allemaal begonnen met Raed hier, die nooit zijn e-mail beantwoordde', zegt Salam. 'Raed was naar Jordanië vertrokken om daar te gaan studeren.' De blog was aanvankelijk een middel voor drie vrienden om in contact te blijven.

Ghaith Abdul Ahad (27) is het derde been van deze ideologische driehoek. Want het drietal mag dan veel gemeen hebben - ze zijn boezemvrienden, hebben alledrie architectuur gestudeerd en zijn alledrie bloggers - hun meningen over de invasie en bezetting van Irak liggen mijlenver uit elkaar.

Hoewel Raed zich het meest Amerikaans kleedt en zijn conversatie doorspekt met duh's en andere Amerikaanse tienerstopwoorden, is hij half-Palestijns, half-Iraaks, en fervent anti-Amerikaans. Ghaith - hij laat zich 'Gee' noemen, omdat dat makkelijker is uit te spreken - is een Iraakse christen en van het trio de meest uitgesproken pro-Amerikaan. Salam bezet het middenveld, ingeklemd tussen de extreme standpunten van de beide anderen.

'Op een avond kort voor de oorlog wilde Gee de blog versieren met Amerikaanse vlaggetjes', herinnert Salam zich. 'We waren ons aan het bezatten, en Gee haalde een laken van boven en begon er de Amerikaanse vlag op te schilderen. Om straks mee te zwaaien, zei hij. Raed was razend op Gee die avond. 'Tja', zegt Raed, 'Gee's houding was destijds de houding van veel Irakezen, ze wilden wel elke prijs betalen voor hun vrijheid. Ik was ook tegen Saddam. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen zomaar mijn land kan binnenvallen. Verandering moest van binnenuit komen. Dat was mijn standpunt.'

In die bewogen dagen hadden de drie vrienden wel meer verhitte discussies. Zij noemden die de Red Room Sessions, omdat ze plaatsvonden in Gee's ¦at die hij knalrood had geschilderd. Ze kwamen daar bijna elke avond bijeen met een voorraad goedkoop Iraaks bier en eten. Wanneer het bier op was, begon Raed de twee anderen gewoonlijk uit te schelden voor pragma-pigs, 'pragmatische varkens zonder principes'. Een enkele keer kregen ook Salam en Gee het aan de stok, zoals toen Salam op 16 maart 2003 in zijn blog had geschreven dat 'niemand in Irak deze oorlog wil'. 'Ik zei tegen hem: Jij hebt niet het recht om dat te schrijven. Wie heeft jou gekozen als woordvoerder van het Iraakse volk?'

Afgeluisterd

In die periode begon Salams weblog, geheel buiten zijn wil, bekend te raken in de buitenwereld, eerst binnen de subcultuur van de bloggers, later ook in de traditionele media. 'Het was vreemd', zegt Raed. 'De eerste keer dat we merkten dat mensen buiten Irak onze blog lazen, voelden we ons in ons kruis getast. Wie waren die lui? Het was alsof je telefoon wordt afgeluisterd.'

Tegelijk met zijn bekendheid nam Salams vrees toe ontdekt te worden door het regime. In december 2002, nadat Reuters en Yahoo France hem ongevraagd hadden geciteerd, probeerde Salam al zijn schrijfsels van internet te wissen. Zonder succes want de website blogspot bewaart automatisch alle archieven.

Gee wist aanvankelijk niet van de blog af. 'Salam was bang dat ik er via een Iraakse internetprovider naar zou gaan kijken, wat hem in de problemen had kunnen brengen. Maar langzamerhand begon hij erover te vertellen, hoe hij plotseling 3.000 lezers had, daarna 5.000, enzovoorts. Ik besefte pas hoe enorm het was, toen ik eens op de BBC een verslag hoorde over een Iraakse blogger. Dat bleek Salam te zijn.'

Dat het uiteindelijk Salam was die beroemd werd met zijn bloggen, en niet Raed of Gee, is niet verwonderlijk. Niemand kon het zo mooi opschrijven als hij, en meer dan eens gaf hij blijk van meer inzicht dan de experts. Neem deze passage van 20 oktober 2002, die een merkwaardig accurate beschrijving is van wat volgen zou: 'Ik ben bang dat de Irakezen niet begrijpen wat een invasie met zich mee zal brengen. Het echte werk moeten we zelf doen. Als we op onze krent blijven zitten, zal Irak straks bestuurd worden door buitenlanders. Het probleem is dat wij Irakezen er zo aan gewend zijn om bevelen op te volgen dat we fatalisten zijn geworden die in alles 'maktub' zien, de hand van God. [...] Ik hoop maar één ding, en dat is dat onze Amerikaanse vrienden straks niet vergeten een hoop extra exemplaren van Democracy for Dummies mee te brengen.'

Af en toe werd het hem te veel, zoals toen hij zich weer eens moest verdedigen tegen een Amerikaanse lezer die de Irakezen ondankbaarheid verweet: 'Fuck us, huh?', mailde de Amerikaan. 'Goed, rot dan maar weg onder Saddam! Wij zijn niet verplicht jullie te helpen. Wees liever blij dat we de moeite doen.'

'Honeybunny', antwoordde Salam, 'niemand heeft jullie verdorie gevraagd om hier naar toe te komen. Steek jullie thingy niet op plaatsen waar je niets te zoeken hebt. Hij zou wel eens gekneusd kunnen raken.'

Toen op 20 maart 2003 de oorlog begon, bracht Salam nog enkele dagen verslag uit van de bombardementen op Bagdad. En toen, tot ontsteltenis van zijn fans overal ter wereld, werd het stil. Meer dan een maand werd van de Baghdad Blogger niets meer vernomen. Tot op 7 mei 2003 bevriend blogger Diana Moon in New York een e-mail kreeg uit Bagdad met daarin Salams relaas van de oorlog. Het was een vrij droog en feitelijk verslag: de gebruikelijke branie ontbrak. Wie zal het hem kwalijk nemen? Living in my headphones. The best place to be these days.

De naoorlogse Salam Pax is bitterder dan tevoren, anti-Amerikaanser ook. Het is een kentering die veel Irakezen hebben doorgemaakt, toen ze erachter kwamen dat ook in het post-Saddam-tijdperk de Iraakse straten niet met goud waren geplaveid. 'Zes maanden, six fucking months', zei hij begin november vorig jaar, 'het is lang zonder een enkele verandering, afgezien van prikkeldraad en Amerikaanse tanks in de straten.'

'Nu zitten de Amerikanen in Saddams paleizen ', valt Raed hem bij, 'en ze behandelen de mensen op precies dezelfde manier als het regime dat deed.' De beste manier om de Amerikanen te treffen, zegt Salam, is een staking van de tolken organiseren. 'Ze zouden geen idee meer hebben van wat zich buiten de paleismuren afspeelt.'

Salam heeft aan den lijve ondervonden dat de Amerikanen niet altijd over de beste inlichtingen beschikken, toen ze op een nacht zijn huis binnenvielen. 'Het was een veelzeggend incident. De reden was dat er 'Soedanezen' bij ons aan huis zouden zijn geweest. De Amerikanen dachten dat het om moslimextremisten ging. In feite waren het zwarte Irakezen uit Basra, timmerlieden die door mijn moeder waren ingehuurd om de keuken te verbouwen!'

Salams familie werd niet mishandeld, 'waarschijnlijk omdat wij allemaal Engels spreken. Want hoe gaat zoiets? De Amerikanen vallen in het holst van de nacht een huis binnen zonder een tolk mee te nemen. De vader gaat met de Amerikanen praten om de vrouwen de tijd te geven om zich aan te kleden en hun hoofd te bedekken. Maar de Amerikanen denken dat de vader iets te verbergen heeft, en dus geven ze hem een klap met een geweerkolf en trappen de deur in van de kamer waar de vrouwen zich aan het aankleden zijn.'

Salam en Raed hebben hoofdschuddend toegekeken hoe de Amerikanen de ene fout na de andere maakten. 'De Amerikanen hadden geen plan', zegt Salam. 'Het is typisch voor de Amerikanen dat ze nooit vooruitkijken. Ze pakken de problemen pas aan wanneer ze zich voordoen. Het is de soldaat die zijn overste oproept op de radio en zegt: Sir, we have a problem. Wat doen we nu?'

Raed ziet het somber in. 'Er is echt geen verbetering in zicht. Een nieuw Algerije is het beste waar we op kunnen hopen. Want terwijl de Amerikanen lagen te slapen, heeft Al-Sadr in het zuiden een heus leger opgebouwd.'

Moqtada Al-Sadr is de angry young man van de Iraakse sji'ieten, de radicale religieuze leider die begin april 2004 zijn Leger van de Mahdi losliet op de Amerikanen.

Salam Pax zag dat vorig jaar al aankomen. 'Soms denk je aan emigreren', zei hij toen. 'Steeds weer geef je jezelf een nieuwe deadline. Oké, zodra Al-Sadr de oorlog verklaart aan de Amerikanen, dán vertrek ik.'

'Vroeger wisten we tenminste waar de problemen waren, waar je voor moest oppassen', zegt Salam. 'Tegenwoordig kan het gevaar overal vandaan komen, van het oude regime, van de sji'ieten, de wahabisten, de Amerikanen...'

'Voor mensen zoals wij is er niks om zich mee te identificeren', zegt Raed. 'Ze hebben het voortdurend over die verkiezingen, maar ik zou niet weten op wie ik moest stemmen.'

Goede zaken

Hoe bitter ze ook zijn over hun nieuwe heersers, het valt niet te ontkennen dat de drie vrienden, ieder op hun manier, sinds de oorlog goede zaken hebben gedaan. The Guardian nam contact op met Salam, en de Britse krant bood hem prompt een column aan. Zijn blog werd als eerste ter wereld in boekvorm uitgegeven, onder de titel Het Clandestiene Oorlogsdagboek van een Gewone Irakees. En inmiddels heeft hij zijn videodagboek op de bbc.

Zijn vriend Raed zocht het eerder in de idealistische hoek. Na de oorlog deed hij mee aan een onderzoek naar on- schuldige burgerslachtoffers. 'Ik had het gevoel dat ik iets moest doen', zegt hij. Het resultaat van de studie, uitgevoerd in samenwerking met de Amerikaanse niet-gouvernementele organisatie civic, was minder spectaculair dan verwacht. Volgens schattingen waren er in de periode van 20 maart tot 26 april 10.000 doden gevallen. Na een kwaliteitscontrole bleven er 'slechts' een goeie 2.000 over. Hoe komt het, vraag ik, dat de Irakezen zelf hun burgerslachtoffers uit de oorlog zo zelden ter sprake brengen?

'Dat is niet zo verwonderlijk', zegt Raed. 'De Irakezen hebben de laatste decennia zoveel mensen verloren dat er een gewenning is opgetreden. Ik zal nooit vergeten hoe onze schoonmaakster reageerde toen ik op een dag naar haar familie vroeg. Twee van haar kinderen bleken gedood en een ander gewond. Haar echtgenoot werd gewond door granaatscherven in 1991. Een neef sneuvelde tijdens de slag om de luchthaven van Bagdad. ”En gisteren is de man van mijn dochter vermoord door een carjacker. Zo, nu moet ik echt doorgaan met schoonmaken”, zei ze.' Maar, zegt Raed beslist, 'dit geeft de Amerikaanse regering absoluut geen excuus om zomaar 2.000 onschuldige burgers te doden.'

Gee heeft een heel ander parcours afgelegd. Vlak na de oorlog ging hij aan de slag als vertaler voor The New York Times; nu werkt hij als journalist bij Reuters. Ik ontmoet hem in maart 2004 bij het zwembad van het huis van The Guardian, waar hij een kamer huurt. Kort tevoren hebben hij en Raed de eerste verjaardag van hun slaande ruzie over de oorlog gevierd. Hun standpunten waren nog geen millimeter dichter bij elkaar gekomen. 'Ja, ik wilde die oorlog en ik wilde de bezetting', zegt Gee. 'En weet je wat: als we het konden overdoen, zou ik er opnieuw voor kiezen. Want wat Raed ook zegt: de Irakezen zelf zouden het regime van Saddam nooit omver hebben geworpen.'

Uit elkaar gevallen

Er is de afgelopen maanden een hoop veranderd in Salams vriendenkring. Wat de oorlog niet voor elkaar kreeg, heeft de tijd na de oorlog wel gedaan: het vriendentrio is uit elkaar gevallen. Raed is gedesillusioneerd naar Jordanië teruggekeerd om zijn studie af te maken. Hij maakte ruzie met zijn Amerikaanse partner in civic, omdat die de resultaten van het onderzoek nooit bekend heeft gemaakt. In januari leverde hij een laatste, bittere, bijdrage aan de blog die nog steeds zijn naam draagt. Daarna begon hij met een eigen blog, onder de naam Raed In The Middle. Salam en Raed hebben elkaar in maanden niet meer gesproken.

Salam en Gee zien elkaar nog wel af en toe. Ze waren samen in Kerbala toen daar begin maart een reeks bommen ontplofte die rond de 200 doden kostte. Salam is vervolgens naar Londen vertrokken voor de montage van zijn videodagboek. Het is ironisch dat Salam Pax, de spreekwoordelijke 'gewone Irakees', steeds minder tijd doorbrengt in Irak. Zoals het ook ironisch is dat uitgerekend Gee, de pro-Amerikaan, de enige van de drie is die het afgelopen jaar door de Amerikanen is gearresteerd en mishandeld. Tot tweemaal toe zelfs.

'Zo, dus jij spreekt Engels, motherfucker?', had de Amerikaanse soldaat gezegd toen Gee hem probeerde duidelijk te maken dat hij voor The New York Times werkte en heus geen verzetsman was. 'Proberen jullie zó onze hearts and minds te winnen?', had Gee nog geprobeerd. 'Ik geef geen ene fuck om jullie hearts and minds', antwoordde de Amerikaan. 'Het enige wat ik weet, is dat het jullie schuld is wat er op 11 september is gebeurd.'

Toch heeft dit Gee's mening niet veranderd. 'Misschien ben ik ondertussen wel de enige Irakees die nog vindt dat de bezetting een goeie zaak is', zegt hij lachend. 'Ik ben wel bang geworden van de Amerikaanse soldaten. Maar als ik door Saddams geheime dienst was gearresteerd, had ik het waarschijnlijk niet overleefd. Dit gaat niet om mij. Het gaat om Saddam, en dat hij weg is.'

Gee had twee goede redenen om voor de oorlog te zijn. 'De eerste is algemeen. Ik vind dat alles wat we het voorbije jaar hebben gezien - de burgerdoden, de plunderingen, de bomaanslagen, de algemene chaos - nog altijd tien keer beter is dan wat we hadden onder Saddam. Jullie hebben er geen idee van hoe erg dat was. Ik heb zelf nooit een familielid verloren, niemand van mijn familie is ooit gefolterd, en ik was geen held van de oppositie. Ik was gewoon een dienstweigeraar, zoals miljoenen jonge Irakezen, en ik heb zes jaar moeten onderduiken. Saddam, dat was zoals de nazi's. Ik heb 1984 van George Orwell wel zeven keer gelezen. Wij leefden met diezelfde angst. De angst verklikt te worden door de buren. De lompheid van de elite, die geen enkele verdienste had behalve dat ze tot Saddams clan behoorde: een stel idioten die ons land naar de afgrond voerde.'

De tweede reden was persoonlijker. Onder Saddam, zegt Gee, 'had ik het gevoel dat ik mijn lot niet in handen had. Ik heb geprobeerd mezelf het land uit te smokkelen, maar dat is mislukt. Ondertussen kon ik in Irak mijn opleiding niet afmaken of een fatsoenlijke baan krijgen, omdat ik niet in dienst was geweest. De oorlog was voor mij een ontsnapping. Het was niet alleen de bevrijding van Irak, het was ook de bevrijding van mij. Een jaar geleden was ik niks. Ik haatte mijn baan en mijn leven, maar ik kon er niks aan veranderen, omdat ik geen opties had.'

Nu, zegt Gee, zijn er bijna te veel opties. 'Ik krijg aanbiedingen van andere mediaorganisaties die me bij Reuters willen wegkopen. Ik heb mijn twijfels. Ik zou graag fotograaf worden, of freelance gaan schrijven. Het is allemaal erg verwarrend en moeilijk. Wij Irakezen zijn niet gewend om zulke beslissingen te nemen.'

Niet dat Gee vindt dat de Amerikanen het goed hebben gedaan in Irak, integendeel. 'De vs hadden de kans om in Bagdad het grootste standbeeld voor de Amerikaanse soldaat ter wereld krijgen, maar ze hebben die kans verspeeld. De meeste Irakezen waren ten volle bereid om Amerikaanse onderdanen te worden, daar ben ik van overtuigd. Wij hadden iets van: laat ze maar komen, die Amerikaanse waarden en instellingen waarover we zoveel gehoord hebben. Maar er kwam niets.'

En toch kan Gee heel erg kwaad worden, als mensen zeggen dat het beter was onder Saddam, omdat er toen tenminste elektriciteit was. 'Ik ben bereid de rest van mijn leven zonder elektriciteit te leven als het betekent dat Saddam weg is. Er is meer in het leven dan elektriciteit alleen, er is vrijheid, democratie. Oké, Irak is nog geen democratie, maar er is een soort van democratie aan het ontstaan. Ik sprak onlangs met een vrouw die boos naar haar gemeentebestuur was gestapt, omdat die niets deden voor haar buurt. Onder Saddam was zoiets ondenkbaar. De overheid, die was er alleen om je geld af te troggelen, je familieleden te folteren, je zoon naar het leger sleuren of zijn oor af te snijden als hij dienst weigerde. Wij Irakezen komen uit de duisternis, dit zijn onze eerste voetstappen in het daglicht.'

Gee is inmiddels gestopt met zijn blog, omdat hij bloggen vanuit Irak vandaag 'een gevaarlijke bezigheid' vindt. 'Het was oké tijdens de oorlog, omdat Salam de enige was die een ander geluid liet horen. Maar ik heb gemerkt dat je enorm veel macht hebt als blogger. Ik had gemiddeld 15.000 lezers per dag, en kreeg honderden e-mails. Het probleem is dat mensen mijn persoonlijke beschouwingen zagen als het standpunt van de gemiddelde Irakees. En dat klopt gewoon niet.'

Gee heeft nog altijd moeite met de manier waarop Salam zich in het buitenland opwerpt als dé woordvoerder van het Iraakse volk. Salam antwoordt dan dat 'een woordvoerder precies is wat het Iraakse volk op dit moment nodig heeft'. En daar heeft hij misschien wel een beetje gelijk in, moet Gee toegeven.

Er is één passage die het dilemma van mensen als Salam, Raed en Gee perfect illustreert. Het komt uit Salams column in The Guardian. 'Wat schort er aan de volgende zin: Ik zit in een auto die naar Fallujah gaat met de Pretenders op tien en de airconditioning op super-freeze? Wat er aan schort, is dat het niet kan blijven voortduren. Er komt een moment waarop we in Fallujah arriveren en ik uit de auto zal moeten stappen en een oplawaai zal krijgen van Madam Reality, omdat ik geprobeerd heb aan haar greep te ontsnappen.'

Salam en de zijnen mogen dan een verfrissend alternatief zijn voor het Iraakse archetype, de realiteit is dat de meeste Irakezen beslist geen bloggende homoseksuele architectuurstudenten zijn. Op 25 januari 2004 sneed Salam het probleem zelf aan in zijn blog. Aanleiding was een recensie op Amazon.com van Salams boek. 'Salam Pax kan met de beste wil ter wereld geen gewone Irakees genoemd worden', schreef een kritische lezer. 'Hij is homoseksueel, agnosticus, in het westen opgeleid en heeft de helft van zijn leven buiten Irak doorgebracht. Een gewone Irakees? I don't think so.'

Nee, schreef Salam ten antwoord, 'wij zijn geen gewone Irakezen. De meeste gewone Irakezen bekijken ons met argwaan. Wij wantrouwen religie, en we hebben een grote bek die ons regelmatig in de problemen brengt. De gewone Irakees zou ons ongelovige honden nog het liefst een pak slaag geven. En dan vergeet ik nog te vermelden dat ik een pervert ben. De manier waarop ik naar mannen kijk, maakt hen ongemakkelijk.'

De toekomst zal uitwijzen of er in het nieuwe Irak ook plaats is voor 'ongewone' Irakezen zoals Salam, Raed en Gee. Begin april verklaarde de sji'itische leider Moqtada Al-Sadr de oorlog aan de Amerikanen. Het was de deadline die Salam Pax zichzelf had gegeven om uit Irak te vertrekken. Hij was op dat moment in Londen. Bagdad is steeds onveiliger geworden sinds de gevechten tussen Amerikanen en soennitische rebellen in Fallujah. Salam Pax is - tijdelijk? - gestopt met zijn weblog. 'Ik geloof dat hiatus het juiste woord is', schrijft hij in zijn laatste aantekening op 10 april. 'Dank u wel, dames en heren.'

Tenslotte blijkt zelfs Gee's optimisme niet bestand tegen de realiteit. Ik bel hem in Bagdad na de publikatie van de Amerikaanse foto's van de vernederingen van de Iraakse gevangenen in de gevangenis Abu Ghraib. 'Weet je nog dat ik zei dat ik misschien wel de laatste Irakees was die de bezetting een goed idee vond? Nu voel ik mij persoonlijk beledigd telkens als ik op straat een Amerikaanse soldaat zie. Ik heb altijd gezegd dat de chaos van het naoorlogse tijdperk in het niets verzonk bij de verschrikkingen van het Saddam-tijdperk. Maar dit is anders. Dit kan niet meer toegedekt worden met het excuus dat de Amerikanen ons toch maar van Saddam hebben gered. Want de mensenrechten waren juist de reden om Saddam omver te werpen, dát was het criterium. Over mensenrechten mag je geen compromissen sluiten. En als zelfs ík mij zo voel, dan begrijp je hoe de meeste Iraki's zich voelen. M

Gert van Langendonk is journalist in Bagdad.

Blog-adressen:

Salam Pax: www.dear_raed.blogspot.com;

Ghaith Abdul Ahad: www.geeinbaghdad.blogspot.com;

A Family in Baghdad: www.afamilyinbaghdad.blogspot.com;

Raed Jarrar: www.raedinthemiddle.blogspot.com;

Khalid Jarrar: www.secretsinbaghdad.com;

Majid: www.me-vs-myself.blogspot.com.

Salam Pax, Het Clandestiene Oorlogsdagboek van een Gewone Irakees, is in het Nederlands verschenen bij uitgeverij Het Spectrum.

[streamers]

Salam Pax was iemand zoals wij. Een jongen die zich af en toe lazarus drinkt en luistert naar de Deftones en Coldplay.

Wanneer het bier op was begon Raed de twee anderen gewoonlijk uit te schelden voor pragma-pigs, varkens zonder principes.

'Ik hoop maar dat onze Amerikaanse vrienden straks extra exemplaren van Democracy for Dummies meebrengen.'

'Soms denk je aan emigreren. Steeds weer geef je jezelf een nieuwe deadline.'

'Misschien ben ik nu wel de enige Irakees die vindt dat de bezetting een goeie zaak is', zegt Gee.

'Een vrouw die boos naar de gemeente stapte omdat die niets deed voor haar buurt. Dat is toch fantastisch!'

    • Gert van Langendonk