De chaos van de oliemarkt

De olietermijnmarkt in New York maakt woelige tijden door. De hoge olieprijs biedt kansen voor handelaren. Geen plek voor fijnbesnaarde zielen.

Mike, een twintiger met het uiterlijk van een ijshockeyer, heeft zich in de eerste week van zijn stage op de New Yorkse olietermijnmarkt niet verveeld. Als zogenaamde card clocker neemt hij midden op de beursvloer alle certificaten van termijncontracten in ontvangst en haalt ze door een stempelapparaat. Dat lijkt een onschuldige administratieve functie, ware het niet dat hij de certificaten van handelaren uit alle richtingen krijgt toegesmeten. Zo hard, dat Mike er een snee in zijn hals aan heeft overgehouden. ,,De stage was een idee van mijn vader, die handelaar is'', zegt hij, met een glimlach. ,,Het leek hem een leerzame ervaring.''

De New York Mercantile Exchange, 's werelds grootste markt voor oil futures ofwel olietermijncontracten, maakt woelige tijden door. Dinsdag, toen de markt voor het eerst openging na het lange Memorial Day-weekend, schoot de prijs van light sweet crude, de olie die hier wordt verhandeld, door tot 42 dollar per vat, een niveau dat nog niet eerder was bereikt sinds het contract in 1983 werd geintroduceerd. Woensdag werd die winst onmiddellijk weer weggevaagd. Donderdag echter, nadat oliekartel OPEC de produktie-quota had verruimd, ging de prijs vreemdgenoeg eerst opnieuw omhoog, om daarna weer langzaam te zakken. Gisteren sloot hij op 38,49 dollar.

,,Zo'n gekkenhuis heb ik niet meer gezien sinds de eerste Golfoorlog'', zegt woordvoerster Nachamah Jacobovits van de NYMEX terwijl ze vanaf het persbalkon neerkijkt op het kluwen van handelaren op de beursvloer, gelegen op een steenworp afstand van de bouwput van het World Trade Center.

Net zoals de New Yorkse aandelenmarkt op Wall Street, maakt NYMEX nog altijd gebruik van het zogeheten open outcry systeem, waarbij kopers en verkopers van termijncontracten elkaar met handgebaren en vooral ook verbaal tegemoet treden. De International Petroleum Exchange in Londen, de andere grote oliemarkt, waar Brent olie uit de Noordzee wordt verhandeld, opereert via elektronische netwerken. De New Yorkers houden vol dat fysieke menselijke interactie de handel bevordert.

In de trading pit ofwel 'hoek' voor ruwe olie, ter linkerzijde van de beursvloer, is de sfeer veel hectischer dan in die voor bijvoorbeeld stookolie of aardgas. Het is een geduw, getrek en geschreeuw van jewelste. Geen plek voor fijnbesnaarde zielen dus, maar er zijn grenzen. Wie een klap uitdeelt krijgt een boete van duizend dollar.

Bij het zien van zulke chaos, en zulke grillige koersen, rijst de vraag wie weet wat hier aan de hand is. ,,De logica is ver te zoeken'', zegt een vrouwelijke handelaar, die rond het middaguur buiten een sigaret staat te roken. ,,Ik bedoel, als OPEC de produktie opschroeft, dan verwacht je toch dat de prijzen omlaag gaan?

[vervolg OLIEMARKT: pagina 25]

OLIEMARKT

Terreur stuwt de prijs

[vervolg van pagina 23]

Deze markt is mij te wispelturig. Ik wacht tot na de zomer, als de rust weer wat is teruggekeerd.''

David Brodkin, een jongeman in een blauw hesje die voor eigen rekening handelt, geniet juist van alle opwinding. ,,Ik zie olie makkelijk stijgen tot vijfenveertig, vijftig dollar,'' zegt hij. Zijn theorie? ,,Er zijn gewoon teveel mensen over de hele wereld die ons haten.''

Het is niet de eerste keer dat de olieprijs neigt naar de veertig dollar per vat van 159 liter. In de aanloop naar de oorlog in Irak gebeurde hetzelfde. En vergeleken met de jaren zeventig en zelfs de jaren negentig ligt de olieprijs nog altijd laag. In huidige dollars zou een vat olie in 1990 zo'n 50 dollar hebben gekost en in de jaren zeventig zelfs 90 dollar.

Refco, een groot handelskantoor voor derivaten, doet dankzij de hoge olieprijs uitstekende zaken. ,,Steeds meer beleggers, met name hedgefunds, zien in dat olie een hoger rendement heeft dan veel aandelen'', zegt Refco-analist Nauman Barakat. Volgens hem is het einde van de stijgende markt nog niet in zicht. ,,De terreur aanslag in Saoedi-Arabie van vorige week heeft de wereld ervan doordrongen dat het gevaar voor de olie-voorraden reëel is'', zegt hij. Tel daarbij op de wankele situatie in Irak, mogelijke aanslagen tijdens de congressen van de democatische en republikeinse partijen in de VS, en de penibele positie van president Hugo Chávez in Venezuela, een belangrijk olie-producerend land, en je hebt een angst-premie van tien dollar of meer per vat.

Maar uiteindelijk, zegt Barakat, wordt een hoge prijs gedreven door de toenemende vraag. ,,In Peking worden dertigduizend auto's per dag verkocht. China en India hebben een enorme honger naar olie.''

Op korte termijn valt er weinig van de olieprijs te zeggen, behalve dat hij grillig is. Voor speculanten, die werken met allerlei ingewikkelde financiele instrumenten tegelijk, zoals opties op termijncontracten, en opties op het prijsverschil tussen verschillende contracten, is grilligheid ook het enige dat hen interesseert. Aan een stabiele koers hebben ze niets want daarop valt weinig winst te behalen.

Bij de uitgang van het NYMEX-gebouw maakt een dozijn traders, allemaal mannen van onder de vijfendertig, aan het einde van de werkweek de balans op. Zij die ,,aan de verkeerde kant zaten van een transactie'', zoals dat heet, lopen zwijgend door naar de metro. De winnaars, vaak nog schor van het loven en bieden, bespreken op luide toon waar zij het weekend zullen doorbrengen: Atlantic City of Las Vegas.