De bloederij der dieren

Ter gelegenheid van de Europese verkiezingen wijdt Pieter Steinz deel 23 van zijn serie over thema's in de wereldliteratuur aan politieke fictie in het algemeen en George Orwells Animal Farm in het bijzonder.

Het is een van de hartverscheurendste scènes uit de wereldliteratuur: de manier waarop Boxer, het dappere werkpaard uit George Orwells dierenfabel Animal Farm (1945), zijn einde tegemoet gaat. Na jaren van onzelfzuchtig zwoegen, ter meerdere eer en glorie van de boerderij, is zijn lichaam op. Halfdood zal hij naar een nabijgelegen ziekenhuis gebracht worden, in afwachting van een welverdiend pensioen. Maar op de vrachtwagen die Boxer wegrijdt, ontdekken de dieren een andere bestemming: een paardenslager annex lijmkoker. En als Boxer door het geschreeuw gealarmeerd wordt, is het te laat; de hoeven die nog niet zo lang geleden luciferhout van de hele vrachtwagen hadden kunnen maken, missen nu zelfs de kracht om de deur in te trappen.

Het wegvoeren van Boxer, het zoveelste slachtoffer van de revolutie die de dieren (maar niet alle dieren) aan de macht heeft gebracht, is een sleutelscène in een satire vol sleutelscènes. `Een sprookje' luidde Orwells ondertitel bij Animal Farm, maar het lezerspubliek na de Tweede Wereldoorlog had geen moeite om de historische parallellen te zien. De verdrijving van de dronken Mr. Jones van Manor Farm, dat was de Russische Revolutie van 1917. Het revolutionaire varken dat zijn populairdere medestrijder met geweld wegwerkt, dat was Stalin die afrekende met zijn concurrent Trotski. De verkrachting, door een kleine groep varkens, van de Zeven Geboden van het Animalisme (waaronder `All animals are equal'), dat was het verraad van Karl Marx' socialisme door de zogenaamde communisten in de Sovjet-Unie. `Alle revoluties zijn mislukkingen' zou Orwell later zeggen, `maar ze mislukken niet allemaal op dezelfde manier.'

Met Stalins communisten had George Orwell (pseudoniem van Eric Arthur Blair) hardhandig kennisgemaakt, toen hij meevocht in de Spaanse Burgeroorlog. De trotskistische militie waarbij Orwell zich had aangesloten, bleek niet de nationalistische generaal Franco als geduchtste vijand te hebben, maar de despoot Stalin, die de opdracht gaf de Spaanse trotskisten in 1937 te `zuiveren'. Dezelfde Stalin die vijf jaar later een bondgenoot was in de strijd tegen Hitler, en over wie Engeland tijdens de oorlog geen kwaad woord wenste te horen. Het verbaasde Orwell dan ook niet dat het in 1943-'44 geschreven Animal Farm door verschillende uitgevers geweigerd werd, onder meer door de dichter-redacteur T.S. Eliot, die schreef dat `dit niet het juiste perspectief was om de huidige politieke situatie te kritiseren'.

George Orwell, die zijn afkeer van het totalitarisme in 1949 eens te meer meesterlijk zou verwoorden in Nineteen Eighty-Four, beschouwde zichzelf eerder als een politiek schrijver dan als een romancier. Maar de basis van zijn variatie op de aloude dierensatire was naast de traumatische ervaring in Catalonië ook bewondering voor Jonathan Swift, die de titelheld van Gulliver's Travels onder meer een avontuur temidden van wijze dieren liet beleven. In een voorwoord bij de Oekraïense vertaling van Animal Farm (dat tegenwoordig in zeventig talen te lezen is) schreef Orwell overigens dat hij het idee voor het boek kreeg toen hij een klein jongetje met behulp van een zweep een enorm karrepaard in het gareel zag houden. `Ik bedacht me dat als dit soort dieren zich bewust werden van hun kracht, wij geen enkele macht meer over hen zouden hebben, en dat de mensen de dieren ongeveer net zo exploiteerden als de rijken het proletariaat.'

Tijdens de Koude Oorlog werd Animal Farm gelezen als een allegorie op de situatie in de Sovjet-Unie. Toen de herinnering aan Stalin en de Russische Revolutie vervaagde, zag men Orwells satire als een analyse van de ontwikkeling van het totalitarisme. En nu, in een tijd waarin de Dierenpartij aan aanhang wint en de vanzelfsprekende exploitatie van (eetbare) dieren onder vuur ligt, is het boek opnieuw actueel. Niet dat dát de reden zou moeten zijn om Animal Farm te lezen. Want waar vind je een boek dat scherp én ontroerend én grappig is? En dan ook nog dun.

Reacties: steinz@nrc.nl

George Orwell: `Animal Farm' (onder meer verkrijgbaar in Engelstalige edities van Signet en Penguin Classics).

Volgende week: spionage. Besproken boek:

`Hoffmann's honger'

van Leon de Winter