`Darfur' bedreigt regering Soedan

De Afrikaanse rebellie in de Soedanese regio Darfur is verslagen. Maar er dreigen gevaren voor de stabiliteit van het regime.

Een groepje kamelen eet de sappige mango's uit de bomen in Krenic, een plaats in de West-Soedanese regio Darfur. Het stadje in het woongebied van de Afrikaanse stam de Masalit is overspoeld met duizenden ontheemden, allen eveneens van de Masalit. De macht over Krenic hebben sinds enkele maanden echter niet meer de Afrikaanse Masalit maar Arabische Soedanezen. Hun kamelen verdringen zich bij de waterplaatsen en op de markt wemelt het van de strijders van de Arabische militie de Janjaweed. De Afrikanen worden lastig gevallen door de Janjaweed-strijders die opereren vanuit een basis aan de andere zijde van de rivierbedding. Het handjevol Soedanese regeringssoldaten laat de militie de vrije hand.

Het kleine beetje voedselhulp dat de ontheemden ontvangen komt van een Soedanese regeringsorganisatie, de Humanitaire Hulpcommissie (HAC), volgens de ontheemden en andere bronnen een mantelorganisatie voor de geheime dienst. ,,Wij kunnen niet meer terug naar onze verbrande dorpen, zolang de Janjaweed ons woongebied beheerst is het te gevaarlijk'', vertelt een ontheemde in Krenic. Een ambtenaar van HAC luistert mee en maakt noties en er verschijnt angst op het gezicht van de ontheemde. Toch gaat hij verder: ,,Vroeger kwamen de Arabische nomaden alleen in het droge seizoen met hun vee om te grazen. Ze mochten tot in juni de droge stengels van onze akkers als veevoer gebruiken. Maar nu hebben ze ons bezet en ze gaan nooit meer weg.''

De traditionele strijd om land is een van de oorzaken van het nu anderhalf jaar oude conflict in Darfur tussen Afrikaanse rebellen en regeringstroepen plus Janjaweed. Maar zeker niet de voornaamste, zoals de regering doet voorkomen. De dieperliggende achtergrond is politiek en raciaal. ,,Er is niets spontaans aan de crisis in Darfur'', zegt een Soedanese analist in de hoofdstad Khartoum. ,,De Janjaweed is het speerpunt van de regeringsstrategie om een Afrikaanse opstand te verslaan. Deze militie is bedacht en gevormd door een groep binnen de regering en de veiligheidsdiensten.''

De Janjaweed vormt vermoedelijk de grootste troepenmacht in Darfur, groter dan de twee Afrikaanse rebellenbewegingen en omvangrijker dan de regeringstroepen. De Janjaweed wordt niet alleen gebruikt door de regering maar ook door andere groepen met ieder hun eigen doeleinden. De militie, die volgens de meeste voorzichtige schattingen uit 20.000 strijders bestaat, is een bonte verzameling Arabieren. Ze zijn op individuele basis gerekruteerd.

De belangrijkste Janjaweedleider is Musa Hilal. Hij zat tot vorig jaar gevangen wegens moord maar werd vrijgelaten na interventie van generaal Abdullah Ali Safi el Din el Nur, een invloedrijke minister in de regering van president Omar al-Beshir. Samen met vice-president Ali Osman Taha en twee andere ministers zou Ali Safi vorig jaar regelmatig Darfur hebben bezocht om de Janjaweed te organiseren. Bij de strijd tegen de begin vorig jaar opgerichte Afrikaanse verzetsbewegingen kan de regering niet vertrouwen op het regeringsleger omdat dit voor meer dan de helft uit soldaten uit Darfur bestaat. Door hun tactiek van de verschroeide aarde verdrijven de Arabische strijders van de Janjaweed de Afrikaanse bewoners van hun land, waarna de ontheemden terechtkomen in regeringscentra of worden opgesloten in kampen. Vanuit militair oogpunt blijkt de opstand daarmee verslagen: de zee waarin de rebellen wilden zwemmen is drooggelegd. De rebellen hadden geen effectief antwoord op deze strategie en kunnen de bevolking niet beschermen.

De regering paste elders in het land een dergelijke tactiek al eerder toe in Zuid-Soedan en de Nubabergen. Maar dit keer dreigen er voor het eerst gevolgen voor de stabiliteit van het regime. Zuid-Soedanezen hebben nooit iets te zeggen gehad in de nationale politiek van Khartoum, noch vervullen ze een rol in het leger of de handel. Dat ligt anders voor de bewoners van Darfur. De rebellie in hun woongebied wint razendsnel aan steun onder vele handelaren en studenten in Khartoum. Zij zamelen geld in voor hun `boys' zoals ze de opstandelingen noemen. Piloten weigerden onlangs om doelen te bombarderen in Darfur.

En ook binnen het regime van Beshir groeit het verzet. ,,Vice-president Ali Osman Taha is de werkelijke machthebber van Soedan'', zegt een hoge politicus van de regeringspartij die zijn naam niet wil noemen, ,,en hij is een van degenen die verantwoordelijk zijn voor de strategie in Darfur. Zijn sterkste kaart is zijn verbond met de veiligheidsdiensten maar in het regeringsleger bestaat daarover onvrede. Velen van ons in de regeringspartij steunen de regering niet bij haar politiek in Darfur.''

Een onderliggende motief voor de campagne tegen de Afrikanen is een beweging die Darfur, en in het verlengde daarvan geheel Soedan, wil arabiseren. Fadel Seasy Ateim is een vooraanstaand stamhoofd van de Fur, de grootste stam in West-Soedan en grondlegger van het tot 1916 onafhankelijke sultanaat Darfur. ,,De Fur vormde een supermacht in de regio'', zegt hij in de stad Zalingei. ,,Maar sinds 50 jaar vestigen zich steeds meer Arabische stammen uit Tsjaad in Darfur en zij begonnen aan pogingen om Darfur over te nemen.'' De `Arabische agenda', zoals deze groep zich noemt, lobbiet al jaren bij de opeenvolgende regimes in Khartoum en ziet het huidige conflict als een prachtkans haar plannen te voltooien. ,,Wie zich daartegen verzet'', aldus de Furleider, ,,wordt gebrandmerkt als lid van de rebellenbeweging''.

Ten slotte trekt de crisis in Darfur gewone criminelen. Door het hete zand van de Sahel en de Sahara, vanuit Mauritanië, Niger, Mali en Tsjaad komen Arabieren op hun kamelen en paarden om samen te vechten met de Janjaweed. Ze pikken land en dorpen in en stelen vee en andere bezittingen. De grenspost Foro Burunga is wel de `anus van het conflict' genoemd, want van hier verlaten vele gestolen goederen het land naar Tsjaad. Het is uitstekend plunderen in Darfur.