D-day was wel een mijlpaal maar geen keerpunt

Operatie Overlord, zoals D-day officieel heette, was geen keerpunt zoals `Stalingrad', maar een belangrijkse stap op de weg naar het onafwendbare einde van nazi-Duitsland.

Nazomer 1942. Duitse troepen hijsen de Swastika op de hoogste toppen van de Kaukasus, generaal Erwin Rommel spurt met zijn Afrikakorps Egypte binnen en Duitse onderzeeërs kelderen het ene geallieerde konvooi na het andere. Het Derde Rijk is groter dan ooit en schijnbaar niets wijst op een kentering. Maar dat vertroebelt het analytisch vermogen van Reinhard Gehlen, een van de chefs van de Duitse inlichtingendienst, allerminst. ,,Mein Führer'', zegt hij bij een bezoek aan Adolf Hitler. ,,Hou er maar mee op. We gaan verliezen.'' Hitler is sprakeloos. Telt u maar even mee op, zegt Gehlen. ,,De Sovjet-Unie, het Britse Rijk en de Amis hebben samen een industriële productie die die van ons verre overstijgt. En dat halen we ook nooit meer in. Dus hou er maar mee op.''

Gehlen had het bij het rechte eind. De nazomer van 1942 vormde het zenit van de macht van Nazi-Duitsland. Na de nederlaag bij Stalingrad kwam `El-Alamein'. Na `Koersk' bevrijdde de Sovjet-Unie zichzelf. As-bondgenoten, zoals Italië, begonnen over te lopen. Nazi-Duitsland verkruimelde onder het materiële overwicht. Langzaam, maar zeker.

D-day, de geallieerde landingen in Normandië, paste in dat strategische stramien. Operatie Overlord was geen keerpunt, zoals `Stalingrad', maar slechts een mijlpaal op de weg die voerde naar het onafwendbare einde van nazi-Duitsland. Een spectaculaire mijlpaal, dat zeker: aan het einde van de Langste Dag hadden vijfduizend grote en kleine vaartuigen onder dekking van twaalfduizend jachtvliegtuigen en bommenwerpers bijna 160.000 Amerikanen, Britten en Canadezen over het Kanaal gebracht.

Daarmee is niet gezegd dat D-day geen belangrijke overwinning was. Frankrijk werd snel bevrijd en de weg naar het hart van Duitsland lag open. Maar indien de grootste ontscheping uit de geschiedenis, ondanks alle voorbereidingen, na dagen vechten was uitgemond in de massaalste evacuatie uit de historie, dan hadden de westelijke geallieerden het Derde Rijk vermoedelijk via een andere `droge' aanvalsas een doodsteek toegediend. Italië was daarvoor de aangewezen plek – Rome, halverwege de `laars' was al op 5 juni bevrijd – of wellicht ergens op de Balkan, die niet voor niets de `zachte onderbuik' van het Reich heette.

Of de Russen hadden kunnen profiteren van een echec in Normandië en een op de Duitse bezetters veroverd West-Europa voor hen zelf hadden kunnen houden, valt te betwijfelen. Diezelfde Duitse troepen waren na een geallieerde nederlaag vrijgekomen voor het schragen van het Oostfront. De Russen hadden ook zélf jaren aangedrongen op een Tweede Front.

De overlevering en `Hollywood' hebben D-day ook gemaakt tot een slag die de geallieerden met de hakken over de sloot wonnen, bijna letterlijk. Maar de feiten nuanceren deze publieke perceptie.

De machtsbalans in Normandië sloeg ver door naar de zijde van de geallieerden. Tegenover de twaalfduizend Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen kon de Luftwaffe er op D-day nog geen tweehonderd in stelling brengen. Het Duitse Vijftiende Leger, dat op een virtuele geallieerde invasie over het Nauw van Calais wachtte, kón de verdedigers in Normandië niet te hulp komen. Al hadden ze de geallieerde misleiding doorzien, alle bruggen over de Seine waren kapotgebombardeerd en de weg naar het zuiden was geblokkeerd.

Dit alles maakte dat op D-day maar iets meer dan één procent van de geallieerde soldaten sneuvelde. In de militair-historische context is dat erg weinig. Dat alleen al is een grootse herdenking waard.

    • Menno Steketee