D-day

De herdenking van de geallieerde landing in Normandië en de opening van een tweede front tegen nazi-Duitsland moet als model dienen om volken en naties bijeen te brengen. Alleen door acht te slaan op dergelijke lessen uit de geschiedenis kunnen we erin slagen nieuwe bedreigingen te bestrijden.

(Sergei Ivanov, minister van Defensie van Rusland in de Financial Times, 4 juni)

De gesneuvelden op de stranden van Normandië moeten zonder bijbedoelingen worden herdacht. Ze verdienen het niet voor een zaak te worden opgeroepen die zij niet meer kunnen beoordelen. De tegenwoordige president van Amerika had piëteit moeten tonen.

(J.H. Sampiemon in NRC Handelsblad, 4 juni)

Het eenvoudigweg wijzen op menselijk lijden om een oorlog onrechtvaardig te noemen, is onvoldoende. Op Omaha Beach was het aantal Amerikaanse slachtoffers op de eerste dag van de invasie (3.000 doden en gewonden) zo hoog, dat general Omar Bradley een moment overwoog de operatie af te blazen. En door het felle verzet van de Wehrmacht en SS-eenheden in Franse steden zijn in Normandië tussen juni en augustus 1944 ongeveer 14.000 burgers omgekomen. Moeten we dan concluderen dat deze betreurenswaardige doden de invasie achteraf gezien ongerechtvaardigd maken?

(Commentaar in The Wall Street Journal Europa, 4 juni)

Amerika kwam uit de Tweede Wereldoorlog met een zodanige superioriteit op militair, economisch en moreel gebied dat het de natuurlijke leider van de vrije wereld werd. Zijn militaire macht is nog steeds onovertroffen. Maar Europa is nu ook rijk, en probeert – meer dan twee eeuwen na Amerika's constitutionele conventie – zijn eigen machtsstelsel in de vorm van de Europese Unie op te zetten. Chirac ziet de EU als tegenwicht tegen Amerika. maar zelfs Europeanen die de gaullistische afschuw van een `unipolaire' wereld niet delen, denken nu verschillend over de alliantie.

(The Economist, 5 juni)