Controle op justitie bevredigt niet

Europees Parlement en Kamer vissen achter het net als het spannend wordt op justitieel terrein, blijkt uit de totstandkoming van het Europees arrestatiebevel.

Sinds 12 mei is in Nederland het Europees arrestatiebevel van kracht. Voortaan volstaat een eenvoudige rechterlijke uitspraak voor uitlevering binnen de Europese Unie als iemand wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit. Een beslissing van de minister tot uitlevering is niet langer nodig. Beroep op grond van de feiten aantekenen kan niet meer. Voortaan vertrouwen lidstaten van de Europese Unie elkaars rechtssystemen – de facto – blind.

Over één ding zijn europarlementariër Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) en Tweede-Kamerlid Sybrand van Haersma Buma (CDA) het eens: dit besluit is tot stand gekomen op een democratisch onbevredigende wijze.

Traditioneel waren landen huiverig om soevereiniteit op justitieel vlak op te geven. En dat weerspiegelt zich ook in de procedures: het Europees Parlement heeft vooralsnog alleen adviesrecht, in de Europese ministerraden moeten beslissingen met unanimiteit worden genomen. Maar na de terreuraanslagen van 11 september 2001 ging de Europese samenwerking op dit gebied razendsnel. Vier maanden later waren de Europese regeringen het eens over het arrestatiebevel. Niet alleen terrorisme viel eronder, maar een hele reeks strafbare feiten, van fraude en corruptie tot moord, afpersing, brandstichting en, in principe, euthanasie en abortus.

In het Europees Parlement klonk aanvankelijk van socialisten, liberalen en Groenen kritiek op een vermeend eenzijdige nadruk op effectieve opsporing van criminaliteit, zonder de garantie van de rechten van verdachten. Maar onder meer onder druk van de nationale partijleidingen kwamen deze bezwaren niet in de twee adviezen die het Europees Parlement gaf over het Europees arrestatiebevel. Volgens Buitenweg gaat daarachter een breder democratisch tekort schuil. Er is op justitiegebied volgens haar sprake van een ,,sluipend proces'' van harmonisatie zonder ,,duidelijke idee waar we uit willen komen''. ,,Je kunt ook stap voor stap de verkeerde kant uit gaan.''

In theorie had de Tweede Kamer een grotere parlementaire macht dan het Europees Parlement. De Kamer kon de minister immers dwingen in zijn eentje de Europese wetgeving te blokkeren. Bij het Europees arrestatiebevel stuurde de Kamercommissie van Justitie in 2001 toenmalig minister van Justitie Korthals met opdrachten naar Brussel, onder meer om de Nederlandse autonomie bij zaken als drugsgebruik en euthanasie te behouden. Dat leidde wél tot aanpassingen – zo is softdrugsgebruik in Nederland nu niet strafbaar in het buitenland.

Toch zijn de marges voor het nationale parlement heel beperkt, meent Kamerlid Buma. ,,Ik kan als CDA'er wel zeggen dat ik iets anders wil, maar ik kan niet amenderen als de minister dat niet bereikt.'' Ook wensen die minister Korthals zelf aanvankelijk had om het arrestatiebevel te beperken tot terrorisme, werden door de regeringsleiders tijdens een informele top aan de kant geschoven. In de Eerste Kamer bleken ten slotte bij de aanpassing van de nationale wetgeving aan de Europese richtlijn dit voorjaar bij onder meer CDA en PvdA nog bezwaren te leven tegen de zeer beperkte beroepsprocedure die minister Donner (Justitie) had ingebracht. De richtlijn bood inhoudelijk ruimte voor aanpassingen, maar er was voor de Eerste Kamer, die niet kan amenderen maar alleen een hele wet afkeuren, geen tijd meer.