Contract zonder contact

Vier jaar was de Brabander Toine van Dongen Nederlands ambassadeur in België. Het was te kort, zegt hij, om af te komen van het stigma `arrogante Hollander'. Zijn boodschap: België heeft meer aandacht nodig, het cultuurverschil is groter dan ooit.

Heeft Nederland wel een ambassade in België nodig? Die vraag krijgt Toine van Dongen, tot vorige week de Nederlandse ambassadeur in België, geregeld. Meestal moet hij dan lachen en zegt hij: ,,Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als hier.''

Nederland-België `doen' is een opgave, zegt Toine van Dongen. Wat mensen zien, is dat Vlamingen theaterdirecteur worden in Nederland en Nederlanders museumdirecteur in Vlaanderen. Met de helft van België delen we dezelfde taal. De grenzen zijn open, iedereen doet mee aan het Groot Dictee. Daarbij komt ruim de helft van de besluitvorming in Nederland en België nu uit `Europa', en neemt de bilaterale speelruimte af.

,,Schijn bedriegt'', zegt Van Dongen, in driedelig pak (maar wel met zijn schoenen op de prullenbak) in zijn werkkamer op de ambassade – een kamer die grotendeels onttakeld is omdat zijn spullen zijn verhuisd naar zijn nieuwe post in Stockholm. ,,Nederland heeft een lange grens met Duitsland. Daar spelen weinig problemen, om niet te zeggen géén. Onze grens met België is korter, 450 kilometer. Maar daar zijn altijd kleine en grote problemen. Die vragen veel aandacht, want er zitten er altijd een paar tegen het kookpunt aan.''

Dat komt deels door de geografie: veel kanalen, rivieren en spoorlijnen lopen noord-zuid. Maar de voornaamste reden voor de constante frictie tussen Nederland en België ligt in het cultuurverschil. Of het nu gaat over de IJzeren Rijn-spoorlijn of de uitdieping van de Westerschelde: ,,Daar zitten vier eeuwen geschiedenis achter. Nederlanders zijn zich daar totaal niet van bewust. Maar in Vlaanderen is dat besef acuut.''

Hóe acuut, dat besefte hij amper toen hij ruim vier jaar geleden uit Den Haag naar België kwam. Van Dongen (Breda, 1945) was de eerste ambassadeur sinds tijden die niet vlak voor zijn pensioen zat. Er moest pit in komen, vond hij, meer schwung. Hij organiseerde tentoonstellingen, lezingen en zelfs een modeshow. Hij liep het hele tracé van de omstreden IJzeren Rijn af, voer door de Antwerpse haven en regelde een nieuw carillon in de Oranjestad Diest. Op etentjes in de monumentale residentie kon je rechts een minister naast je hebben en links een striptekenaar, mode-ontwerpster of hartchirurg. Ondanks het niet-rokenbordje op de deur werd er dan later, aan de koffie bij de schouw, toch gepaft.

Met die aanpak bouwde Van Dongen krediet op. Maar juist omdát hij als Brabander (getrouwd met een Mexicaanse bovendien) net zoveel waarde hecht aan het bourgondische leven, aan menselijke contacten als de Belgen, viel het op andere momenten extra op dat hij `die Hollander' was. De Antwerpse havenwethouder Leo Delwaide, die altijd denkt dat Nederland Rotterdam bevoordeelt ten nadele van zíjn stad, noemde hem eens ,,een diplomatieke stoorzender''. Toen Van Dongen in 2001 een pittig antwoord schreef aan de Vlaamse premier, die alle ambassades – óók de Nederlandse – opriep om meer Nederlands te spreken met Vlamingen, viel half Vlaanderen over hem heen. Als iemand iets naars over hem zei, pakte Van Dongen meestal de telefoon om het bij een stevige lunch bij te leggen. Maar ook hij ervoer dat je, als puntje bij paaltje komt, maar moeilijk afkomt van het stigma van de `arrogante Hollander'.

,,De waterscheiding begon niet in 1830, toen België onafhankelijk werd van Nederland. Ze gaat terug tot 1585, toen Antwerpen in Spaanse handen viel. Wij Nederlanders werden kosmopolitisch, extravert, reisden de wereld over. Maar de zuidelijke Nederlanden zaten onder het Spaanse juk. En later onder àndere jukken waaronder, als laatste, het Nederlandse. Na 1830 is België lang uit ons blikveld verdwenen. `Zoek het maar uit', dachten we, `als jullie zo nodig onafhankelijk willen zijn.'

,,In mijn geschiedenisboekjes stond niets over België. Wij zijn kort van memorie. In België is, net als in veel andere landen, meer aandacht voor geschiedenis en historisch erfgoed. Vlaanderen heeft nog steeds een verhoogde gevoeligheid voor hoe Nederland hen ziet. Wij hebben daar geen idee van. Nederlandse politici, bestuurders en ambtenaren hebben te weinig oog voor het feit dat hier andere spelregels gelden voor de menselijke omgang. En dat je, als je daar fouten in maakt, oude gevoeligheden oprakelt.''

Het Tropeninstituut in Amsterdam geeft nu cursussen `Omgaan met Belgen'.

,,Heel goed! Als je naar Japan gaat, leer je hoe je moet buigen, dat je je schoenen uit moet doen. Maar een Nederlander die naar België gaat, koopt De Telegraaf en stapt in Antwerpen uit de trein met het idee: `Zo, even een deal sluiten, net als bij ons in Zaltbommel.' Nederland is een contract country. België is een contact country. Voor Belgen is vertrouwen een voorwaarde om tot zaken te komen. Zij tekenen nooit een contract na één uur. Voor ons is vertrouwen meer een gewenst gevolg van succesvol zakendoen''.

Zat u weleens met gekromde tenen bij overleg over, zeg, de IJzeren Rijn?

,,Ik heb heel wat fout zien gaan. We hebben laatst op de ambassade spelregels opgesteld voor ambtenaren en bestuurders die met Belgen te maken hebben. Regel één: België is buitenland. Ga met een Belg om alsof hij een Fransman of een Italiaan is. Een Nederlander zegt meteen: `Ik heet Jaap'. Daar wordt een Belg ongemakkelijk van. Die tutoyeert niet als er nog geen vertrouwen is. Wij leven in een egalitaire samenleving. In België heersen fijnbesnaarde omgangsvormen. Je zegt `Mijnheer de voorzitter'', ook al ken je de man nog zo goed. En denk nooit dat je iemand met een Nederlands-klinkende naam in het Nederlands moet aanspreken. Brussels minister Willem Draps is Franstalig. Parlementslid Miguel Chevalier is Nederlandstalig. Wij noemen elke Franstalige een Waal. Maar daar bruskeer je een Franstalige Brusselaar mee. Je moet je huiswerk doen, als je goed wilt overkomen.''

Was er een concrete aanleiding om die spelregels te maken?

,,Ja, er was iets voorgevallen.''

Wat dan?

,,Iemand kwam bij het verkeerde loket. Er is een Waalse minister van Economische Zaken, een federale minister van Economische Zaken en een Vlaamse minister van Economische Zaken. In Franstalig België zijn drie ministers van Onderwijs. Als je als Haags ambtenaar iets wilt regelen, bij welk loket ga je dan staan? Lastig, zeker. Maar je kunt nooit contact zoeken met een ander zonder eerst je normale gesprekspartner op de hoogte te stellen. Anders sta je op zijn tenen. Dat telt, in een land waar je zoveel contacten mee hebt.''

Vindt u dat Den Haag daar niet genoeg oog voor heeft?

,,Het gaat beter dan vier jaar geleden. Den Haag begint te beseffen dat we het land in een uitdijend Europa steeds meer nodig hebben. Als bilaterale zaken met de Belgen exploderen, hindert ons dat op Europees vlak.''

Zoals met de hogesnelheidslijn nu.

,,Daar moeten we echt aandacht aan geven. De hogesnelheidslijn (HSL) doet er op Belgisch grondgebied minuten langer over dan voorzien. Dus verandert de verdeling van de inkomsten, van de treinkaartjes zeg maar. Geld is het eerste probleem. Het tweede is dat Breda de halve stad heeft verbouwd voor de komst van shuttle-treinen naar Brussel. Breda kan een alternatieve woonplaats worden voor ambtenaren in Brussel als de rit straks maar 35 minuten duurt. Nu zegt België: `Daar lijden we verlies op'. België verliest aan de Eurostar naar Londen, de tekorten van de Belgische spoorwegen lopen op. Begrijpelijk dat ze er geen zin in hebben. Maar hoe los je dat op? Den Haag compartimenteert vaak: `Hier is een probleem met de Maas, dat doet Verkeer en Waterstaat.' Dat moet je niet doen. Je moet steeds kijken: welk belang heeft dit probleem op het totaal?''

Ziet Nederland elk twistpunt te veel als een afzonderlijk technisch probleem?

,,Ja. Veertien ministers kijken strak naar hun eigen dossier. Zo zie je de samenhang en de politieke lading niet. Het vervelende is: België is demandeur in bijna alle dossiers. Zij willen steeds iets wat wij ze niet voetstoots geven. Wij hebben er weinig last van. Zíj ergeren zich al vierhonderd jaar.''

Dat bleek wel bij het Vlaams-Nederlandse centrum. Dat kwam er maar niet.

,,Nou. 25 jaar geleden, bij de opening van de Brakke Grond in Amsterdam, beloofde minister Marga Klompé: `We gaan iets soortgelijks doen in Brussel.' Maar toen gooide Nederland het roer om. Al die culturele instituten in het buitenland kostten te veel. OC&W zei: `Wij hebben een nieuwe nota, daar past zo'n centrum niet meer in.' Voor hun was dit een klein dossier. Maar bij de Vlamingen maakte het oud zeer los. Ik vond: als we nu een gebaar maken, bouwen we krediet op voor de andere dossiers. Ik heb enorm lopen drammen in Den Haag: `Onbegrijpelijk wat wij ons permitteren. We plegen woordbreuk!' ''

Nu komt dat centrum er. Het gaat op 23 juni open. Een strategisch besluit?

,,Nee. Premier Kok kreeg er op een persconferentie een vraag over. Toen bleek dat hij er niets van wist. Hij beoordeelde de zaak op zijn merites en daarna kwam het in een stroomversnelling.''

Speelt ambtelijke verkokering ook bij het Westerschelde-probleem? België wil de Schelde verdiepen, om de scheepvaart naar Antwerpen te vergemakkelijken. Nederland ligt dwars.

,,Ook hier zie je: nu het probleem van Verkeer en Waterstaat is verheven tot algemeen probleem, zit er schot in. Het gaat om de toegang van Antwerpen. Daar wordt een groot deel van het nationaal inkomen verdiend. Maar het water is maar elf meter diep. In Rotterdam is het 21 meter. Schepen worden groter, het verkeer neemt toe – de druk zit op de ketel. Maar Nederland wil een goede regeling over het vervoer van schadelijke stoffen zoals ammoniak. Daar zijn in het verleden aanvaringen mee geweest op de Schelde. Ook dreigt er overstromingsgevaar als de waterhuishouding bij Antwerpen verandert. En je komt aan natuurgebieden. Europese richtlijnen zeggen: als je iets van de natuur afpakt, moet je haar elders iets teruggeven.''

De Belgen zien de Nederlandse technische bezwaren als een politieke truc, om Rotterdam te bevoordelen.

,,Toen we over de Waterverdragen van 1995 onderhandelden, was de verdieping van de Schelde het minst controversiële punt. Pas later werd het voor België acuut. Toen dat ons in 2000 duidelijk werd, hadden we een dossierachterstand. We reageerden traag. De Belgen dachten: `Nederland wil weer niet'. Ze denken dat heel Nederland achter Rotterdam staat. Ik heb geprobeerd om die perceptie te ontzenuwen. Bedrijven in de wijde omtrek, tot in Tilburg toe, hebben er belang bij dat Antwerpen toegankelijker wordt. Zeeuwse en Vlaamse natuurbeschermers werken naadloos samen in deze kwestie. Enfin. Nu heeft premier Balkenende gezegd: `Dit belast onze betrekkingen te veel, we moeten zo snel mogelijk een oplossing vinden.' Dat getuigt van staatsmanschap. Er wordt nu goed samengewerkt. Eind dit jaar moet er een akkoord komen.''

Waarom belast dit onze betrekkingen te veel?

,,Mensen die bij BZ bezig zijn met multilaterale betrekkingen hebben niets met bilaterale betrekkingen te maken. Daar gaan anderen over. Maar in een EU van 25 lidstaten heeft Nederland relatief minder gewicht. Je moet dus bondgenoten zoeken. Wij hebben België meer nodig dan vroeger. Verdomd lastig, als er tussen Nederland en België steeds dossiers liggen waar je over struikelt.''

Zoals de IJzeren Rijn, die door Zuid-Limburg naar Duitsland loopt. België wil dit spoor weer in gebruik nemen. Nederland ligt dwars. België is nu naar het Arbitragehof in Den Haag gestapt.

,,Niet fraai, die arbitrage. Wij zijn niet tegen de reactivering van de IJzeren Rijn. Alleen, het heeft gevolgen voor het milieu. De vogels, het wild, geluidsoverlast. Er zijn dure investeringen nodig om het te doen. Nederland wil er niet voor opdraaien. België heeft de eeuwige soupçon dat er iets achter zit, dat we de zaak traineren.''

België mag dat spoor volgens een oude afspraak gebruiken. Nederland komt met de ene milieu-effectrapportage na de andere en zegt: jullie moeten astronomische bedragen in drijvende tunnels steken. Kunt u zich hun woede voorstellen?

,,Jawel. België heeft dat geld niet of wil het niet uitgeven, zeker niet aan een spoor in het buitenland. De Belgische spoorwegen zien er weinig in, ook omdat er via Wallonië een ander spoor naar het Ruhrgebied loopt. De vorige Belgische minister van Verkeer kon de IJzeren Rijn aan haar groene, Franstalige achterban niet verkopen. Mede dáárom drong zij op arbitrage aan: om het over de verkiezingen in 2003 heen te tillen. Ik zei in Den Haag: laten we het maar doen. De zaak geeft meer uitvalsverschijnselen dan goed voor ons is. Welke uitspraak er ook komt in september, het haalt de kou uit de lucht. Alles beter dan wéér twee ministers bij elkaar zetten als er toch niks uitkomt.''

Er staat wéér een twistpunt op escaleren: het kanaal van Gent naar Terneuzen.

,,Ja. Gent wil groeien. Ook dáárvoor heeft Nederland de sleutels in handen. Het overleg is nog goed, maar ik zou willen dat Den Haag er meer aandacht voor had. Anders wordt dit het zoveelste politieke probleem.''

Merkt u daar wat van, meer aandacht?

,,Nee, daar merk ik nog niet veel van.''

Wat kan een ambassadeur doen, in dit soort omstandigheden?

,,Je kunt je gedeisd houden en alles zien als technisch dossier. Of je zorgt, zoals ik, dat je alle spelers in Nederland en België persoonlijk kent. Zodat je ze in het weekend desnoods mobiel kunt bellen. Het nadeel is dat je dan makkelijker wordt vereenzelvigd met Nederland. Als een Belg wilde uithalen, schoot hij liever op mij dan op een minister, haha.''

Meer aandacht, dat is de rode draad voor u. Als een ouder met een lastig kind.

,,Nee! Want omgekeerd is die aandacht er wél. Elke Nederlandstalige Belg wil weten wat er politiek, economisch, sociaal in Nederland gebeurt. Dat zuigt men hier op. Ik lees veel Nederlandse kranten, kijk elke morgen braaf naar Goedemorgen Nederland en 's avonds naar Nova. Dan nóg spreek ik soms Belgische ministers die beter op de hoogte zijn dan ik.''

In Stockholm wordt het een stuk rustiger.

,,Daar zijn de problemen minder fysiek, ja. In ons burgerlijk wetboek is een heel hoofdstuk gewijd aan burenruzies over dakgoten en zo. Buurlanden hebben die ruzies ook. In België kun je de problemen haast pákken, zo tastbaar zijn ze. Voeg daarbij dat dit land institutioneel ingewikkeld is, dat je netwerken moet hebben in twee taalgebieden – en je hebt een van de lastigste posten van de buitenlandse dienst. Dat wordt in Den Haag vaak onderschat.''