Brein legt oriëntatiepunten automatisch vast

Het menselijk brein onthoudt onmiddellijk en automatisch belangrijke objecten die kunnen functioneren als oriëntatiepunt bij het vinden van de weg. Dit gebeurt in de parahippocampale gyrus, een winding in de hersenschors vlak bij de hippocampus, onderin de hersenen. Hiervan was al langer bekend dat het een belangrijke rol in de ruimtelijke orientatie en navigatie speelt. Dit blijkt uit een onderzoek van Gabriele Janzen en Miranda van Turennout van het F.C.Donderscentrum van de Katholieke Universiteit Nijmegen (Nature Neuroscience, juni).

Proefpersonen werd eerst een rondleiding door een virtueel museum getoond. Vervolgens kregen ze in de fMRI (hersenscan) losse voorwerpen te zien, sommige uit het museum, andere niet. De parahippocampale gyrus werd alleen actief bij objecten die tijdens de rondgang in het museum op een kruispunt stonden, en dus van belang waren voor de navigatie. Op voorwerpen die niet bij een kruising stonden, reageerde het hersendeel helemaal niet. Bij de niet museum-voorwerpen was er ook geen reactie. Verrassend is dat de activiteit van de parahippocampale gyrus onafhankelijk is van het feit of de proefpersonen zich het voorwerp bewust herinneren of niet. Bij het tonen van de voorwerpen moesten de personen melden of ze het voorwerp eerder hadden gezien.

In een commentaar in Nature Neuroscience typeren twee Britse neurologen deze uitkomst als `buitengewoon opwindend'. Vooral het automatische karakter (al na één virtuele rondleiding) en de sterke selectiviteit (alleen bij kruispuntobjecten) van de reactie van de parahippocampale gyrus zijn wetenschappelijk van belang, omdat ze ingaan tegen een heersende gedachte dat bij navigatie een bewuste herinnering noodzakelijk is. Voor een definitief oordeel moet overigens nog wel worden onderzocht hoe de parahippocampale gyrus zich gedraagt tijdens een actieve navigatie. In het nu gepresenteerde onderzoek werden de voorwerpen in isolement getoond en hoefden de proefpersonen ook niet actief hun eigen weg te zoeken door het museum. In het experiment werd uitgesloten dat bewuste aandacht een rol speelt bij het vastleggen van de oriëntatiepunten. De proefpersonen kregen te horen dat ze een rondleiding voor kinderen moesten verzorgen door het museum, met speciale aandacht voor het speelgoed, dat ongeveer de helft van de voorwerpen uitmaakte. Dat ze hieraan inderdaad extra aandacht besteedden bleek uit het feit dat ze tijdens de herkenningsproef veel sneller reageerden op speelgoed dan op de andere voorwerpen. Maar voor de parahypocampale gyrus maakte dat geen verschil. Het oriënteren gebeurt onafhankelijk van aandacht die wordt besteed aan individuele oriëntatiepunten, zo concluderen dus Janzen en Van Turennout.