Blijvend oud geld

Oud geld vergaat niet, zeggen oud-Kamerlid Vincent van der Burg en genealoog Christoph ten Houte de Lange. Zij verzamelden de namen van personen die in de negentiende eeuw de meeste belasting betaalden en troffen opvallend veel families aan die ook nu nog op de voorgrond treden.

Ze waren vooral verbaasd over de ,,continuïteit', zeggen Vincent van der Burg en Christoph ten Houte de Lange, auteurs van het onlangs verschenen De hoogstaangeslagenen in 's Rijks directe belastingen 1848-1917. ,,De Fentener van Vlissingens, de Van Beuningens, de Storks, de Bruna's, we vonden ze allemaal terug in de negentiende-eeuwse lijsten', zeggen ze.

Oud-Kamerlid Vincent Van der Burg en genealoog Christoph Ten Houte de Lange turfden jarenlang de namenlijsten van Nederlanders die tussen 1848 en 1917 volgens de belastingdienst in de hoogste schijven vielen en verzamelden zo 11.000 personen.

Iedereen die wil weten of dubbeltjes kwartjes zijn geworden, of omgekeerd, kan zijn vrienden, buren en schoonfamilie vanaf nu dus opzoeken in dit boek. Maar de namenlijst leest ook als een archeologie van Nederland, dat zich in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw in rap tempo ontwikkelde van agrarische tot moderne industriële staat. Naast landgoederen gaan achter de namen op de lijst textiel- en steenkolenindustrie schuil, levensmiddelenindustrie, handelsbedrijven, en uiteindelijk de grootwinkelbedrijven waarmee aan het begin van de twintigste eeuw fortuin werd gemaakt. Tegenwoordig moet het zakenblad Quote hemel en aarde bewegen om met de `top-500' een schatting te maken van wie wat heeft, maar vroeger werd de lijst met `rijken' gewoon twee keer per jaar gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.

Destijds was het bedrag dat aan belasting werd betaald ook van politieke betekenis. Wie in de hoogste belastingschijf viel, werd automatisch verkiesbaar voor de Eerste Kamer. Van der Burg en Ten Houte de Lange – wier eigen families ook op de lijst staan – zagen in de publieke lijsten een unieke historische bron en besloten ze te inventariseren.

Bestond de Eerste Kamer voor de grondwetsherziening van 1848 nog uit benoemde (adellijke) vrienden van de koning, nadien moest men tot de top van Nederlandse belastingbetalers horen om in de Senaat te komen. Waar tegenwoordig fiscalisten worden betaald om belasting te ontwijken, gold anderhalve eeuw geleden juist hoe hoger de aanslag hoe beter; het leverde een `stem in Staat' op.

Toen Willem I in 1813 op de troon kwam, werden veel Nederlanders met aanzien in de adelstand verheven. Dat gaf hen direct toegang tot het landsbestuur, totdat de liberale premier Thorbecke met zijn nieuwe Grondwet aan dat standenstelsel een einde maakte. Vanaf 1848 waren het weer de centen die bepaalden of iemand wat te zeggen had, zoals dat tijdens de Republiek ook het geval was.

Veel adellijke mannen die voor kiesrecht te weinig geld hadden, degradeerden daarmee in één klap naar niet meer volwaardig staatsburger. Van de 592 adellijke families van destijds staat slechts de helft op de lijst. Dat waren families die landgoederen hadden waarover zij grondbelasting betaalden. De twee andere belastingcategorieën waren personele belasting en patentrecht (ondernemersbelasting). Wie zijn vermogen in effecten had belegd, viel tot 1893 buiten de boot, omdat tot dan toe effecten niet werden belast.

Van der Burg en Ten Houte de Lange onderstrepen dat het in Nederland ging om een relatief kleine groep, een ,,oligarchietje' dat in de negentiende eeuw de dienst uitmaakte. Slechts tienduizend mannen hadden stemrecht voor de Tweede Kamer, ongeveer zeventienhonderd mannen waren verkiesbaar voor de Eerste Kamer. De politieke elite was tevens de economische elite.

Volgens de onderzoekers maakten al met al circa 1.500 families in Nederland de dienst uit. ,,Al die families kenden elkaar', zegt Van der Burg. ,,Je hoefde maar een rondje door het dorp te lopen en je had genoeg stemmen voor de gemeenteraad.' Bij een functie in de Eerste Kamer hield het voor de hoogstaangeslagenen ook meestal niet op, zegt Van der Burg. ,,Ze zaten tijdens hun leven vaak ook nog in de gemeenteraad of in de Tweede Kamer, of hadden een functie bij de rechtbank. Ook in ieder kabinet zaten altijd wel een paar hoogstaangeslagenen.'

De families met geld hadden de macht in Nederland. Is dat nog steeds zo?

Van der Burg: ,,Feitelijk zijn politieke en economische macht niet meer aan elkaar gekoppeld, maar informeel is de macht van het geld er nog wel. Nederland is democratischer geworden, maar het machtsspel tevens schimmiger. Vroeger zaten lieden met invloed zichtbaar in de Kamer, tegenwoordig spreek je met de minister op een receptie, of je belt hem op. Via lobbies kunnen grote bedrijven nog steeds veel invloed uitoefenen.'

En in die grote bedrijven zitten nog steeds dezelfde families als destijds?

Van der Burg: ,,Een behoorlijk deel van het huidige ondernemersnetwerk vind je terug in ons boek. Vooral als je ook de vrouwelijke lijn bekijkt, is de continuïteit groot.'

We weten nu alleen niet hoeveel belasting men betaalt.

Van der Burg: ,,Nee, de privacybescherming verhindert dat. Maar van de Brenninkmeijers weet je natuurlijk wel dat ze nog steeds in C&A zitten, Vroom & Dreesmann is nog een familiebedrijf en de Fentener van Vlissingens zitten tegenwoordig wereldwijd in reisbureaus. De Vehmeijers, de Dahmens, de Van Beuningens, de familie Philips en de Van Eeghens horen nog altijd tot de bovenlaag. Een van de oprichters van Vroom & Dreesmann, Bernard Rosenmöller, is de overgrootvader van oud-Kamerlid Paul Rosenmöller. De overgrootvader van NAVO-topman Jaap de Hoop Scheffer, een doopsgezind hoogleraar, zijn we op de lijst tegengekomen, net als de voorouders in vrouwelijke én in mannelijke lijn van de huidige staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen. Ook de familie van de vice-president van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, en die van oud-burgemeester Schelto Patijn was hoogstaangeslagene.'

Maar ondertussen is de sociale mobiliteit in Nederland ook groot. De voorouders van zanger René Froger heeft u waarschijnlijk niet aangetroffen. Van der Burg: ,,Het hoort inderdaad bij deze tijd van meritocratie dat éénpitters als asperges uit de grond komen steken.'

Ten Houte de Lange: ,,Omdat Van Basten goed tegen een bal kan trappen, wordt hij bekend, maar daarmee is niet gezegd dat zijn familie nog generaties lang zal figureren als een invloedrijk geslacht.'

Van der Burg: ,,Iemand als Herman Heinsbroek vlamt eventjes, verkoopt de zaak en gaat vervolgens rentenieren. Net als veel software-ondernemers die na een paar jaar snel hebben gecasht. Maar dat is toch wat anders dan familiebedrijven die generaties lang blijven voortbestaan. Daarmee vergeleken is Heinsbroek een windvlaagje.'

Maar iedereen moet toch ooit beginnen? De zoon van René Froger gaat misschien wel een prachtcarrière tegemoet in de entertainmentindustrie.

Van der Burg: ,,Van die nieuwe rijkdom is het maar zeer de vraag of het beklijft. Alles gaat tegenwoordig om het individu, familie is uit de tijd. Maar even erboven uitsteken, is toch iets anders dan er boven uit blíjven steken, zoals bij de Brenninkmeijers, generaties lang. Dat vonden wij het grappige, dat uit die lijsten blijkt dat al het individualisme ten spijt, die vooraanstaande families toch constant blijken.'

Dan komt maatschappelijk succes in uw ogen neer op genetica?

Ten Houte de Lange: ,,Iedereen krijgt een Stradivarius mee, maar moet daar vervolgens op leren spelen. Laten we zeggen dat deze families van huis uit wat extra lessen mee krijgen.'

Leidt een gespreid bedje niet juist tot verweking? Erfgenamen leren niet vechten.

Van der Burg: ,,Dat is een theorie. Uit ons boek blijkt dat het in de praktijk wel meevalt.'

Hoe hoogstaand waren die rijken uit de negentiende eeuw nu eigenlijk? Veel geld verdienen en nobel zijn gaan niet per se samen.

Ten Houte de Lange: ,,De negentiende-eeuwse elite was behalve een economische, ook vaak een intellectuele en maatschappelijk betrokken elite. Ze hadden vaak functies op het gebied van kunst en cultuur, of ze waren burgemeester.'

Maar dáár werden ze niet rijk van.

Van der Burg: ,,Nou ja, het waren natuurlijk geen heiligen. De sociale omstandigheden waren wat rauwer dan tegenwoordig. Bij het bedrijf van de familie Regout in Maastricht waren bijvoorbeeld kinderen in dienst, tot het kinderwetje in 1874 daar een einde aan maakte. Maar je had ook gistfabrikant Hendrik Jacob Cornelis van Marken die een pensioenfonds oprichtte voor zijn arbeiders. Nederland was over het algemeen wel een degelijk land. En we moeten ook niet vergeten dat die elite Nederland toch maar mooi heeft omgevormd van agrarisch land tot moderne industriële staat.'

Hoe ligt de verhouding protestanten-katholieken op de lijst?

Van der Burg: ,,Ongeveer 30 procent van de lijst is katholiek [bijvoorbeeld Dobbelmann, Vroom, De Gruijter, red.], 20 procent is Nederlands-Hervormd [bijvoorbeeld Van Heek, Scholten, Beekman, red.], 10 procent is doopsgezind [bijvoorbeeld Honig, Vis, Laan, red.] en 20 procent is joods [bijvoorbeeld Salomonson, Menko, Asscher, red.]. Van gereformeerde huize hebben we slechts één persoon gevonden. Dat was premier Hendrik Colijn, die bij Shell in Indië vermogen had vergaard. Nee, de gereformeerde kleine luiden zijn nooit zulke grootverdieners geweest.'

Hoe brachten de leden van het koninklijk huis het ervan af?

Van der Burg: ,,De koning tref je niet aan, want die betaalde geen belasting. Maar we zijn in totaal drie prinsen tegengekomen. De broer van Willem II, prins Frederik, stond hoog op de lijst, met een bedrag van 20.000 gulden per jaar in 1880. De broer van Willem III, prins Hendrik, stond ook op de lijst met een bedrag van 5.000 gulden in 1870. De latere echtgenoot van Wilhelmina, Hendrik van Mecklenburg, werd vanaf zijn komst naar Nederland in 1901 meteen hoogstaangeslagene. Hij moet ten minste 2.403,16 gulden aan belasting hebben betaald, want dat was het minimum om op de lijst voor Zuid-Holland te komen. Het is trouwens opmerkelijk dat de Oranjes nooit in de Kamer werden gekozen. Prins Frederik legde het bij een poging daartoe in de eerste ronde al af tegen de katholieke Hendrik van Berckel uit Delft.'

Hoe zit het met de voorouders van de huidige aangetrouwde prinsen en prinsessen van Oranje?

Van der Burg: ,,Dat zijn voorbeelden van sociale mobiliteit. Dan spreek je niet meer van asperges, maar van raketten.'

Ten Houte de Lange: ,,We zijn alleen de families De Roy van Zuydewijn en Van Vollenhoven tegengekomen. Die van Mabel Wisse Smit en Laurentien Brinkhorst waren een eeuw geleden onbekend. In Argentinië geldt dat ook voor Zorreguieta. Zorreguieta is overigens de meisjesnaam van de overgrootmoeder van Máxima, die ongetrouwd bleef. Dat die naam de stamnaam is geworden, staat in de stamboom van de familie zoals die in Nederland is gepresenteerd, niet vermeld.'

De hoogstaangeslagenen in 's Rijks directe belastingen 1848-1917, Barjesteh van Waalwijk van Doorn & Co's Uitgeversmaatschappij, ISBN: 90-5613-068-4, www.barjesteh.nl

    • Daniela Hooghiemstra
    • Dorine Hermans