Afnemend verzet tegen mentale training

Topsporters voelen zich steeds minder belemmerd om zich te laten begeleiden door een sportpsycholoog. Wie de barrière heeft overwonnen ervaart het nut van mentale training.

Hoezeer mentale training tegenwoordig ook in de sport is geïncorporeerd, er zijn nog steeds topsporters die zich belemmerd voelen bij het raadplegen van een sportpsycholoog. En vanaf het moment dat ze de bezwaren opzij hebben gezet, is het vaak de trainer die gaat dwarsliggen. Het blijft hoe dan ook een stap, maakten oud-schaatstrainer Henk Gemser en oud-turnster Renske Endel gisteren bij een symposium over sportpsychologie in Nijmegen duidelijk.

Gemser en Endel waren te gast op het feestje van sportpsycholoog Rico Schuijers. Die vierde zijn promotie tot doctor in de sportwetenschappen aan de Sporthochschule van Keulen en de presentatie van zijn boek Mentale training in de sport een bewerking van zijn proefschrift met een aantal voordrachten. Een memorabele dag voor iemand die pas de laatste tien jaar als zelfstandig sportpsycholoog kan leven; daarvoor was hij gedwongen bijbaantjes te nemen om aan de kost te komen.

Zowel de voormalige kernploegtrainer als de ex-turnster hebben met Schuijers samengewerkt en beiden zijn ze teruggekomen op hun aanvankelijke scepsis ten aanzien van psychologische ondersteuning, hoewel dat voor Endel in mindere mate gold.

De voormalige turnster vertelde dat ze zich bij haar eerste bezoek aan een sportpsycholoog een collega van Schuijers schuldig had gevoeld, omdat ze dat tegen de zin van haar toenmalige trainer had gedaan. Persoonlijk had Endel er weinig moeite mee. Integendeel, ze vertelde naderhand veel baat bij mentale ondersteuning te hebben gehad. Uiteindelijk heeft Schuijers ertoe bijgedragen dat zij is blijven turnen en ze later met haar brugoefening zilver kon winnen bij zowel de Europese als de wereldkampioenschappen.

Gemser moest een grotere barrière overwinnen. Hij erkende gisteren de steun van een sportpsycholoog aanvankelijk ,,maar helemaal niks te vinden''. De huidige tv-commentator bij schaatswedstrijden: ,,Als ik dat deel van de begeleiding uit handen zou geven, had ik het gevoel te worden gedegradeerd tot een logistiek medewerker van de kernploeg. Ik wilde er niets van weten; ik vond dat het niet kon.''

Totdat Hein Vergeer in de jaren tachtig op de proppen kwam met haptonoom Ted Troost, die later naam zou maken als mentale begeleider van de voetballers Marco van Basten en vooral Ruud Gullit. Gemser: ,,Op een goede dag kwam Troost naar de Thialfbaan om een training te bekijken. Ik negeerde hem natuurlijk, deed alsof hij niet bestond. Tot ik hoorde dat hij tegen Vergeer riep: `Je timing is nu veel beter.' Ik was woedend en heb de toenmalige ijsmeester Jan de Jong verzocht Troost uit de schaatshal te zetten.''

Pas later is Gemser het nut van mentale training gaan inzien. In zijn beginjaren als schaatscoach had hij te maken met ,,jongens die een terriër in hun kop hadden''. Gemser: ,,Types als Kees Verkerk, Ard Schenk, Jan Bols of Jos Valentijn, die gingen wel. Die deden dat uit zichzelf. En ik maar denken dat ik het goed deed. Later ontdekte ik dat een peptalk, een opbeurend praatje of een luisterend oor niet altijd hielp. Het is dan getvergemis moeilijk om de juiste toon te vinden. Die situatie heeft geduurd tot Troost ten tonele verscheen; daarna ben ik van standpunt veranderd over mentale begeleiding en ben ik in contact gekomen met Rico Schuijers.''

Endel zocht voor het eerst als veertienjarige steun bij een sportpsycholoog, omdat ze grote moeite had met de vele trainingsuren en niet tegen de druk tot presteren bestand was. Aanvankelijk was dat tot haar tevredenheid Loes de Ridder in Dordrecht, maar de grote afstand maakt het contact moeilijk.

Op voorspraak van haar trainer Boris Orlov ging ze de laatste jaren te rade bij Schuijers, die indertijd bij Endel om de hoek woonde. ,,Als ik behoefte had aan een praatje, fietste ik naar hem toe. Niet dat hij zo veel deed, maar door de bereidheid tot luisteren en het stellen van de juiste vragen voelde ik me weer goed. In de loop der jaren heb ik vooral geleerd mijn gevoel onder controle te houden. Aanvankelijk was ik een stresskip die bang was om fouten te maken. Later heb ik mezelf aangeleerd een wedstrijd minder belangrijk te maken; ik kon vanaf dat moment goed naar mezelf luisteren en maakte me niet zo druk als ik een oefening moest turnen. Ik kan wel zeggen dat ik op die manier mezelf goed heb leren kennen.''

Dat een sportpsycholoog ook een negatief effect kan oproepen ervoer Gemser toen hij technisch directeur bij het watersportverbond was. Daar verscheen een mentaal begeleider bij de Spa Regatta in Medemblik, waar hij tegen de zeiler met wie hij samenwerkte opmerkte dat het wereldje hem allerminst aanstond. Hij vond het maar onecht. ,,Hoe kan uitgerekend zo'n man die opmerking maken'', was Gemser nog steeds verbaasd. ,,Dat kan zo zijn, maar hij moet daar van afblijven; het is helemaal niet belangrijk wat hij van dat zeilwereldje vindt.''

Naast alle bestaande therapieën en behandelmethoden vindt Schuijers het van groot belang dat een sporter niet afhankelijk van hem wordt. ,,Er zijn collega's die midden in de nacht gebeld worden. Dat zal mij niet gebeuren; ik heb dan altijd het antwoordapparaat aan. Ik wil dat een sporter eerst bij zichzelf te rade gaat en zelfstandig een oplossing zoekt. Pas later kom ik eventueel in beeld. Ik wil dat sporters leren zelf beslissingen te nemen.''