Zoetzuur van onrijpe pruimen

Op die prachtige, knalgroene pruimpjes die in het voorjaar altijd verkrijgbaar zijn in Turkse winkels knabbelen Turken op warme dagen graag als verfrissing van de mond. Ze eten die pruimpjes liefst met wat zout. Zolang het maar bij een paar pruimpjes blijft, is er geen kans op buikpijn. Als de pruimpjes lang op de fruitschaal blijven liggen, kleuren ze zachtjesaan lichtrood. Maar laat het daar niet op aankomen en maak van die harde groene pruimpjes eens pikant zoetzuur.

Bereiding: Rooster het mosterdzaad in een gesloten pan op hoog vuur tot de zaadjes `knisperen' en donkerbruin zijn gekleurd. Wrijf intussen de kardemomzaaddozen kapot in een ruwstenen vijzel, vis de grootste stukjes schil eruit met een vork en wrijf de rest fijn, samen met het geroosterde mosterzaad. Snijd gemberwortel en 1/2 madame Jeanette fijn (gebruik handschoenen vanwege de capsaïne van het pepertje). Verwijder vliesjes en groene kern van de knoflook en druk de teentjes door een knoflookpers. Doe pruimpjes, rozijnen en suiker in een ruime pan met geëmailleerde binnenkant of met antiaanbaklaag. Giet de azijn erbij, voeg de overige ingrediënten toe en breng aan de kook in gesloten pan. Laat 30 minuten koken op laag vuur, druk de pruimpjes met een houten lepel kapot en laat de massa nogmaals 30 minuten koken in gesloten pan. Neem nu het deksel van de pan en kook, onder regelmatig roeren, nogmaals 30 minuten tot een lobbige massa is verkregen. Vis de pitten er snel met een vork uit. Vul (uitgekookte) jampotten met de hete pruimenmassa, doe het deksel erop en zet de potten 10 minuten op hun kop. Zet ze na die tijd rechtop en bewaar ze op een koele donkere plaats. Hoe langer in de pot hoe meer smaak.

Morgen: omelet