Wat regelde het Europarlement?

Een inventarisatie van de belangrijkste besluiten die het Europees Parlement de afgelopen vijf jaar voor Nederlandse burgers en bedrijven nam.

Het kosteloos pinnen van geld in het buitenland. Waarschuwingsstickers tegen het roken op sigarettenpakjes. Schadevergoedingen voor passagiers bij dubbelboekingen of annuleringen door luchtvaartmaatschappijen. Meer keuzevrijheid op de (groene) energiemarkt. En ten slotte de verplichte etikettering van blikken en andere verpakkingen waarin genetisch gemodificeerd voedsel is opgenomen.

Van de paar duizend beslissingen die het Europees Parlement de afgelopen vijf jaar nam, hebben deze besluiten het dagelijks leven van de burger het meest praktisch hebben beïnvloed. Binnen het bedrijfsleven kregen vooral de chemie en het transportwezen veel te maken met de Europese besluiten waarbij het Europees Parlement medewetgever was.

Een en ander blijkt uit een analyse die NRC Handelsblad heeft gemaakt van de besluitenlijst van het Europees parlement van de afgelopen vijf jaar, en uit informatie van het Europees Parlement in Brussel en de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie, eveneens in Brussel. Nederlandse parlementariërs hadden verhoudingsgewijs grote invloed op de genoemde besluiten. Politieke links-rechtstegenstellingen speelden meestal een ondergeschikte rol, zo blijkt.

Voor het transportwezen waren de liberalisatie van het goederenvervoer en de post, alsmede de uitbreiding van de verplichte rusttijden van vrachtwagenchauffeurs in loondienst naar zogeheten eigen rijders, van groot belang. Dat geldt ook voor het eind vorig jaar afblazen van de liberalisatie van havendiensten zoals het loodswezen, de afhandeling van vracht en de sleepdiensten. Die had er onder meer toe moeten leiden dat scheepsbemanningen zelf goederen zouden mogen laden en lossen in plaats van havenwerkers. Het afblazen van de richtlijn, vanwege de verwachte sociale effecten voor de havenwerkers, had negatieve gevolgen voor de Rotterdamse haven.

De chemie krijgt als gevolg van de zogeheten Seveso II-richtlijn te maken met strengere vestigingseisen voor gevaarlijke industrieën in de buurt van woongebieden zoals de Botlek. Ook het mogelijk maken van het verhandelen van emissierechten voor de uitstoot van giftige gassen – een uitvloeisel van het Kyoto-verdrag – is voor de chemie (maar ook voor de olie- en staalindustrie) van belang. Ook de verpakkingsrichtlijn die onder meer verplicht tot hergebruik van verpakkingsmaterialen, raakt de chemiesector, zij het meer zijdelings. Daarnaast waren de liberalisatie van de energiemarkt, het gemakkelijker maken van bedrijfsovernames (de overnamerichtlijn) en de verplichting voor de accountancy om internationale verantwoordingsnormen over te nemen, belangrijke besluiten voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Uit de inventarisatie van de parlementaire beslissingen blijkt verder het verhoudingsgewijs groot aantal Nederlanders dat een belangrijke rol speelde bij de besluitvorming in de genoemde dossiers. Deze wordt voorbereid door zogeheten rapporteurs; hun rapport vormt het uitgangspunt voor de wetgevende arbeid van het parlement. Van de twaalf richtlijnen die aan de hierboven genoemde onderwerpen ten grondslag liggen, werd meer dan een kwart door Nederlandse rapporteurs voorbereid: het gratis pinnen door Karla Peijs (CDA, nu minister van Verkeer), de tabaksrichtlijn door Jules Maaten (lijsttrekker voor de VVD bij de Europese Verkiezingen) en de verpakkingenrichtlijn door Dorette Corbey, lid van de PvdA-delegatie. Bij de emissierechten was, naast de Portugees Moreira da Silva als algemeen rapporteur, ook de Nederlandse GroenLinks-parlementariër Alexander de Roo op een deelterrein als rapporteur actief.

[vervolg STEMMEN: pagina 2]

STEMMEN

Wie er is, wint aan invloed

[vervolg van pagina 1]

Uit onderzoek van deze krant van afgelopen zaterdag bleek dat er nog een andere manier is voor Nederlanders om invloed uit te oefenen, en dat is door zoveel mogelijk deel te nemen aan stemmingen. Door hun verhoudingsgewijs trouwe opkomst bij hoofdelijke stemmingen in het Parlement oefent de groep van 31 eigenlijk meer invloed uit dan het zeteltal suggereert.

Dit zogeheten machtssurplus werd, zo blijkt uit nader onderzoek, ook verzilverd bij stemmingen over de hierboven genoemde wetgeving. Bij de hoofdelijke stemmingen over acht van de dertien genoemde richtlijnen (bij de overige vijf werd niet hoofdelijk gestemd) was 80 procent van de Nederlanders aanwezig, tegenover 73 van het totaal. Bij zes van de 46 stemmingen over bijvoorbeeld amendementen op de richtlijn het verschil tussen het aantal voor- en tegenstemmers klein genoeg is om Nederlanders de doorslag te doen geven. Maar bij alle zes stemmingen waren de Nederlandse europarlementariërs ook zeer verdeeld.

Politieke links-rechtstegenstellingen speelden alleen een beduidende rol in de discussie over de havenliberalisatie, het verpakkingsbeleid en de etikettering voor genetisch gemanipuleerd voedsel. Zo vreesden met name de linkse fracties de sociale gevolgen van de havenliberalisering. Bij de verpakkingsrichtlijn stemde met name de Europese Volkspartij (waar het CDA bij aangesloten is) tegen haars inzien te hoge percentages voor hergebruik en de data waarop de doelstellingen gerealiseerd zouden moeten worden.

Bij de etikettering van genetisch gemanipuleerd voedsel was een punt van politieke strijd de ondergrens waaronder niet meer hoefde te worden aangegeven dat een produkt gemanipuleerde ingrediënten bevat. Met name onder rechtse druk is die grens wat hoger geworden (van 0,5 naar 0,9 procent).

Met medewerking van Dick van Eijk