Wachten op fout tegenstander

Twee matige halve finales illustreerden gisteren op Roland Garros de belabberde toestand van het mondiale vrouwentennis.

Het voorgerecht smaakte niet, en het hoofdgerecht had veel te lang op het vuur staan pruttelen. Het vrouwentennis mag zich graag profileren als een etalage met uitdagende atletes in al even verleidelijke outfits, die behalve fraai ogen ook weten hoe ze een splijtende fore- en backhand moeten slaan.

Maar de kunst van het winnen (=topsport) is veel proftennissters helaas niet gegeven, zo bleek gisteren maar weer eens op dag elf van de Open Franse tenniskampioenschappen in Parijs. Twee halve finales stonden op het programma op Roland Garros, en beide duels ontaardden in een beschamende vertoning, waarin het wemelde van de onnodige fouten en de winners op de vingers van een hand te tellen waren. Het is niet zelf punten maken, nee, het is wachten op een fout van de tegenstander, want die komt toch wel.

Het was dan ook een dag om heel snel te vergeten. Niet voor Elena Dementjeva (22) en Anastasia Myskina (22). Beiden staan morgen op Court Philippe Chartrier tegenover elkaar in de allereerste volledig Russische grandslamfinale uit de tennisgeschiedenis. Het is te hopen dat de twee jeugdvriendinnen uit Moskou, beiden gevormd en gekneed aan de befaamde omni-sportvereniging Spartak, het publiek iets beters voorschotelen dan de misbaksels, die het gisteren op het bord geschoven kreeg.

Grootste dissonant was Jennifer Capriati. Twee dagen na haar sensationele overwinning op landgenote Serena Williams bleek de 28-jarige Amerikaanse zoveel fysieke en mentale krachten verspeeld te hebben dat ze de bal amper in het spel wist te houden, getuige haar 36 onnodige fouten. Voor de goede orde: dat staat gelijk aan negen `weggegeven games'. ,,Gewoon een off-day, zo'n dag dat niets wil lukken'', mopperde ze na haar kansloze nederlaag tegen Myskina, die zelf slechts drie games bijeen hoefde te slaan om zich te verzekeren van de zege: 6-2 en 6-2.

Maar Jen Jen oogde gisteren vooral niet fit. Lachend vertelde de oud-nummer één van de wereld dinsdag nog dat haar fitnesstrainer in Amerika was achtergebleven. Gisteren kwam ze, toeval of niet, voortdurend één of twee stappen te laat, en produceerde ze de ene na de andere afzwaaier. Vooral in de slotfase van het bij vlagen lachwekkende duel wekte de oud-kampioene van Parijs (2001) de indruk alsof ze nog diezelfde avond op het vliegtuig wilde stappen.

De enige die zich nog enigszins aan de malaise onttrok was Myskina. Al leek de bedwingster van Venus Williams halverwege de tweede set het antitennis uit de partij van Dementjeva tegen de Argentijnse zenuwpees Paola Suárez (6-0 en 7-5) te willen kopiëren. Net op tijd hervond ze zich en besefte ze dat de toeschouwers al voldoende geplaagd waren. Met twee venijnige klappen maakte Myskina een einde aan de wanvertoning.

Daarop verliet Capriati de baan met een gezicht als een oorwurm, om zich niet veel later met dezelfde zure oogopslag te melden in de perszaal. Misschien waren de vreugde en alle bijbehorende emoties na haar zege op de jongste Williams te groot geweest, grimaste ze. ,,Ik kon me niet concentreren op de volgende wedstrijd.'' Uit de mond van een speelster die op veertienjarige leeftijd al doordrong tot de halve finales op Roland Garros en sindsdien alle diepe dalen (winkeldiefstal, cocaïne-gebruik, breuk met ouders) beleefde, klonken die woorden weinig geloofwaardig.

Onder druk presteren, op momenten dat de belangen groot zijn, is een kunst die veel proftennissters niet verstaan. Hoeveel goedbetaalde wedstrijden ze ook spelen. Sommige proftennissers hebben daar ook moeite mee. Al is het opvallend te zien dat de laatste jaren vooral in de eindfase van een vrouwengrandslam het geknoei eerder regel dan uitzondering is.

Of zijn de belangen simpelweg te groot (geworden)? Blaast het vrouwentennis zichzelf langzaam maar zeker op? Eén ding is zeker: in plaats van ronkende persberichten de wereld in te sturen, zou de overkoepelende Women's Tennis Association er verstandiger aan doen een batterij sportpsychologen in te huren ten behoeve van een groot deel van de hulpbehoevende achterban.

Paola Suárez (27) kon gisteren aanvoeren dat ze voor het eerst in haar leven aantrad in een halve finale van een grandslam, en dat het dus niet zo vreemd was dat ze bevangen was door zenuwen. Maar hoe serieus is een topsportster te nemen die in negen opslagbeurten slechts één keer haar service weet te behouden, en liefst 39 onnodige fouten slaat? Toch was de Argentijnse dubbelspecialiste na afloop dolgelukkig. Wie had dat gedacht? Paola Suárez in de halve finales van Roland Garros? Dat nam niemand haar meer af.

Viel er dan niets positiefs te melden? Jawel. Met hun grandslamfinale, voor beiden de eerste, onderstreepten Dementjeva en Myskina andermaal de opmars van het Russische vrouwentennis. De tophonderd telt momenteel liefst dertien potentiële opvolgsters van Ruslands eerste grandslamfinaliste ooit, Olga Morozova. Van dat stel maakten in Parijs met name Maria Sjarapova (17) en Maria Kirilenko (17) grote indruk.

Gelukkig maar, want het internationale vrouwentennis kan wel wat vers bloed gebruiken. Zeker nu de gezusters Williams slijtageverschijnselen vertonen en andere besognes (acteren, kleding ontwerpen) minstens zo belangrijk vinden als hun beroep, en andere topspeelsters worstelen met een hardnekkige blessure (Kim Clijsters) of met de naweeën daarvan (Justine Henin-Hardenne).

Afgerekend hebben Dementjeva en Myskina ook met het `Anna Koernikova'-syndroom: meer buiten- dan binnenkant. Nu de Russische pin-up definitief verdwaald lijkt op de catwalk en nog slechts met zanger Enrico Iglesias opduikt in roddelblaadjes, staat het Russische vrouwentennis niet langer symbool voor op camera's verliefde speelsters, die de sport slechts gebruiken als springplank naar de wereld van glitter en glamour. Dat was gisteren het goede nieuws op een verder sombere dag.

    • Mark Hoogstad