VS gooien nationale veiligheid te grabbel

Het vertrek van CIA-chef George Tennet is niet genoeg om het vertrouwen in de Amerikaanse inlichtingendiensten te herstellen,meent Bob Graaff.

Gisteren nam CIA-hoofd George Tenet ontslag ,,om persoonlijke redenen''. Die redenen kunnen dadelijk in twijfel worden getrokken, omdat enkele uren later ook James Pavitt, hoofd operaties van de dienst, aftrad. Het vertrek van deze twee topspionnen kan het begin zijn van een reeks maatregelen die nodig is om het geschonden vertrouwen in de CIA te herstellen.

Na de recente aanslag in Madrid werd opnieuw gepleit voor meer internationale samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten in de strijd tegen het terrorisme. Dat is niet gemakkelijk, want tussen die diensten bestaat veel wantrouwen. Meer dan welke organisatorische wijziging is er dan een mentaliteitsverandering nodig bij de medewerkers van deze diensten om vertrouwen te kweken in onderlinge samenwerking.

De Amerikanen hebben bijvoorbeeld weinig vertrouwen in de West-Europese diensten. In recente beleidsdocumenten stellen zij uitsluitend op bilaterale basis inlichtingen te willen uitwisselen. Daarmee plaatsen zij de Europese overheden voor een dilemma: óf zij werken met de Amerikanen samen en belemmeren aldus Europese samenwerking óf zij werken in Europees verband samen, maar lopen het risico dat de Amerikaanse inlichtingenstroom opdroogt. Nu is dat laatste op dit moment overigens toch al het geval. Medewerkers van inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het politie- en justitieapparaat in Europa klagen over de huidige Amerikaanse mentaliteit van `halen, halen en niets brengen'.

Er is echter ook reden om de Amerikaanse diensten te wantrouwen. Hoewel de regering-Bush de indruk wekt dat de nationale veiligheid bij haar in de veiligste handen is, zijn Amerikaanse politici en diensten bezig de elementaire regels van intelligence op ongekende wijze te schaden en dit alles wegens gelijkhebberigheid ten aanzien van de oorlog in Irak.

Het meest in het oog springend was natuurlijk de desinformatie over massavernietigingswapens. Bevriende diensten zullen zich voortaan tweemaal bedenken voordat zij informatie van de Amerikaanse en Britse diensten klakkeloos overnemen. Bovendien lopen nu in beide hoofdsteden onderzoeken tegen de diensten die tot openbare resultaten zullen leiden.

Geheime diensten schrikken terug voor contacten met diensten die in de schijnwerpers staan. Een voorspelbare uitkomst van zulke onderzoeken is een roep om reorganisatie. En ook hier geldt: buitenlandse diensten zijn voorzichtig in informatie-uitwisseling met organisaties die in de steigers staan en waar medewerkers van posities veranderen.

De oorlog in Irak berokkende nog meer schade aan de Amerikaanse inlichtingengemeenschap. Nadat de Amerikaanse ex-diplomaat Joe Wilson had verklaard dat president Bush er naast zat toen hij in zijn State of the Union van 2003 nog steeds beweerde dat het bewind van Saddam Hussein uranium had aangekocht uit Niger, onthulde een bron in het Witte Huis dat diens echtgenote Valerie Plame voor de CIA werkte. De onthulling van namen van geheime medewerkers van inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een strafbaar feit en een ernstige schending van de nationale veiligheid.

Vervolgens beging vice-president Cheney een vergelijkbare doodzonde, toen het Amerikaanse blad Weekly Standard melding maakte van geheime overheidsinformatie over banden tussen Saddam Hussein en Al-Qaeda. Het is gewoonte dat de overheid de inhoud van een bericht na een lek nooit bevestigt. Vice-president Cheney verklaarde echter in een interview dat dit artikel de ,,best source of information'' was voor de banden tussen Saddam Hussein en de terreurorganisatie.

Onlangs werd in Bagdad het huis van het lid van de Iraakse regeringsraad Ahmed Chalabi doorzocht, de man die het Pentagon lange tijd van valse informatie had voorzien om een Amerikaanse invasie in Irak uit te lokken en die voorbestemd leek een leidende rol in Irak te gaan spelen. De verdenking is gerezen dat Chalabi aan de Iraanse regering zou hebben verteld dat de Amerikanen het berichtenverkeer van dat land kunnen afluisteren. Kennis over gebroken codes vormen volgens inlichtingendiensten de kroonjuwelen van een land. Tot de essentie van het inlichtingenwezen behoort verder dat operateurs een contact tussen bronnen vermijden. `Bronbesmetting' is uit den boze. Pas op het hogere niveau van de analist worden ruwe inlichtingen uit afzonderlijke bronnen samengevoegd.

Als het bericht over Chalabi juist is, valt er aan de Amerikaanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten heel wat meer te onderzoeken dan nu al gebeurt. Dan staat niet alleen het functioneren van de FBI en de CIA ter discussie maar ook dat van de diverse militaire en defensie-inlichtingendiensten en mogelijk ook van de supergeheime afluisterdienst NSA. Daarbij gaat het niet louter om de bemoeienis van politici met deze diensten, maar steeds meer om de vraag of Amerikaanse inlichtingenmedewerkers wel de basisregels van hun vak beheersen.

Niet alleen door de oorlog in Irak, maar ook door het handwerk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten volledig ondergeschikt te maken aan de rechtvaardiging daarvan, heeft de regering-Bush de strijd tegen het huidige terrorisme op jaren achterstand geplaatst. Voor vertrouwen in het functioneren van de Amerikaanse diensten zal daarom meer nodig zijn dan de recente twee ontslagen.

Bob de Graaff is senior docent/onderzoeker afdeling Geschiedenis van Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht.

    • Bob Graaff