Van `wijvenspeck' en Apolloknot

Soms verlang je naar ouderwetse scheidslijnen. Vooral op het gebied van de kunsten, want daar is alles wat visueel opvalt, samengeklonterd tot het begrip kunst. Mode hoort daar ook bij, en het zegt iets over de onverschilligheid binnen de beeldende kunst-wereld dat men er destijds zomaar genoegen mee nam dat rokjes en colbertjes laat-middeleeuwse sculpturen van het Centraal Museum in Utrecht moesten opleuken. Daarmee kreeg de kortzichtige visie van `één pot nat' een museaal keurmerk.

Niet alleen de recente opwaardering van de mode-industrie en het internationale succes van enkele Nederlandse modeontwerpers, maar ook de modegeschiedenis op zichzelf zou nog steeds een nationaal modemuseum, zoals Parijs dat kent, rechtvaardigen. Leontien van Beurden comprimeerde tien eeuwen westerse kostuumgeschiedenis in het net verschenen Over mode & mensen. En door de diversiteit aan illustraties – royalty en film, schilderkunst en pop – krijgt zo'n museum al wat contour. Voeg daarbij het knallende fotowerk uit de eerder verschenen pocket-editie van Fashion Today, vier bakstenen groot, en de museale steigers komen in zicht.

Dat laatste naoorlogse overzicht staat haaks op het ingetogen boek van Van Beurden, die afhankelijk was van wat voorafgaande eeuwen aan beeldmateriaal hebben nagelaten. Wat de antieke, Griekse beeldhouwkunst zo radicaal onderscheidt van oud-Egyptische sculpturen, is de ruimteverkenning. De Egyptenaar bleef statisch in het steen, terwijl het Griekse mensbeeld er rigoureus uit stapte. In de mode voltrok die vrouwelijke bevrijding zich pas echt in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het keurslijf van burgermansfatsoen dat op shows en foto's een braaf pasje naar links en een kuis gebaar naar rechts toeliet, werd weggeworpen – ten koste van veel elegantie. En nu, zo blijkt uit Fashion Today, zijn zowel op de catwalk als in de fotografie alle poses en accessoires, alle landschappelijke verten en ensceneringen wel zo'n beetje verkend. Fotograaf Oliviero Toscani die in de jaren negentig met opnamen van bebloede Balkan-kleding en stervende aids-patiënten een Benetton-campagne vormgaf, zette zich meteen op de kaart, maar nu moet je wel van heel creatieve huize komen om dat shockeffect te overtreffen.

In plaats van spektakel biedt Van Beurden een chronologische, ruim geïllustreerde ontwikkeling van mannen- en vrouwenkleding, van schoeisel en kapsel in de context van politieke, sociologische en culturele gebeurtenissen. In korte hoofdstukken met steeds rubrieken over afzonderlijke kledingstukken combineert ze dat wat `cool' was met een schets van de tijdgeest en historische faits divers. Nooit geweten dat de 16de-eeuwse koningin Elizabeth zesduizend japonnen en tachtig rode en blonde pruiken bezat. Geen idee ook dat de barbette, een doek onder de kin, een verslappende kaaklijn moest verhullen, en dat troubadoursdochter Eleonara van Aquitanië, die ooit verkleed als ridder ten kruistocht trok, zo'n lap als eerste droeg om jongere mannen te kunnen blijven verleiden.

Alleen al om de soortnamen is dit boekje lezenswaardig: `bracco' (broek), `couvrechef' (sluier), `het wijvenspeck' (heupwrong), Apolloknot (knot boven op het hoofd) en het kapsel `à la hurluberlu' (kleine krulletjes). Décolletés zijn al zes eeuwen in zwang, maar golven van opzichtige, soms potsierlijke (Franse) uitdossingen hebben zich voortdurend afgewisseld met pure, getailleerde soberheid. Al eeuwen wordt er ook gerecycled. Een van de eerste illustraties laat 11de-eeuwse boeren met capuchons zien wier silhouetten nu bij skaters horen. Ontwerper Alexander McQueen haalde tien jaar geleden de hoepelrok weer uit de kast, die in de zestiende eeuw als kegelfordegalijn en halverwege de negentiende eeuw als crinoline bilfanaten diende af te schrikken. De textielvracht die daartoe in stelling moest worden gebracht, deed de Amerikaanse Amelia Bloomer in 1851 voor een bezoek aan de Wereldtentoonstelling in Londen naar de broek grijpen. Een broek kon ècht niet, vonden de Britten, maar hun echtgenoten liepen tien jaar later wel in `bloomers' rond. Of het nu de `queue de Paris' is, de weer modieuze damesschoen met scherpe punt of de strikjes op de bruidsjurk van Mabel Wisse Smit (zie de `échelle' die Madame de Pompadour al op haar lijfje droeg) het wemelt al zo lang van de retrostijlen. Daarom is Over mode & mensen behalve een leerzaam en amusant boek, ook een bron van inspiratie voor ontwerpers en stilisten.

Leontien van Beurden: Over mode & mensen; Tien eeuwen kostuumgeschiedenis.

Sun, 228 blz. €24,50

Colin McDowell: Fashion Today.

Phaidon, 510 blz. €39,95