Van boven ziet het er goed uit

`Van hieruit, een kleine kilometer boven de aarde, maakt alles een perfecte indruk.' De beginzin zet al meteen de toon in Chang-Rae Lee's derde roman, en de voorkeur voor distantie die zijn hoofdpersoon kenmerkt. Die hoofdpersoon heeft dit keer geen Aziatische achtergrond, zoals in Lee's beide vorige boeken het geval was: Jerry Battle stamt uit een Italiaanse immigrantenfamilie (de oorspronkelijke familienaam is Battaglia) en zijn neiging om periodiek in zijn kleine Skyhawk driezitter het luchtruim te kiezen en de aardse besognes te ontvluchten, valt niet voor niets samen met een opeenstapeling van problemen in zijn persoonlijke leven. Hij heeft weliswaar een grote X op het dak van zijn huis op Long Island geschilderd, zodat hij het vanuit de lucht snel herkent, maar zo gauw hij zijn toestelletje heeft neergezet is er meer aardse turbulentie dan hij kan ontlopen.

Jerry (Jerome, voor zijn vader) is zich van zijn die escapistische karaktertrek bewust, al is het opvallend dat hij, als hij naar zichzelf kijkt, dat vaak probeert te doen vanuit de optiek van zijn dochter Theresa. Die ziet hem `not much as a producer or founder' zoals zij eigen vader was. Hij is ook niet iemand die zich erg veel aan zijn burgerlijke verplichtingen gelegen laat liggen, op het betalen van belastingen en recyclen na. `Basically steering clear of trouble' ziet hij als zijn belangrijkste burgerplicht, waarbij hij weet dat hij daarmee geen uitzondering vormt op zijn medeburgers op het steeds multi-etnischer wordende Long Island.

Jerry is 59 en heeft pas kortgeleden het tuinarchitectuur-bedrijf dat door zijn vader is opgebouwd overgedaan aan zijn eigen zoon Jack, wiens vrouw Eunice met een uiterst kostbaar patroon van conspicuous consumption probeert hun status op Long Island op te vijzelen. Dochter Theresa is verloofd met de niet erg succesvolle schrijver Paul Pyun en irriteert Jerry periodiek met haar politiek-correcte standpunten. En dan is er nog Pop, Jerry's vader die à raison van 500 dollar per maand is weggestopt in een tehuis waar hij foeterend over alles zijn dagen slijt. De enige persoon in dit boek voor wie Jerry werkelijk warm loopt en initiatieven ontplooit is Rita, die als een tweede moeder zijn kinderen heeft grootgebracht maar uiteindelijk ook strandde op zijn onvermogen daadwerkelijk betrokken te zijn.

De diverse verhaallijnen rond al deze personages worden met een bewonderenswaardig gevoel voor timing en cadans doorelkaar geweven en Lee toont zich, ondanks de vloeiende, bijna verleidelijke toon van het boek, ook dit keer weer zeer gedisciplineerd in de opbouw (hij is vooral goed in ouderwetse cliffhangers). De manier waarop hij het verloop van het verhaal doseert, met achterhouding van informatie, is bijna feilloos. Zo wordt de rol van zijn bijna ouderwets-dominante vader gaandeweg steeds belangrijker, vooral als de achtergrond van de beide trauma's uit zijn verleden wordt onthuld. Want het is Pop die hem de dood (of eigenlijk missing in action) van zijn broer in Vietnam niet kan laten vergeten. En de dood van Jerry's vrouw, of dat nu door zelfmoord of verdrinking was, is een indirect uitvloeisel van de vaderlijke raad houd- je- vrouw- kort- en- besteed- geen- aandacht- aan- haar- aanstellerij die hij kreeg, en gedwee opvolgde.

Deze drama's uit het verleden doen al pijn genoeg, maar ze bereiden Jerry maar nauwelijks voor op de misère die ontstaat wanneer alles in het heden rondom hem inelkaar stort. Het begint met de curieuze aankondiging dat Paul en Theresa hun huwelijk vervroegd hebben – geen reden tot paniek, totdat Jerry te horen krijgt dat zijn dochter én zwanger is én lijdend aan lymfklierkanker. Kort daarop volgt het nieuws dat Jack het familiebedrijf te gronde gericht heeft, meer te wijten aan veel te ambitieuze investeringen dan aan Eunice's uiterlijk vertoon. En dan is daar opnieuw Pop, die fysiek en mentaal voldoende kracht blijkt te hebben om uit het verzorgingstehuis weg te lopen en zijn zoon tot een commitment te dwingen dat hij tot dan telefonisch kon ontlopen. Het stuurt allemaal aan op een vreselijke ontknoping die door Lee net iets te melodramatisch wordt gesitueerd en getoonzet – maar ook daar redt de techniek van de cliffhanger hem.

Uiteindelijk blijkt deze roman meer gemeen te hebben met Lee's vorige twee dan je aanvankelijk zou vermoeden. ,,In sommige opzichten heb ik drie keer hetzelfde boek geschreven'', erkende hij zelf in een interview, en dat is in elk geval in één belangrijk opzicht waar. Onder de huiselijke drama's schuilt ook hier weer een verhaal van de immigrant met zijn ondiepe wortels en het besef dat het bereiken van de Amerikaanse Droom dikwijls een luchtspiegeling is en de weg erheen getroubleerd en bezaaid met kosten die vaker spiritueel dan materieel van aard zijn. Maar terwijl het boek evenals Lee's beide vorige een weldadige leeservaring is, komt Jerry Battle net wat minder tot leven dan Doc Hatta in A Gesture Life en Henry Park in Native Speaker. Dat heeft in elk geval te maken met een mate van incongruentie die geleidelijk optreedt tussen de Jerry in de lange reflectieve passages, die bedachtzaam, schitterend van formulering en observatie zijn, en de Jerry in de veel gespierder geformuleerde dialogen, waarin hij veel meer als een regular guy overkomt.

Deed de toon van Lee's tweede boek erg denken aan Kazuo Ishiguro, hier is hij, gelijk de problematiek, wat fermer in de Amerikaanse mainstream gezet. Jerry klinkt, in zijn sarcastische, egoïstische overwegingen dikwijls als een kruising tussen John Updike's Rabbit op vergelijkbare leeftijd (is het misschien een kleine erkenning hiervan dat een van de bijfiguren Rabbit als bijnaam heeft?) en Richard Fords Frank Bascombe, uit Independence Day meer dan The Sportswriter.

Welbeschouwd zijn sommige van de bijfiguren geloofwaardiger, tastbaarder; vooral Pop, die veel meer blijkt te zijn dan de tweedimensionale mopperaar uit de beginhoofdstukken; en ook schoonzoon Paul, de on-succesvolle schrijver met een Koreaanse achtergrond, in wie Lee in diapositief enkele trekjes van zichzelf lijkt te hebben verstopt.

De slotpagina's zijn van een mooie serene berusting, als Jerry zich na de meervoudige crisis aan het hoofd van de in zijn huis residerende voltallige extended family ziet staan, en zich op een heel andere manier verstopt voor de feiten dan tevoren. Hij verkiest uiteindelijk op een wel heel letterlijke manier de aarde boven het luchtruim een metafoor die een beetje naar writer's school-schrijven riekt. Maar zoals al vaker is opgemerkt: dat is een verwijt dat alleen de allerbeste schrijvers achteloos van zich kunnen werpen.

Chang-Rae Lee: Aloft. Bloomsbury, 343 blz. €18,15. Vertaald door door Joris Vermeulen als Vlucht, De Bezige Bij, 379 blz. €19,90