Tenets zachte vertrek

Het als `vrijwillig' omschreven vertrek van CIA-directeur George Tenet heeft voor de regering-Bush als voordeel dat er een kop is gerold. Dat kan haar critici wind uit de zeilen nemen.

Wanneer Amerika's hoofdspion bij verrassing vertrekt en als reden aanvoert dat hij weer met zijn zoon naar school wil, dan hoeft het niet te verrassen dat Washington gisteren gonsde van speculaties over de vraag of George Tenet toch de zondebok was voor alles wat de laatste drie jaar verkeerd is gegaan.

Het als `vrijwillig' omschreven ontslag van de CIA-directeur kwam in een week waarin de breuk tussen Washington en de voormalige Iraakse vertrouweling Chalabi in toenemende mate leidde tot interne strijd binnen de regering-Bush. Daarbij ging het niet alleen om de vraag of Chalabi als dubbelspion voor Iran was opgetreden, maar om de hele verantwoordelijkheid voor de inval in Irak op grond van onjuiste inlichtingen.

Er waren gisteravond in grote lijnen drie scholen. Degenen die de lezing van het Witte Huis volgden: de president heeft Tenet het afgelopen jaar er meer dan eens van weerhouden ontslag te nemen. Tijdens zijn ultrakorte `o ja, en dan nog iets'-aankondiging in de Rozentuin van het Witte Huis zei Bush: ,,Ik vind het jammer dat hij gaat. Ik zal hem missen''.

De tegenovergstelde school zag het vertrek van Tenet als een verhulde vorm van ontslag. Stanfield Turner, CIA-directeur onder president Carter, leek het onwaarschijnlijk dat een zo loyale topfunctionaris als Tenet een half jaar voor de verkiezingen zijn president in de steek laat. ,,Hij is geduwd. De president wil iemand de schuld kunnen geven.''

Tussen de vrome en de wrede versie werd een politiek pragmatische uitleg van het vertrek van de CIA-directeur geconstrueerd. Die ging ongeveer als volgt. De president heeft weliswaar nooit toegegeven dat er iets fout is gegaan. De aanslagen van 11 september 2001 waren niet te voorzien, Saddam Hussein was een direct gevaar voor de Verenigde Staten en het gevangenisschandaal in Bagdad was een betreurenswaardig vergrijp van enkele soldaten.

Maar, zo gaat de pragmatische uitleg, toen George Tenet woensdagavond zijn ontslag weer eens aanbood, zei president Bush geen nee. Nadat de uitleg-afdeling van het Witte Huis de innige banden tussen Bush en Tenet heeft onderstreept, kan de president de komende maanden daadkrachtig de contouren schetsen van een hervorming van de inlichtingendiensten én suggereren dat hij met een schone lei begint.

Het voordeel van Tenets vertrek, uit het raam gestapt of geduwd, is voor de regering-Bush bovendien dat er een kop is gerold. En niet één uit de binnenste inner circle. De druk op minister van Defensie Donald Rumsfeld, die de bezetting van Irak zwaar onderschatte en het schandaal in de Abu Ghraib-gevangenis maanden liet sloffen, wordt er iets minder van. Ook Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, die alles wat niet goed ging voor de president coördineerde, ademt net iets vrijer.

De schijn van afgelegde politieke verantwoording kan nuttig blijken als de komende maanden de Senaatscommissie voor de Inlichtingendiensten en de 911-Commissie hun rapporten uitbrengen. Die zullen niet mals zijn en een zoenoffer-bij-voorbaat breekt die stormfronten zo gevaarlijk dicht bij de verkiezingen. Tenet weet wat er in die rapporten komt en realiseerde zich waarschijnlijk dat zijn dagen toch geteld waren.

De velen in Washington die Tenet een `prettige man' noemden, een van de weinigen die kans zag onder zeer tegengestelde presidenten te dienen, wezen er op dat de CIA-baan slopend is. Tenet was echt moe, al betekent ,,meer tijd voor mijn gezin willen'' in het politieke jargon `ontslagen zijn'. Men gunde hem een zacht vertrek.

Of de erfenis van Tenet een goede zal blijken te zijn is de vraag. Het overmatig vertrouwen op technologische spionage en het sterk bezuinigen op menselijke spionage in moeilijke landen was een nationale beslissing. Die wordt teruggedraaid, en het duurt nog vijf jaar voor de Verenigde Staten de inlichtingendienst voor de 21ste eeuw heeft, zei de CIA-chef onlangs voor de Senaat.

Heeft Tenet persoonlijk de president, vice-president Cheney en minister van Defensie Rumsfeld na zacht verzet de inlichtingen over Irak en de massavernietigingswapens van Saddam gegeven waar zij om vroegen? Het ziet er steeds meer naar uit. Terwijl veel van zijn deskundigen waarschuwden dat de bewijzen er niet waren. Kennelijk meende hij nu ook met die overlevingskunsten aan het einde van de weg te zijn gekomen.

Resteert de vraag of Tenet het voorbeeld zal volgen van oud-minister van Financiën O'Neill, ex-terrorisme-chef Richard Clarke en andere vervroegde uittreders van de regering-Bush. Zal ook hij zijn versie van de waarheid in een boek vastleggen? `Kiss and Tell' heet het genre. Het is lucratief. Tenet kan er even over nadenken. Eerst komt (22 juni) het boek van de president die hem CIA-directeur maakte, Bill Clinton. Die heeft beloofd op tijd vóór de verkiezingen het podium vrij te zullen maken.