Tenet, en Bush

Het mooie van het Amerikaanse presidentiële systeem is dat een president zich, gesteund door het mandaat van de kiezers, altijd kan ontdoen van adviseurs die een wanprestatie leveren. Of het nu om een minister gaat of om een hoofd van de inlichtingendienst, zij zijn `slechts' benoemde functionarissen in dienst van een gekozen staatshoofd. Als ze de verwachtingen niet waarmaken, kunnen ze hun biezen pakken. De president zet zo een streep onder een verkeerde aanpak en slaat een nieuwe koers in. Het heeft verbazingwekkend lang geduurd voordat George W. Bush aan een blunderende raadgever uit zijn oorlogskabinet liet weten dat hij beter kan opstappen, maar het lijkt erop dat dat nu, een paar maanden voor de verkiezingen, toch is gebeurd. Officieel treedt directeur George Tenet van de centrale inlichtingendienst, de CIA, om persoonlijke redenen af. Maar in Washington is het geen geheim dat deze presidentiële adviseur met kritiek werd overladen. Een nog te verschijnen rapport waarin het falen van de CIA aan de kaak wordt gesteld, zou zijn positie onmogelijk hebben gemaakt. Exit Tenet.

In zijn hoedanigheid van chef van de Amerikaanse spionagedienst was Tenet verantwoordelijk voor het gebrek aan voorinformatie over de aanslagen van 11 september 2001. De CIA bleek er bovendien naast te zitten met de kwestie van Saddam Husseins massavernietigingswapens, een van de hoofdmotieven om tegen Irak ten oorlog te trekken. Geen van de bewijzen over de verboden wapens die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, in een lang betoog voor de Veiligheidsraad begin februari 2003 aan de wereld overlegde, bleek achteraf iets waard. Ze waren verzameld door de CIA. Powell noemde het materiaal van de dienst onlangs `fout en misleidend'. Tot overmaat van ramp overschatte de CIA de kracht van het Iraakse leger en werd het verzet na afloop van de invasie juist onderschat.

Voor de door Bush als `superbe' omschreven CIA-directeur was deze lijst te lang. Hij houdt de eer aan zichzelf, maar zijn vertrek komt hoe dan ook te laat. Dat ligt niet zozeer aan Tenet als wel aan zijn politieke baas. Een president hoort tijdig af te rekenen met fouten. Wachten tot kwesties uitlopen in juridische- of hoorzittingsprocedures – zoals die nu over Irak worden gehouden – is vragen om moeilijkheden. Bush had dat moment voor moeten zijn door de simpele politieke procedure van ontslag en benoeming eerder in werking te stellen. Dat dit niet is gebeurd, moet te maken hebben met het onvermogen van het Witte Huis om fouten toe te geven en de neiging ze met de mantel der loyaliteit toe te dekken. Maar fouten worden gemaakt, zeker in crises, en het is geen schande dat daarvoor af en toe een kop moet rollen. Dat schept helderheid en vertrouwen bij de kiezers.

Tenet vertrekt op een moeilijk moment. Minder dan vijf maanden voor de presidentsverkiezingen, een aangeslagen en inadequate dienst achterlatend – president Bush had het niet zover mogen laten komen.