Sluit de rijen

Het einde van de Eerste Wereldoorlog was niet het einde van de Europese onrust. Socialisten en communisten bestreden elkaar na de Russische revolutie, vanuit Italië kwam het fascisme op en het verslagen en vernederde Duitsland loerde op wraak. In een bizar boekje dat ik vorige week vond, zoekt een socialistisch publicist naar de vrede. In De Socialistische Arbeiderssport-Internationale als waarborg voor de Europeesche Vrede wordt uiteengezet hoe de arbeiders zichzelf moesten beschermen. Sportorganisaties speelden daarin een centrale rol.

E. Smedes schreef die brochure in 1928. De auteur boog zich over de vraag wat er met de arbeidersklasse moest gebeuren na het drama van de Eerste Wereldoorlog. Arbeidersorganisaties uit heel Europa hadden zich in 1914 achter hun nationale regeringen geschaard om een gruwelijk conflict uit te vechten. En dat terwijl het socialisme voor de wereldbrand internationaal was gericht, en niet op de bestaande staten. Kameraden hadden elkaar afgeslacht voor nationale belangen en niet voor De Internationale, om het in hun jargon te plaatsen. Het leverde een trauma op dat we begin 21ste eeuw niet kunnen onderschatten.

De Europese vrede werd bedreigd, zo zei Smedes, door het fascisme, dat in heel Europa aansloeg. Zijn antwoord luidde `een strak georganiseerde, goed gedisciplineerde sportorganisatie, één van geest, van wil en als uiting daarvan één van kleding, die bereid zal zijn zich zelf geheel en al op het spel te zetten ter verdediging van de vrede in Europa'. In onze beleving zien we weinig verschillen met de toenmalige zwarte eenheidsworst, maar die waren er wel degelijk, vond Smedes. Hij zag het fascisme als een structurele bedreiging van de arbeidersbeweging. Uit bescherming moest de arbeidersbeweging niet meer rücksichtslos als kanonnenvoer opgeofferd worden, slachtoffer worden van barricade-romantiek. `Het volk, dat met een schreeuw van wilde hartstocht naar de barricade stroomt om daar te strijden, is in de moderne tijden niet meer te gebruiken.'

Tijden veranderden toen ook, want die barricades moesten internationale sportorganisaties worden. In die `georganiseerde bereidheid tot de daad' of `de organisatie van de strijdbaarheid' zouden de arbeiders geestelijk sterker worden. Maar sport kon meer: `De arbeider moet geschikt gemaakt worden, om zijn lichamelijke krachten te gebruiken. Hun spieren moeten geoefend en gestaald worden, om die heerschappij over zichzelf te verkrijgen, die de lichamelijk geoefende mensch kenmerkt.'

Toch blijft dit heel militaristisch klinken, en dat was ook in 1928 al zo. Smedes zat er niet mee: `Niet het militarisme, maar wel zijn techniek kunnen we gebruiken'. Leer er maar van, zei hij, `hoe men groote massa's vormt tot strijdbare eenheden, hoe men de massa's in beweging zet en hoe men ze kan leiden.'

Ik heb alleen nog geen woord gevonden over plezier hebben in sport, maar goed: dat is wel heel erg een opvatting van de 21ste eeuw.

jurryt@xs4all.nl