Selectie aan de poort

Jacques Tichelaar, oud-voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), uit in NRC Handelsblad van 19 mei zijn twijfel over de waarde van het vwo-diploma. Schoolleiders en epigonen van de minister zijn daar niet zo blij mee. Vanwaar die twijfels van Tichelaar?

Het niveau van de door het Cito opgestelde centrale eindexamens is duidelijk gedaald. Vergelijk een examen Duits of Frans van 2003 met dat van 1990 en nader kritisch onderzoek wordt overbodig.

Deze geringere moeilijkheidsgraad gevoegd bij het jaarlijks ritueel van het `bijstellen van de norm' (lees: verhogen van het cijfer) doet zich bij vrijwel alle centraal getoetste vakken voor.

Deze verschraling kan ook worden vastgesteld voor de examens havo. De introductie van de tweede fase heeft ervoor gezorgd dat de niveaudaling in een extra versnelling werd gezet, blijkbaar om het echec van deze onderwijsvernieuwing te camoufleren.

In de discussie tot nu toe is een belangrijk punt onderbelicht gebleven : de docent die lesgeeft in de tweede fase. Steeds vaker komt het voor dat in de hoogste leerjaren van het vwo wordt lesgegeven door docenten met een tweedegraadsopleiding. Deze docenten hebben veelal zelf via mavo/havo een lerarenopleiding gevolgd. Opleidingen waar de afgelopen vijftien jaar het woord `kennis' is verdrongen door `aanpak en vaardigheden'. Zo'n 60 procent van de beschikbare tijd wordt op lerarenopleidingen namelijk besteed aan allerlei zaken die niets met 'het vak' te maken hebben (het Advies Taakgroep Vernieuwing Basisvorming dat binnenkort verschijnt, bevestigt deze ontwikkeling op niet mis te verstane wijze).

Het moge duidelijk zijn dat het verzorgen van lessen in de hoogste jaren van het vwo door niet-eerstegraadsdocenten de kwaliteit van het onderwijs zal uithollen. Tweedegraadsdocenten staan niet boven de stof en missen een belangrijke vaardigheid in het omgaan met slimme vwo'ers: de intellectuele dialoog.

Waar het in de discussie in wezen om gaat, is de vwo-leerling. Deze moet voldoende `kennis en inzicht' in de te examineren vakken hebben. Als dat goed is gebeurd, zullen de universiteiten een ieder weer zonder problemen toelaten en moeten schoolleiders weer gaan letten op een juiste selectie van hun docenten.