Roerdroom

Het was een droom, een vervelende droom.

In die droom moest ik een recept klaar maken en ik wist opeens niet meer of dat nu een kwestie van taal of van rekenen was. Want in het droomreceptenboek stond dat ik zes zelfstandige naamwoorden moest vermenigvuldigen met acht werkwoorden.

Welke woorden het allemaal waren stond er wel bij. Verder niets. Ik kwam er niet uit. De hele nacht was ik aan het azijn bakken, zout snijden, knoflook mengen, boter schillen, peper breken en eieren strooien. Alles heb ik geprobeerd. De droomkeuken lag bezaaid met gebroken azijn, geroerde peper, gebakken zout en noem maar op.

Vermoeid en hongerig werd ik wakker. Ging naar de echte keuken en zag daar de boter, de knoflook, de eieren, het zout en de peper en de azijn. Opeens wist ik het en had ik de goede volgorde te pakken. Nu alleen nog schillen, snijden, bakken, breken, gieten, strooien, mengen en roeren. Aan het werk!

Gas aan en klein klontje boter in een bakpan. Een teen knoflook schillen, klein snijden en bakken. Voorzichtig! Na twee minuten doe je er een grotere klont boter bij. Drie eieren breken en de inhoud in een kom doen. Peper en zout erop strooien en goed door elkaar mengen. Grote vlam. Eieren in de hete boter, anderhalve eetlepel azijn erbij gieten en roeren. Snel weer ophouden.

Alles moet nog een beetje zacht zijn. Nu wist ik ook opeens hoe het heette, het recept dat ik in mijn droom niet voor elkaar had gekregen: Arabisch roerei.

Een recept uit 1001 nacht, dat was het.