Politieke kleur gaat boven nationaliteit

Hoe stemmen de leden van het europarlement? Kiezen ze bij controversiële onderwerpen de kant van hun buitenlandse fractiegenoten of trekken alle Nederlanders dan één lijn?

. Leden van het Europees Parlement stemmen bij hoofdelijke stemmingen veel vaker mee met hun fractiegenoten dan met hun landgenoten. Dit verschil is groter naarmate de verdeeldheid in het parlement groter is. Bij echt controversiële kwesties stemt het parlement langs zuiver politieke, niet langs nationale lijnen.

Dit blijkt uit een analyse die NRC Handelsblad heeft uitgevoerd op alle 6.092 niet-geheime hoofdelijke stemmingen die in de afgelopen zittingsperiode van vijf jaar zijn gehouden.

Europarlementariërs worden gekozen op nationale kieslijsten, volgens nationale regels – in het ene land volgens een districtenstelsel, in het andere via evenredige vertegenwoordiging. Afgelopen zaterdag toonde NRC Handelsblad aan dat er binnen het Europese parlement aanzienlijke nationale verschillen bestaan in mate van aanwezigheid en deelname aan stemmingen. De vraag is of deze verschilen terugkomen in de inhoud van de stemmingen.

Daartoe is nagegaan hoe eensgezind alle fracties en alle nationale smaldelen hebben gestemd bij hoofdelijke stemmingen in de afgelopen periode. De gebruikte maat voor eensgezindheid – de eensgezindheids-index – kan variëren van nul (evenveel stemmen voor als tegen, dus volkomen verdeeld) tot honderd (alle stemmen voor of alle stemmen tegen). Onthoudingen zijn niet meegeteld.

Fracties scoren gemiddeld 79 op deze index, landen 58. Het komt overigens nogal eens voor dat het parlement als geheel tamelijk eensgezind is. Het ligt voor de hand dat fracties en landen dat dan ook zijn. Daarom is expliciet gekeken naar die stemmingen waarbij de eensgezindheids-index van het hele parlement beneden de vijftig lag (2.801 stemmingen). In die gevallen daalde de eensgezindheid van de fracties iets, naar 77, terwijl die van de landen dramatisch achteruit liep, naar 35. Bij zeer controversiële kwesties, waarbij de eensgezindheid van het parlement als geheel onder de 25 lag (1.923 stemmingen) werd binnen de fracties de concensus gehandhaafd: de index komt op 78. De eensgezindheids-index van de landen daalde naar 29. Als het parlement echt verdeeld is, zijn alle nationaliteiten verdeeld, maar de fracties nauwelijks.

Niet alle fracties zijn even eensgezind, en niet alle landen even verdeeld. Liberalen, sociaal-democraten, de Europese Volkspartij, Groenen en de fractie van overig links stemmen in het algemeen behoorlijk gedisciplineerd. Hun gemiddelde eensgezindheid ligt tussen de 85 en 95. Dat blijft zo bij stemmingen over zeer controversiële onderwerpen. De fractie Europa van Democratieën en Diversiteit, waarvan de drie vertegenwoordigers van ChristenUnie/SGP deel uitmaken, de Unie voor een Europa van Nationale Staten, die geen Nederlandse vertegenwoordigers telt, en de inmiddels opgeheven fractie van onafhankelijke leden zijn wat verdeelder. De eensgezindheid ligt tussen de 55 en de 80, waarbij het opvalt dat Europa van Democratieën en Diversiteit verdeelder is dan het restgroepje europarlementariërs dat geen politieke fractie vormt.

Een andere manier om de eensgezindheid van een fractie te beoordelen is te kijken hoe vaak ze unaniem stemmen bij hoofdelijke stemmingen (waarbij onthoudingen wederom niet worden meegeteld). Dit komt behoorlijk vaak voor. De groene fractie spant de kroon: die stemt in ruim tweederde van alle hoofdelijke stemmingen unaniem. De fractie van overig links, waarin SP'er Erik Meijer zit, en de liberalen stemmen in ruim de helft van de gevallen unaniem. Unanimiteit komt het minst voor bij de Europese Volkspartij, waarbij het CDA is aangesloten, die in nog geen twintig procent van de gevallen unaniem stemt.

Van de landen stemt Nederland na Frankrijk het meest verdeeld, wanneer alle hoofdelijke stemmingen in beschouwing worden genomen. Bij de stemmingen waarbij het parlement zeer verdeeld is, liggen de verhoudingen volkomen anders. Dan zijn de Spanjaarden, de Portugezen en de Duitsers het meest verdeeld. Hun eensgezindheid ligt dan alle onder de 20. Nederland is met 30 een middenmoter. Ierland en Denemarken zijn de meest eensgezinde landen. Hun eensgezindheid blijft zelfs bij omstreden kwesties tussen de 45 en de 50 liggen.

De Nederlandse europarlementariërs waren het in 1.034 gevalen, ruim een zesde van de hoofdelijke stemmingen, allemaal met elkaar eens – voor zo ver ze althans hun stem uitbrachten. De Nederlanders vormen daarmee na de Fransen, de Italianen en de Britten het minst unanieme gezelschap. Waarbij moet worden aangetekend dat die allemaal met bijna drie keer zo veel zijn, zodat de Nederlanders relatief het minst unaniem zijn. De Luxemburgers zijn het meest unaniem, maar dat is met zes leden niet zo vreemd.

Bezien per onderwerp gaat de eensgezindheid per land niet altijd gelijk op. Toch komt het maar weinig voor dat het Europees Parlement als geheel verdeeld is (eensgezindheid kleiner dan 50), terwijl de Nederlanders het allemaal met elkaar eens zijn. Dit gebeurde de afgelopen vijf jaar welgeteld dertig keer, op meer dan zesduizend stemmingen. In slechts één geval waren de verschillen zo klein dat de stemmen van de Nederlanders de balans deden doorslaan. In de andere gevallen kozen de Nederlanders voor de verliezende kant, of waren de verschillen tussen aantallen voor- en tegenstemmers al zo groot dat de stemmen van de Nederlanders er niet meer toe deden.

Tijdens de intergouvernementele conferentie in Nice is hard onderhandeld over het aantal zetels per land in het parlement na de uitbreiding, vanuit de gedachte dat de nationaliteit van de europarlementariërs ertoe doet. Uit de resultaten van de hoofdelijke stemmingen blijkt echter dat politieke kleur doorslaggevend is, niet nationaliteit. De krachtsverhoudingen in het europarlement worden niet bepaald door de regeringsleiders, maar door de kiezers.