Olieprijs daalt na besluit van OPEC

Nadat de OPEC ondanks grote interne twijfel gisteren besloot om de productiequota van het oliekartel in twee stappen met 2,5 miljoen vaten olie per dag te verhogen, zijn de olieprijzen weer gaan dalen.

In Londen, waar afgelopen dinsdag de prijs van het toonaangevende Brent 39,10 dollar per vat bereikte, stond die vandaag omstreeks het middaguur op 35,87 dollar per vat. Ook in New York daalde gisteren de prijs en sloot West Texas Intermediate 24 dollarcent lager op 39,04 dollar per vat.

,,Wij geloven eigenlijk niet dat er te weinig olie op de markt is. We moeten de komende maanden dan ook uiterst voorzichtig omgaan met het verruimen van de quota. De oorzaken van de hoge prijzen liggen elders'', aldus de Iraanse minister van olie, Bijan Namdar Zangeneh. Iran was net als Algerije, Nigeria en Venezuela tegen het voorstel van Saoedi-Arabië, Kuweit en Qatar gekant om onder Europese en Amerikaanse druk de productiequota te verhogen, maar zij zwichtten voor de internationale druk.

Saoedi-Arabië wilde de productiequota onmiddellijk verhogen van 23,5 naar 26 miljoen vaten per dag, maar ging omwille van de eenheid akkoord met een compromis. De eerste quotaverhoging met twee miljoen vaten gaat in op 1 juli, de tweede op 1 augustus. Op 21 juli komen de OPEC-ministers opnieuw bijeen in Wenen. Op papier betreft het een verhoging van 2,5 miljoen vaten, in de dagelijkse werkelijkheid gaat het om hooguit 0,6 miljoen vaten, omdat volgens de jongste cijfers van het Internationale Energie Agentschap (IEA) in Parijs feitelijk al 25,4 miljoen vaten per dag door de OPEC (organisatie van olieproducerende en exporterende landen) worden geproduceerd.

OPEC-leden houden zich volgens waarnemers zelden aan hun eigen afspraken en produceren nu dan ook meer olie dan de afgesproken productieplafonds toelaten. Analisten reageerden gisteren lauw op het besluit van de OPEC. ,,Zij hebben gedaan wat ze konden doen. Erg veel opties hadden ze niet'', aldus Jacques de Boisseson van het Franse Total. En Claude Mandil, directeur van het IEA zei gisteren in Beirut: ,,Het is een signaal, maar de werkelijkheid is dat speculanten en angst voor mogelijke aanslagen de hoge prijs bepalen en niet het aanbod van olie''.