Ogen met spleetjes

Dieren hebben rare pupillen. Geiten, katten, slangen...ze hebben geen rondjes, maar spleetjes als lichtgaten in de ogen. Wat schieten ze ermee op?

Ik ken zelfs een paard met streepogen. Geen gezicht. Maar het is maar wat je gewend bent. Wij zijn ronde gaten in onze ogen gewend, die vinden wij het mooist. En ze doen het best goed. Ze gaan verder open als het donker is, zodat er meer licht binnenkomt, en dicht als het erg licht wordt. Zo raak je niet verblind. Maar veel dieren zweren juist bij spleetjes. Daar hebben zij het meeste aan. Er zijn liggende en staande streepjes, zoals van de kaaiman hierboven. En er zijn schuine streepjes.

Spleetpupillen zie je het meest bij nachtdieren. En bij dieren die soms overdag, en soms 's nachts op stap gaan – zoals katten. Zulke dieren hebben heel gevoelige ogen, om bij maanlicht goed te kunnen zien. Daarom moeten ze overdag juist weer extra goed hun ogen klein kunnen maken. Van het brandende licht van de zon zouden ze blind kunnen worden. De oplossing? Spleetjes.

Die spleetjes hebben twee voordelen. Je kunt ze goed klein krijgen, tegen de zon. En je kunt ze heel snel klein laten worden. Een ronde opening is maar moeilijk te sluiten. Dat moet van alle kanten, en dat is een heel gedoe met spiertjes. Zo'n spleetopening is simpeler – meer als een luik dat je in één klap dichtschuift. Dat is handig. Bijvoorbeeld als je als kaaiman uit een stukje stikdonker regenwoud opeens de tropenzon inzwemt. Wat een verschil! De kaaimanogen passen zich snel aan, terwijl mensen nog lang tegen die zon staan te knipperen.

En er is meer. Spleetpupillen werken extra prettig met de rest van het oog samen. Je kunt er extra scherp mee zien. En ze kunnen ook een mooi breed of juist extra hoog beeld geven. Of, lijkt het, een extra goed schuin beeld? Geiten en herten hebben scheve strepen in de ogen. Vooral grazende dieren hebben schuine spleetjes. Als ze met de kop omlaag staan te eten, staan die spleetjes opeens recht. Let maar op. Geiten en herten hebben dus eigenlijk geen schuine spleetjes, maar meestal schuine koppen. Dan kunnen ze roofdieren, zoals wolven, extra scherp aan zien komen. Dat is prettig, want juist met hun kop laag tussen de planten zijn ze kwetsbaar. Wat ze dan zien, kunnen ze maar beter meteen extra goed zien.

Waarom hebben wij en andere dieren dan niet allemaal zulke streepjes? Er zit een nadeel aan. Je kunt er weinig diepte mee zien. Met ronde pupillen kunnen ogen beter samenwerken. Voor roofdieren die vooral overdag jagen zijn rondjes dus handig – zo weten ze preciezer hoe ver ze moeten springen of waar ze moeten toeslaan. Ook apen, die in bomen klimmen, zijn met ronde pupillen beter af – zo gaat er minder mis. Vogels hebben trouwens ook allemaal ronde pupillen. Als je vliegt, maar vooral als je een beetje netjes wilt landen, is het belangrijk om te zien wáár precies.

Spleetpupillen hebben trouwens nog een nadeel. Mensen vinden die niet mooi en lief. Neem vogels. Hoe populair zouden ze zijn als ze kaaimannenoogjes hadden?