Nipkow

Veel blijdschap en feestgedruis gistermiddag in Studio Plantage in Amsterdam, waar de Nipkowschijven werden uitgereikt aan de programmamakers Paul de Leeuw (tv), Theo Reitsma (tv), Rob Muntz (radio) en Henk van Hoorn (radio).

De Nipkow-jury bestaat alleen uit tv/radio-critici, dit jaar waren het er negen. Hoe omstreden hun arbeid soms ook is, hun prijs is nog altijd de meest prestigieuze in de audiovisuele mediawereld. Tv-critici zijn bij programmamakers een gehaat óf geliefd volkje, al naargelang hun kritiek negatief of positief uitvalt. Henk van Hoorn, die een oeuvreprijs kreeg, zei het zo: ,,Tv-kritiek heeft wel degelijk effect. Elk serieus stukje wordt op vergaderingen uitvoerig besproken en er worden ook consequenties uit getrokken.''

Dat laatste trek ik in twijfel ik merk er als tv-kijker in ieder geval niet zo veel van. Al die leuke prijzen kunnen de indruk niet wegnemen dat het programma-aanbod malaiseverschijnselen vertoont, zowel op de radio als op de tv. De oorzaken? Ad van Liempt, eindredacteur van het succesvolle geschiedenisprogramma Andere tijden, gaf er in een scherpe openingsrede enkele aan.

Hij vond dat de jonge programmamakers slecht behandeld worden. ,,Ze worden opgejaagd als aangeschoten wild, na drie arbeidscontracten van een jaar moeten ze meestal weg. Het leidt tot een permanente staat van onrust en risicomijdend gedrag.'' Geborgenheid is er alleen voor de arrivés, voor wie men juist strenger zou moeten zijn.

Van Liempt hekelde ook de opstelling van de commerciële televisie, die in Nederland hoofdzakelijk wil amuseren niet informeren. Daarvan gaat een verkeerde prikkel uit naar de publieke omroep, die van de weeromstuit ook te veel op de kijkcijfers gaat letten. ,,Tv is te belangrijk voor alleen junkfood'', stelde Van Liempt vast.

Bij de betere programmamakers proef je vaak een diepe onvrede over de wereld waarin ze moeten werken. Dat is een groot verschil met de mensen van de schrijvende pers, al is het daar ook niet allemaal boter tot de boom. ,,Deze Hilversumse familie die ik zo gemist heb'', sneerde Rob Muntz naar de omroepen die hem niet meer zagen staan na zijn problemen met de VPRO. Paul de Leeuw herinnerde aan zijn moeilijkheden bij de NCRV, en Theo Reitsma sprak van ,,die vergaderbeestjes waar je gek van wordt''.

Zo'n Nipkowschijf kan een welkome ruggensteun zijn voor programmamakers in het nauw. Alleen in het geval van Paul de Leeuw vroeg ik me af of hij er op langere termijn veel plezier van zal hebben.

De jury roemde hem om zijn `grensverleggende, avant-gardistische' programma PaPaul, maar ik betwijfel of De Leeuw zélf wel zo grensverleggend en avant-gardistisch wil zijn. De VARA in ieder geval niet, men wil met Paul de Leeuw vooral scoren. Dat lukt de laatste tijd niet meer. Als tv-artiest heeft De Leeuw dan ook een groot probleem, dat door deze Nipkowschijf werd toegedekt: zijn publiek begint zich van hem af te wenden.

Het is een langzaam, maar genadeloos proces dat zelfs de allerbesten (Van Kooten en De Bie) kan overkomen als ze te lang doorgaan.