Met zestig in de zandbak

Wie droomt er niet van; ouder worden terwijl rimpels en aftakelingsverschijnselen gestaag afnemen? Max Tivoli, de hoofdpersoon in Andrew Sean Greers roman De bekentenissen van Max Tivoli, overkomt het. Hij wordt door een speling van de natuur geboren met het uiterlijk van een zeventigjarige en hij eindigt zijn leven fysiek als een kind. Dat lijkt leuk, maar Max zegt: `En ik, een man van bijna zestig, zit in een zandbak.' In een schoolschrift schrijft de zestigjarige gevangene van zijn kinderlichaam zijn herinneringen en bekentenissen op voordat de regressie tot onbewuste peuter intreedt.

De Amerikaanse schrijver Andrew Sean Greer (1970) gebruikt dit literaire procédé om noodlot en liefde aan elkaar te koppelen. Dat is niet nieuw – denk aan de metafysica in Mulisch' verhalenbundel De versierde mens –, maar de laatste jaren schijnbaar een kleine trend in de Engelstalige literatuur aan het worden. Zo nemen Ann-Marie MacDonald (Fall on Your Knees), Alice Sebold (The Lovely Bones) en recentelijk Audrey Niffenegger (The Time Travellers Wife) het `buitenperspectief' van tijd en ruimte onder de loep. De truc van het tijdreizen doet een beroep op de logica, dus ook Greer ontkomt niet aan een lezer die zoekt naar de denkfouten in zijn omkeringsroman, zeker als de verhaaltruc her en der vragen over geloofwaardigheid oproept.

Max Tivoli wordt in 1871 in San Francisco geboren na te zijn verwekt tijdens het opblazen van de rotsen van Blossom Rock (`was de krankzinnige explosie van Blossom Rock voldoende om mijn cellen met een schok tot een teruggaande groei te brengen?'). Blind, gerimpeld, grijs en lam komt hij ter wereld, een monster om te zien. Met de ijzeren regel van zijn moeder – `Wees wat ze denken dat je bent' – zal Max zich altijd overeenkomstig zijn uiterlijke leeftijd gedragen. Wanneer hij zeventien is (en zich ook zo voelt maar er uitziet als een grijsaard) wordt hij verliefd op buurmeisje Alice Levy van veertien. Weliswaar belandt Max bij haar moeder in bed, zijn leven staat voortaan in het teken van Alice. Zij op haar beurt is verliefd op Max' enige vriend Hughie, maar wanneer Max toch zijn Alice kust, vertrekken Alice en haar moeder halsoverkop uit San Fransico.

Jaren later, wanneer Max' uiterlijk bijna samenvalt met zijn werkelijke leeftijd, ontmoet hij Alice opnieuw. Ze herkent hem niet en hij doet zich daarom voor als een zekere Asgar. Ze trouwen, maar uiteindelijk verlaat ze Max. Weer jaren later cruisen de zestigers Max en Hughie kriskras door de Verenigde Staten, op zoek naar Alice. Max wordt als bejaarde in kinderlichaam, geadopteerd door de onwetende Alice.

Andrew Sean Greer werd al vergeleken met zijn eigen literaire helden Nabokov en Proust. Die vergelijking is iets te veel eer, al beschikt Greer ontegenzeggelijk over stilistisch talent. Al eerder werd hem lof toegezwaaid voor zijn verhalenbundel How It Was for Me (2000) en de roman The Path of Minor Planets (2001).

Toch bevredigt De bekentenissen van Max Tivoli niet helemaal. De omgekeerde levensloop is een tour de force die geen intrinsieke waarde heeft. Het blijft stoeien met de logica; waarom wordt Max bejaard geboren maar wel op babyformaat en niet als een denkend of desnoods dement mens? Voortdurend toets je gebeurtenissen aan de rekensom van leeftijden. Greer giet bovendien de structuur in drie akten – Max als kind, als dertiger en als zestiger – en omdat die levensfasen met flashbacks en -forwards worden doorbroken, moet er veel worden gepuzzeld. Pas bij het herlezen vallen alle stukjes op hun plaats.

Greers nadruk op de structuur van zijn roman verbloemt de vaak oppervlakkige psychologische observaties. Hij laat de kans liggen om dieper op de betekenis van leeftijd in te gaan anders dan de constatering dat vrouwen jaloers zijn op de jonger wordende Max. Ook zonder geforceerd gegoochel met leeftijden was de liefdesrelatie tussen Alice en Max en Hughie tragisch genoeg geweest, hoewel Max als grote manipulator op niet altijd even sympathieke wijze zijn eigen graf graaft. Zijn lot is droevig, maar hij maakt zelf bij volledig bewustzijn de verkeerde keuzes; het liegen over zijn identiteit richt iedereen te gronde. In De bekentenissen van Max Tivoli zijn lot en vrije wil twee loten aan de stam van een boom die maar niet tot volle wasdom wil komen.

Andrew Sean Greer: De bekentenissen van Max Tivoli. Vertaald uit het Engels door Ankie Blommestein. Anthos, 283 blz. €19,95

Andrew Sean Greer geeft op woensdag 9 juni (20.00 uur) een lezing bij het John Adams Institute in Amsterdam. West-Indisch Huis, Herenmarkt 9. Reserveren: 020-6247280.