Lucia de B. houdt vast aan onschuld

Ze had altijd met hart en ziel haar taak als verpleegkundige vervuld. Dat dit beroep haar nu definitief afgenomen was, deed haar veel pijn. Met die woorden heeft Lucia de B. vanochtend het hoger beroep in Den Haag afgesloten waar ze sinds begin dit jaar terecht staat wegens de moord op dertien patiënten en poging tot moord op vijf tussen 1997 en 2001, toen zij in vier ziekenhuizen in en rond Den Haag werkte.

De B., die door de rechtbank vorig jaar maart al tot levenslang was veroordeeld, sprak de hoop uit dat de nabestaanden, wiens pijn nog ,,vele malen erger” was dan die van haar, zouden geloven dat zij onschuldig was.

Eerder hadden haar advocaten al betoogd dat het OM de eis van levenslang wegens zeven moorden en drie pogingen tot moord baseert op het feit dat Lucia ,,de schijn tegen heeft”. Advocaten A. Franken en A. Visser benadrukten dat er geen enkele getuige was die ooit gezien had dat De B. patiënten daadwerkelijk iets had aangedaan. Bij de meeste sterfgevallen ontbrak bovendien bewijs van een niet-natuurlijke doodsoorzaak. Het OM had in zijn requisitoir al om vrijspraak voor zes moorden en twee pogingen tot moord gevraagd vanwege onvoldoende zekerheid over de onverklaarbaarheid en onnatuurlijkheid van die incidenten.

Volgens Franken is er slechts in één van de achttien gevallen, namelijk de vergiftiging en de dood van de zes maanden oude Amber Zuiderwijk, sprake van een aantoonbaar strafbaar feit, maar heeft het OM niet aangetoond dat De B. dat verricht zou hebben.

In alle gevallen heeft het OM zich volgens de advocaten van De B. slechts gebaseerd op ,,willekeurige” statistiek, tegenstrijdige en soms lasterlijke verklaringen van oud-collega's over het gedrag en karakter van De B. en een verkeerde en ongefundeerde uitleg van haar dagboeken. Deze ,,suggesties” hebben in hun samenhang onterecht de indruk doen ontstaan dat De B. een seriemoordenaar is. Het hof moest inzien, pleitte de verdediging, dat er nog een verschil is tussen het gevoel ,,dat Lucia de B. het wel zal hebben gedaan” en bewijs daarvoor.

Het OM heeft ook onterecht een beroep gedaan op het zogenoemde schakelbewijs, stelde Franken. Het OM had in haar requisitoir gesteld dat de zaken op individuele basis misschien waren ,,gedoemd elk in een krappe vrijspraak te eindigen”, maar vanwege hun ,, ontegenzeggelijke” samenhang tot een veroordeling moesten leiden. Maar schakelbewijs kan alleen worden ingezet als er in elke zaak tenminste één aanwijzing is dat er iets strafbaar is gedaan, en dat was hier niet het geval, zo stelde de verdediging.