Koning op het tweede plan

In de allermooiste Italiaanse film aller tijden, misschien wel de mooiste ter wereld, speelt hij de allermooiste rol. Nino Manfredi is in C'eravamo tanto amati een verpleger die onder de patiënten zijn geliefde vindt, haar voorstelt aan zijn beste vrienden, die allemaal op haar verliefd worden, elkaar en haar verraden en toch ook weer niet. Zoveel al te menselijke kronkels, geestig en tragisch om te zien, vind je alleen in de Italiaanse cinema. En Manfredi, die alle gevoelens van liefde, vriendschap, haat, spijt en berusting schijnbaar moeiteloos in zijn personages goot, was een van de grote sterren in de gouden jaren van die cinema. ,,De laatste van de grote sterren'', schrijven de commentaren vandaag – want vannacht is Manfredi op 83-jarige leeftijd te Rome overleden.

Manfredi, die sinds juli vorig jaar in het ziekenhuis lag na een hersenbloeding, speelde tussen 1949 en 2003 in meer dan honderd films en regisseerde er zelf drie. Hij wordt vaak in één adem genoemd met Vittorio Gassman (zijn verraderlijkste vriend in C'eravamo tanto amati, 1974), die in 2000 overleed en Alberto Sordi, die vorig jaar overleed. Ze waren mooie mannen, maar niet op de overrompelende manier van Marcello Mastroianni. Zij konden ook op het tweede plan schitteren, of juist eens niet schitteren. En ze waren, met Totó, de koningen van de Italiaanse komedie.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Manfredi via de toneelgroep van Gassman bij de film terecht, al duurde het tot het eind van de jaren vijftig voor hij echt opviel. Daarna werkte hij met de beste regisseurs van zijn tijd, zoals Luigi Comencini (Avventure di Pinocchio), Nanni Loy (Il padre di famiglia, Café Express), Vittorio De Sica (Lo chiameremo Andrea), Franco Brusati (Pane e cioccolata) en Ettore Scola (C'eravamo tanto amati, Brutti sporchi e cattivi). Scola omschreef het typische Manfredi-personage als ,,de kleine vriendelijke Italiaanse burgerman, niet al te slim, maar geslepen – een geboren verliezer, maar door zijn innerlijke rijkdom daarvan bevrijd.''

Zijn laatste rol speelde Manfredi vorig jaar in La luz prodigiosa van Miguel Hermoso. Hij werd vertoond op het filmfestival van Venetië, waar Manfredi de Bianchi-prijs kreeg voor zijn hele oeuvre.