Kletsende Doekle tevreden

De CNV-top kreeg gisteren te horen wat de leden vinden van het gesneuvelde voorjaarsoverleg. Gelukkig, allemaal tegen het kabinet. `Dus wij moeten geen concessies doen?'

Twee minuten mochten ze ongeveer duren, de telefoontjes met de CNV-leden. Maar CNV-voorzitter Doekle Terpstra doet er veel langer over, zegt Jaap Jongejan, zelf voorzitter van CNV bedrijvenbond. ,,Dat komt omdat mensen zó verbaasd zijn dat ze hem zelf aan de lijn krijgen, dat kost even tijd.''

,,Klopt'', zegt Terpstra lachend vanaf het bureau ernaast. ,,Ik had er net een, die zei `met het opperhoofd zelf?''' Aan het bureau ertegenover bast Arend van Wijngaarden, voorzitter van de hout- en bouwbond CNV: ,,maar het komt ook omdat je zelf zoveel kletst, Doekle.''

Op het kantoor van de CNV bedrijvenbond zitten zes vakbondsvoorzitters achter de telefoon. Ze willen weten wat de bellers vinden van de uitkomst van het voorjaarsoverleg over de prepensioenen en de levensloopregeling. Dit overleg is vorige maand mislukt. De sociale partners onderling en het kabinet konden het niet eens worden over de leeftijd waarop het prepensioen moet ingaan en de vraag of werknemers al dan niet vrij moeten zijn aan de regeling mee te doen. Het kabinet besloot vervolgens niet langer te onderhandelen. Daarop lieten de vakbonden weten dat ze zich niet meer gebonden voelen aan de `nullijn', de afgesproken loonmatiging uit het vorig jaar gesloten najaarsakkoord.

Nu is het woord aan de leden. De CNV wil weten of ze het akkoord tussen kabinet en werkgevers toch moet aanvaarden, en wat de leden vinden van de opstelling van de vakbeweging in de onderhandelingen. De informatiekrant die gisteren bij de leden op de mat viel, laat weinig ruimte voor twijfel over de keuze van de bestuurders. ,,CNV wijst eindbod kabinet af''. De komende week kunnen leden iedere avond bellen. Ook kunnen ze een vragenlijst invullen op de website van de CNV en zijn er ledenbijeenkomsten door het hele land. Daarna bepalen de afzonderlijke bonden en, op 22 juni de vakcentrale, het definitieve standpunt.

Terpstra krijgt een telefoontje. Mijnheer Kramer.

– Wat vindt u van de uitkomst van het overleg?

– Ik heb me kapot geërgerd aan de discussie.

– Toch niet aan ons?

– Nee, absoluut niet. Aan het kabinet. Dat verkwanselt de solidariteit door volledige keuzevrijheid in te voeren. We maken zo een egoïstische maatschappij. En bovendien, als iedereen alleen voor zichzelf gaat, wordt het allemaal onbetaalbaar.

– Dus wij moeten op dat punt geen concessies doen?

– Nee. Ik vind de opstelling van het kabinet op dit punt schandalig.

Deze beller verwoordt volgens Terpstra de mening van vrijwel alle bellers van die avond. En daar is hij opgelucht over. ,,Op een gegeven moment zit je zo diep in de onderhandelingen dat je je afvraagt of je het nog wel goed ziet.'' Over de keuzevrijheid die het kabinet wil opleggen maakt hij zich kwaad. ,,Dit debat is op echt ideologische gronden gestrand. Het kabinet voert een Thatcheriaans beleid. Als ik Gerrit Zalm was, zou ik zeer tevreden zijn.''

De discussie over de prepensioenen was volgens Terpstra een uitgelezen gelegenheid om twee belangrijke thema's – ouderenparticipatie en hoe om te gaan met keuzevrijheid en solidariteit in collectieve regelingen – te regelen. ,,Maar het kabinet haalt gewoon een streep door de solidariteit, en de samenleving lijkt het niet door te hebben.'' Veel leden van de christelijke vakbeweging waren kritisch over de opstelling van het CDA. ,,Een man zei tenminste tien jaar niet meer op hen te zullen stemmen.'' zegt Van Wijngaarden. ,,En veel leden vinden dat wij een negatief stemadvies moeten uitbrengen.'' Maar ,,dat doen we dus niet'', zegt Terpstra.

Het was gisteravond drukker dan verwacht. Alle bestuurders kregen 20, 25 telefoontjes in de twee uur dat ze er zaten. Wanneer ze achteraf de balans opmaken, blijkt dat de leeftijd van de meeste bellers iets boven de vijftig jaar ligt. De oudste beller, 71, wilde alleen zijn steun betuigen. De meeste bellers zijn van de Hout- en Bouwbond. Voor die werknemers, met zware, fysieke beroepen, is een pensioenleeftijd van zestig jaar het uiterste, zo blijkt. ,,Ik sprak een sjouwer, die al vanaf zijn 14e dijken bouwt''zegt Van Wijngaarden. ,,Die man werkt al 41 jaar. Die kan echt niet nog eens tien jaar.''