Halve Carrington

Rond minister Donner (Justitie, CDA) hangt de geur van geschroeid vlees. LPF en PvdA, die samen een derde van de zetels in de Tweede Kamer bezetten, zegden het vertrouwen in de bewindsman op. Aanleiding was de aaneenschakeling van blunders die onder de verantwoordelijkheid van de minister zijn gemaakt door betrokken instanties in de zaak met de ontvoering van het meisje uit Eibergen door een niet van verlof teruggekeerde tbs'er. Het gaat dan niet aan om triomfantelijk vast te stellen, zoals in CDA-kring gebeurde, dat tweederde van de Kamer wél het vertrouwen in de minister behoudt.

De feiten die de minister werden aangerekend zijn op zich voldoende om hem naar huis te sturen: de tbs-instelling die de als gevaarlijk bekend staande cliënt onbegeleid de straat op stuurde, en vervolgens het falend optreden van justitie en politie. Donner schreef in zijn brief aan de Kamer dat ,,men zich achteraf bij alle betrokken instanties een groter gevoel van urgentie zou hebben gewenst.'' Met het oog op de gevolgen voor het slachtoffer, en de schok die deze zaak te weeg bracht in de samenleving, mag deze uitspraak de annalen ingaan als het understatement van het jaar. De gemaakte fouten vallen Donner des te zwaarder aan te rekenen, zoals PvdA-woordvoerder Wolfsen deed, aangezien hij reeds een jaar eerder aanscherping van het beleid had toegezegd.

Dat de zaak voor de minister niet drastischer uitpakte, heeft onder meer te maken met het klungelige optreden van de PvdA-fractie. Deze koos ervoor om steun te betuigen aan een motie van afkeuring van LPF-woordvoerder Eerdmans. Bijgevolg kreeg het Kamerdebat gisteren het karakter van een collectieve tekstexegese van de LPF-motie. De PvdA had ook een eigen motie kunnen indienen en daarvoor steun kunnen verwerven bij gelijkgestemde fracties. Het argument van Wolfsen dat hij de LPF ,,niet had willen inhalen'', klinkt ridderlijk maar overtuigt niet. De reden was dat de PvdA niet zelf een motie wilde indienen waarvan op voorhand duidelijk was dat daarvoor geen meerderheid zou zijn. Het LPF-standpunt over tbs met daarin elementen als chemische castratie en het voorgoed opbergen van gestoorde delinquenten, ligt mijlenver af van de ideeën die de PvdA hierover heeft. Niettemin bood de handelwijze van Wolfsen Donner de gelegenheid om zijn fractie op één hoop te gooien met de LPF.

Donner nam terecht verantwoordelijkheid voor de gemaakte fouten, en dan niet in de betekenis van ,,het spijt mij, het zal niet meer voorkomen''. Daarmee leek hij het voorbeeld te gaan volgen van Lord Carrington die aftrad onder erkenning van verantwoordelijkheid voor fouten die hem niet persoonlijk waren aan te rekenen. Maar Donner volgt de Carrington-doctrine slechts half. In plaats van af te treden, beloofde hij nogmaals het beleid aan te scherpen.

De rol van de VVD in het debat leek ingegeven door het coalitiebelang. Mocht de liberale afgevaardigde Aptroot eerder over de uitwassen bij de uitkeringsinstantie UWV minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) nog een buts in het vertrouwen toedienen, gisteren waren de rijen rond Donner gesloten. Gezien eerdere liberale verwijten aan de minister, die volgens fractievoorzitter Van Aartsen ,,laks en naïef'' is, was dit niet zonder betekenis.

Voorheen plachten ministers van Justitie `moeilijke' dossiers onder te brengen bij hun staatssecretaris, die de zogeheten hoofdpijnportefeuille had. Het politieke afbreukrisico werd verplaatst naar een niveau onder de minister. Donner heeft echter geen staatssecretaris en opereert geheel voor eigen risico. Dat is er sinds gisteren niet kleiner op geworden.