Ethiek en de zwaartekracht

Net als in zijn boek Moderne Papoea's uit 2002 verdedigt Paul Cliteur in zijn nieuwe bundel, God houdt niet van vrijzinigheid, de volgende uitspraak van Silvio Berlusconi: `We moeten ons bewust zijn van de superioriteit van onze beschaving, een systeem dat berust op welzijn, respect voor mensenrechten en respect voor religieuze rechten – iets wat je niet hebt in islamitische landen.' Cliteurs verdediging komt erop neer dat we anders vervallen in cultureel relativisme, en dan zouden we nérgens meer oordelen over kunnen vellen. Cultureel relativisten zouden bijvoorbeeld ook de normen en waarden van het nazi-regime moeten respecteren – dat is immers ook een cultuur? Dit is een drogredenering. Een perfide politiek regime is nog geen cultuur. Bovendien, wie gelooft dat waarden en normen cultureel bepaald zijn, hoeft nog beslist niet álle waarden overal ter wereld even goed te vinden.

Cliteur probeert cultureel relativisme in diskrediet te brengen door ethische uitspraken te vergelijken met rekensommen of de wetten van de zwaartekracht. Wie zegt dat tweemaal twee vijf is, maakt een fout, wie niet gelooft in de universele geldigheid van de wetten van de zwaartekracht, vergist zich. Voor beide uitspraken bestaat een objectieve norm buiten ons die bepaalt of zij waar is – een wiskundig bewijs in het eerste geval, de werkelijkheid in het geval van de zwaartekracht.

Normen en waarden, daarentegen, zijn verankerd in menselijke reacties en gevoelens op gebeurtenissen die per cultuur kunnen verschillen, omdat er geen absolute morele werkelijkheid buiten ons bestaat waarop we ons kunnen beroepen. Dat betekent nog niet dat dus `alles relatief is'. Je kunt respecteren wat iemand besluit te doen, vanuit zijn gezichtspunt, zonder dat je daarmee wil zeggen dat je in zijn plaats hetzelfde zou doen.

Cliteur opent de aanval op de agnost door hem de volgende aanname in de schoenen te schuiven. `Er is een wereld aan gene zijde van de menselijke ervaring die wij principieel niet kunnen kennen. En dat is God.' Er is geen agnost die zoiets beweert, want daarmee zou hij zijn agnosticisme opgeven. Blijkbaar ontgaat het Cliteur dat de agnost consequent vasthoudt aan het logische beginsel dat je voor een bewering bewijs moet hebben. De gelovige beweert dat God bestaat, de atheïst beweert dat God niet bestaat; de agnost vindt dat er voor beide beweringen geen bewijs bestaat.

Ronduit ergerlijk is het dat Cliteur de standpunten van anderen verdraait. Zo schrijft hij dat Isaiah Berlin zijn klassieke opstel `Two concepts of liberty' begint met `het klassieke begrip van vrijheid voor een individu' en eindigt met de constatering `dat vrijheid tegenwoordig wordt ervaren als iets wat men alleen als een groep kan genieten'. Dat schrijft Berlin helemaal niet. De twee begrippen van vrijheid waarop hij in de titel doelt zijn negatieve vrijheid – geen belemmeringen hebben om te doen wat je wil doen – en positieve vrijheid – ook daadwerkelijk de middelen hebben om te kunnen doen wat je wil doen. Niemand belemmert een invalide de trap van een openbaar gebouw te beklimmen, die negatieve vrijheid heeft hij, maar om hem echt binnen te kunnen laten, bouwt men rolstoelingangen. Die geven hem de positieve vrijheid om die gebouwen ook daadwerkelijk binnen te gaan.

Op dezelfde pagina wordt de opvatting van de Canadese filosoof Charles Taylor over multiculturalisme onjuist weergegeven. Taylor heeft betoogd dat iemands culturele achtergrond belangrijk is voor de ontwikkeling van zijn persoonlijke identiteit. Een liberale overheid die de ontwikkeling van authentieke individuen wil bevorderen dient dus met die culturele achtergronden rekening te houden. Cliteur maakt hiervan dat volgens Taylor `allerlei minderheidsgroeperingen door speciale collectieve rechten beschermd zouden moeten worden in het bevestigen en cultiveren van hun eigen groepsidentiteit.'

God houdt niet van vrijzinnigheid wordt zo ontsierd door denkfouten, drogredeneringen en verdraaiingen van standpunten. Van dat soort vrijzinnigheid houdt God inderdaad niet.

Paul Cliteur: God houdt niet van vrijzinnigheid. Bert Bakker, 365 blz. €19,95