Eerste infuus

Een medicijnenstudente loopt stage in ziekenhuizen. Onder pseudoniem doet de co-assistente verslag van haar ervaringen.

,,Prima, ik stuur de co wel voor dat infuusje.'' Nonchalant legt Esther de hoorn op de haak en knikt me toe. Ik knik terug en staar slaperig in mijn koffie. Het is maandagochtend, mijn tweede week ziekenhuis, en vanaf vandaag is Esther de zaalarts die me begeleidt.

Opeens klinkt het geërgerd ,,Hallo! Je hebt toch gehoord wat ik zei? Aan de slag!'' Geschrokken staar ik haar aan en besef: de co, de infuusprikker, dat ben ík!

Esther lacht om mijn blik. ,,Eerste keer zeker? Kom, ik coach je er wel doorheen.'' Nerveus rommel ik in de infuuskar op zoek naar naalden. Ik wist dat het onvermijdelijk was: het is me voorgedaan en ik heb acht sponsen lek geprikt om te oefenen. Toch moet ik rillen bij de gedachte aan die arme meneer De Groot: zijn arm gestuwd, vaten die dreigend opbollen, bloed dat daarin ongedurig kolkt, en dan kom ik met die grote naald.

Ondertussen krabbelt Esther haar naam op de infuuslijst. E. Hendriks... die naam staat ergens in mijn geheugen, peins ik, maar waar? Net op het moment dat we de zaal instappen zie ik het opeens glashelder voor me.

Eindfeest van het eerste studiejaar. Beschonken hang ik met Marit aan de bar. ,,Dat is een leukje'', fluister ik, ,,dat krullen daar.'' En ik wijs naar een quasi-nonchalant gestylede coupe boven een blauwe ruitjesblouse. Een uurtje later sta ik verstrengeld met `dat krullen' op de brug. ,,Goed'', brabbel ik, ,,maar naar wiens huis dan nu?'' Het blijft pijnlijk stil. ,,Ehh... sorry, ik woon samen.'' Verbaasd schiet ik in de lach. ,,Wat? Met wíe dan??''

Plotseling valt alles op zijn plaats. Esther Hendriks! Voor het eerst in mijn leven zal ik een dikke naald vier centimeter in iemands arm steken. En uitgerekend nu word ik door deze arts gecoacht: degene die ik zonder enig schuldgevoel (,,is vast een doos'') bedrogen heb!

Ik hou dapper mijn naald in de aanslag, maar zie ondertussen haarscherp op mijn netvlies hoe ze diezelfde naald uit mijn hand rukt, en hem ferm loodrecht door mijn hand boort. Haar ogen schitteren terwijl ze sist ,,rondneukende kutco... dacht je nou echt dat je MIJ iets kon flikken?''

Ik haal diep adem en roep mezelf tot de orde: ,,Doe normaal! natuurlijk weet ze niets.'' De naald heb ik ondertussen wonderbaarlijk netjes in het vat geplant. Mijn handen trillen terwijl ik de procedure nog eens door mijn hoofd laat gaan: nu de naald er weer uit, maar het slangetje laten zitten, en daar dan het kraantje op aansluiten...

Ik verwijder de naald, maar tot mijn schrik golft het bloed onder druk naar buiten. ,,Stuwband!'' gebiedt Esther en klikt hem los. Het bloed druppelt nu gestaag door op het laken. In mijn ooghoek zie ik meneer De Groots bleke gezicht. ,,Waar is het kraantje?'' roep ik paniekerig. Esther sluit hem behendig aan. ,,Klaar'', constateert ze tevreden.

Een minuut later sta ik zwetend naast haar op de gang. ,,Ging helemaal niet slecht, toch?'' grijnst ze en klopt goedkeurend op mijn schouder. Ik produceer een glimlachje en haast me naar het toilet.

De beschreven gebeurtenissen hebben echt plaatsgevonden, de namen zijn gefingeerd.