Een foto is altijd een bewijs

Martine Stig onderzoekt de rol die fotografie speelt in ons dagelijks leven. ,,De kijker gelooft wat hij ziet.''

Doorgelopen mascara, een vlekkerige huid, de haren door de war en een wazige blik in de ogen. De dubbelportretten die Martine Stig in 1998 van bevriende stellen maakte, zijn niet bepaald flatteus. Het is of de beelden geschoten zijn na een avondje hevig stappen, op het moment dat in de vroege ochtend de tl-lichten van de discotheek aangaan. De extreem grote pupillen zouden kunnen wijzen op flink drugsgebruik. Daar staat tegenover dat de kleding die ze dragen – verschoten T-shirts en eenvoudige hemdjes – niet erg feestelijk is, en dat de omgeving nogal steriel oogt: de jonge mannen en vrouwen staan steeds zij aan zij tegen een witte muur.

Het hoe en waarom van de fotoserie blijft een raadsel, totdat je de titel leest. After. Dan begrijp je het. Al deze mensen hebben zojuist de liefde bedreven. En hoewel er op de foto's niets onoorbaars te zien is, voel je je als kijker toch een beetje ongemakkelijk. Het is alsof je een intiem moment verstoort.

Martine Stig (Nijmegen, 1972) maakte de serie in opdracht van RE Magazine, dat een nummer over seks wilde uitbrengen. ,,Een lastig onderwerp'', vertelt ze. ,,Want alles is al eens gedaan. Wat mij interesseerde, was het moment vlak na de daad. Je ziet namelijk heel vaak mensen kort nadat ze seks hebben gehad, 's ochtends in de tram bijvoorbeeld, alleen ben je je daar niet van bewust. Ik was benieuwd of je het aan ze zou kunnen zien.''

We lopen door de verschillende zalen van Stigs solotentoonstelling in Museum Jan Cunen in Oss, waar de gezichten van haar vrienden meer dan levensgroot aan de wanden prijken. De fotografe trekt de rolgordijnen, die de foto's beschermen tegen het felle zonlicht, omhoog. ,,Er hangt hier een slaapkamersfeertje'', merkt ze op. ,,Dat wil ik juist niet. Het moet kaal zijn, en direct.'' De gelijkenis met een van de geportretteerden, een rank meisje met grote ogen, valt op. Haar donkere haren, naar achteren gehouden door een zonnebril, zijn inmiddels een stuk langer maar de brede kaaklijn is onmiskenbaar. Stig wijst naar haar zelfportret. ,,Kijk'', lacht ze. ,,Wij zijn de enigen die geen grote pupillen hebben. Dat is het verschil tussen avondseks en ochtendseks.''

Alle andere foto's zijn door de geportretteerden zelf gemaakt. Stig, die niet als derde partij de sfeer wilde verstoren, zette van tevoren een technische camera klaar voor een witte muur, plaatste kruisjes op de plek waar de grote tenen moesten komen, en liet één grootbeeldnegatief achter. Het enige wat de gelegenheidsmodellen hoefden te doen was snel iets aantrekken en de draadontspanner indrukken.

Afstand

Stig vertelt dat het resultaat haar een beetje schokte. ,,Je verwacht toch dat je er na het vrijen gelukzalig uitziet, dat je een glimlach op je gezicht hebt, of in ieder geval iets saamhorigs uitstraalt. Maar al deze portretten zijn kil en afstandelijk. Het schijnt zelfs wetenschappelijk bewezen te zijn dat je na de seks weer even tot jezelf moet komen en daarom afstand afdwingt. Dat is op deze foto's heel duidelijk te zien.''

After betekende een doorbraak voor Martine Stig, die in 1995 afstudeerde aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en sindsdien een even bescheiden als veelzijdig oeuvre heeft opgebouwd. Acht series – gemiddeld één per jaar – van ieder zes of zeven foto's staan er gedocumenteerd in de oeuvrecatalogus Stig die bij de tentoonstelling in Oss is verschenen. Het zijn foto's die soms documentair ogen en dan weer overduidelijk geënsceneerd zijn, maar waarin mensen altijd de hoofdrol spelen. Mensen die over straat lopen, mensen die blozen, mensen die flirten.

Niet afgebeeld in het boek zijn de vele foto's die Stig de afgelopen jaren in opdracht maakte, voor tijdschriften als Vrij Nederland en Avenue bijvoorbeeld, en voor bedrijven als KPN en Ben. Sinds 2000 werkt ze regelmatig samen met Viviane Sassen voor het toonaangevende fotoagentschap Solar, waar ook haar collega's Elspeth Diederix, Marnix Goossens en Henk Wildschut bij aangesloten zijn. De twee werelden, het autonome werk en het werken in opdracht, houdt Stig nadrukkelijk gescheiden. ,,In opdrachtsituaties bedrijf ik fotografie, in mijn vrije werk onderzoek ik het'', zegt ze.

Met dat onderzoek, naar de aard van de fotografie, en naar de rol die het medium speelt in ons dagelijks leven, begon Stig tien jaar geleden, in haar laatste studiejaar. ,,Ik realiseerde me dat ik gedurende mijn academietijd helemaal geen foto's had gemaakt van mijn vrienden, familie of van mijzelf. Ik studeerde immers voor professioneel fotograaf en kiekjes waren voor amateurs. Toen drong het opeens tot me door hoe zonde het was dat al die jaren niet gedocumenteerd waren. Terwijl fotografie juist gaat over herinneringen. Zodra je op het knopje drukt, maak je een herinnering: omdat je het moment bezegeld hebt met een foto zal het je voortaan beter heugen. Die foto zelf is misschien niet eens zo bijzonder, maar het feit dat je een foto hebt gemaakt, zegt dat je de situatie bijzonderder vond dan een andere.''

Zo kwam Stig op het idee om herinneringen van het nu te maken. Drie maanden lang legde ze haar eigen leven vast met een snapshotcamera. Daar koos ze een stuk of tien representatieve beelden uit, een soort iconen van de snapshot-fotografie. Foto's van mensen met half afgesneden hoofden, foto's die net te vroeg of te laat genomen waren, of foto's waarbij de afstand tot het onderwerp veel te groot was. Vervolgens speelde ze die mislukte composities, met behulp van haar vrienden, na voor een professionele camera. Deze foto's, van situaties die plaats hádden kunnen vinden, drukte ze af op grote formaten. Zo ontstond haar eindexamenproject Leuk voor later, een verzameling geënsceneerde kiekjes uit het studentenleven van Martine Stig.

Met Leuk voor later heeft Stig de tijdgeest perfect aangevoeld. Dankzij digitale camera's, mobiele telefoons en internet is het fenomeen snapshot tegenwoordig populairder dan ooit. En de esthetiek van het kiekje wordt in de kunstfotografie inmiddels veelvuldig geïmiteerd. ,,Natuurlijk kon je zien dat ze nep waren'', zegt Stig nu over die serie. ,,Alle beelden waren superscherp, dat lukt je niet met een gewone camera. Maar op de een of andere manier maakt dat de kijker niet uit. Die gelooft wat hij ziet. Een foto is altijd een bewijs. Je kunt bij wijze van spreken een foto op straat vinden, er een verhaaltje bij verzinnen, en iedereen zal geloven dat het waar is.''

Leuk voor later kreeg een vervolg met de serie Zondag (1997), waarvoor Stig de jeugd van een fictief meisje construeerde aan de hand van een aantal geijkte fotomomenten, zoals de babyfoto, de schoolfoto, het verjaardagspartijtje en het familie-uitje. Houtje-touwtjejassen, beenwarmers en oranje bloemetjesgordijnen roepen de sfeer op van de late jaren zeventig. Stig: ,,Ik heb veel gekeken in oude fotoboeken van mijn vrienden en mijzelf. Wat me opviel is dat al die kinderalbums op elkaar lijken. Alsof er een soort ongeschreven regels bestaan: zo fotografeer je een huis, en zo een baby. Ik heb voor deze serie steeds andere meisjes gebruikt, van verschillende leeftijden. Ze lijken niet eens op elkaar. En toch, als je al die foto's naast elkaar presenteert, gelooft iedereen dat het om het leven van één meisje gaat. De overtuigingskracht van fotografie is heel sterk.''

Trukendoos

Een subtiele manipuleerder, zo wordt Martine Stig wel genoemd. Ze hanteert de trukendoos van de fotografie om werelden te creëren die niet van echt te onderscheiden zijn. Omgekeerd gebruikt ze de werkelijkheid als decor voor fictieve verhalen, die dus alleen bestaan bij de gratie van de fotografie. Met de serie Hello (2000) bijvoorbeeld suggereerde Stig op een listige manier ontmoetingen tussen personen die volslagen vreemden van elkaar waren. Als een paparazzo lag Stig in de straten van New York op de loer, totdat twee mensen elkaar passeerden. Op dat moment drukte ze af. Voorbijgangers die elkaar waarschijnlijk niet eens hadden opgemerkt, waren nu voor de eeuwigheid samen vastgelegd.

Iets vergelijkbaars gebeurt er in de serie Men (1999), waarin mannen hun gezichten verschuilen achter aktetassen of boeken, alsof ze niet in de publiciteit willen komen. Stig maakte de foto's tijdens een vakantie in de Boliviaanse hoofdstad La Paz. ,,Het licht was daar heel fel en laag'', vertelt ze. ,,Het viel me op dat iedereen zijn ogen beschermde tegen de zon. Toen dacht ik: als ik nu eens met de zon meeloop, dan is het net of die mannen zich voor mij verschuilen. Alsof zij beroemdheden of maffiabazen zijn die niet herkend willen worden. Doordat je een foto maakt ontstaat er een nieuwe realiteit. Ik suggereer in deze serie een wetmatigheid die er niet is. De toeschouwer herkent dat: die linkt de foto naar het beeldarchief dat zich al in zijn hoofd bevindt. Dat vind ik interessant: dat je in kunt spelen op de voorkennis van de kijker, dat je hem kunt sturen en een beetje voor de gek kunt houden.''

De dubbelzinnigheid van het fotografische beeld, daarom draait het in het oeuvre van Martine Stig. ,,Als fotograaf pretendeer je dat je iets objectief kunt registreren, maar dat is helemaal niet zo. Zodra je ergens binnenkomt met een camera, gaan mensen zich anders – lollig of aanstellerig – gedragen. Je aanwezigheid werpt een schaduw over de situatie. Alleen al daarom kan een foto nooit waarheidsgetrouw zijn.''

Toen Stig een paar jaar geleden een documentaire zag over Noord-Korea waarin verteld werd dat mensen daar niet in de camera mochten kijken, was ze onmiddellijk gefascineerd. Stig: ,,Daar moet ik heen, dacht ik direct. Dat moet een walhalla voor fotografen zijn. Want als niemand in de lens kijkt, als de aanwezigheid van de camera niets teweegbrengt, dan fotografeer je dus hoe het echt is, en dat kan nergens anders ter wereld.''

Op een toeristenvisum, en met een camera die ze volplakte met kinderachtige stickertjes zodat die er wat minder professioneel uitzag, reisde Stig naar Noord-Korea. ,,Daar bleek dat van het verbod op in de lens kijken niets waar was. Het was überhaupt onmogelijk om mensen te fotograferen, daar kwam je niet mee in aanraking. Ik had twee gidsen en een tolk die niet van mijn zijde weken. Het reisprogramma lag van minuut tot minuut vast. En als westerling kreeg ik alleen te zien wat ik mocht zien: de modelstad Pyongyang bijvoorbeeld, waar alleen jonge mensen wonen omdat ouderen het straatbeeld zouden verpesten. Het was of ik op de set van een film terecht was gekomen waarin de inwoners figuranten waren. Of er buiten beeld een regisseur zo nu en dan een groepje schoolkinderen over het plein stuurde. Je wist nooit wat echt was.''

Haar oorspronkelijke idee liet Stig al snel varen. In plaats daarvan besloot ze om de regie dan ook maar helemaal uit handen te geven. ,,De gidsen vertelden me steeds: `this is the best way to take a picture'. Op een gegeven moment dacht ik, okay, dan fotografeer ik ook precies wat jullie willen laten zien. Ik liet de regie dus eigenlijk over aan de staat Noord-Korea.''

Het resultaat, de serie D.P.R.K (Democratic People's Republic of Korea) uit 2002, ziet eruit als een reeks ansichtkaarten op het flinke formaat van 120 x 180 centimeter. Foto's van straten zonder reclameborden en van brandschone pleinen, waar in de verte groepjes mensen in vormeloze kledij voorbijtrekken. ,,Wat ik interessant vind is dat je op twee manieren naar deze beelden kunt kijken'', legt Stig uit. ,,In Korea zullen ze de foto's geweldig vinden, want het is precies wat ze willen laten zien. Maar dezelfde beelden wekken bij ons afschuw op. De kijker is niet naïef, die weet heus wel wat er gaande is.''

De serie over Noord-Korea grenst aan de documentaire fotografie. Betekent dit dat Stig zich steeds meer de rol van verslaggever aanmeet? ,,Het grappige is dat iedereen die naar Noord-Korea gaat met dezelfde set foto's thuiskomt. Natuurlijk zijn er ook journalisten die het verborgen onrecht proberen vast te leggen, die een ossenkar fotograferen om te laten zien hoe arm het land is. Maar volgens mij is dat een omweg. Juist door te laten zien wat zij wilden laten zien, toon ik wat dit regime doet. Dat is ook een politiek statement.''

Daags na ons gesprek vertrekt Martine Stig opnieuw richting Azië. In Bangladesh en India wil Stig met de moesson mee reizen. ,,Het schijnt dat die altijd precies op 1 juni begint'', vertelde ze. ,,Dat moet een prachtig gezicht zijn, de regen die over zee aan komt zetten. Ik heb gehoord dat tijdens de buien de anders zo volle straten en pleinen helemaal verlaten zijn, of er een kernramp heeft plaatsgevonden. Zo'n schijnbaar lege stad, dat zal voor mij toch een soort Mekka zijn.''

Foto's van Martine Stig. T/m 15 aug in Museum Jan Cunen, Molenstraat 65, Oss. Di t/m zo 12u30-16u30. Inl: 0412-629328 of www.museumjancunen.nl.

`Zodra je op het knopje drukt, maak je een herinnering'`Een camera werpt een schaduw over de situatie'