Door het dodenrijk met een hippe private-eye

Het debuut Brainsongs van Uli Oesterle was veelbelovend, maar bij lezing van die korte verhalen in een ontoegankelijke zwart-witstijl die refereerde aan het werk van tekenaar José Muñoz, vroeg ik me af of deze Duitse auteur ooit een groter publiek aan zich zou kunnen binden. Oesterle heeft een paar concessies gedaan: geen korte verhalen maar een serie en hij werkt in kleur.

Hector Umbra is een kettingrokende ruwe bolster met gevoel voor stijl, zo blijkt bij de introductie van de antiheld. Zijn appartement is bezaaid met smaakvolle elpees en de juiste stripboeken (Strapazin, Baru, From Hell). Terwijl Hector nog even een schilderij afmaakt over een wezen dat steeds terugkeert in zijn dromen, komt zijn vriend Frantisek langs. Ze gaan samen naar de hipste discotheek van de stad waar een gezamenlijke vriend (Osaka) van hen draait. Na een pilsje en een blowtje, zijn ze klaar om zich tussen de `trillende lijven van de massa' te wagen op muziek van Moloko, Jimi Tenor en DJ Shadow.

Na al dit gesmijt met namen gaat het verhaal dan toch van start. Osaka wordt ontvoerd door rare wezens (inderdaad, die uit Umbra's droom) en Hector gaat als een harde detective op zoek. Dat voert hem zelfs naar het dodenrijk, waar hij net op tijd uit weet te ontsnappen.

Oesterle maakt met Hector Umbra een gigantische sprong voorwaarts, want het is een gecompliceerd, maar verrassend soepel verteld verhaal. De combinatie van fantasy, hippe setting, waanzin en ruwe dialogen maakt Hector Umbra tot een unieke strip. Oesterle's duistere stijl en scheve, expressionistische perspectieven geven het verhaal precies de onheilspellende sfeer die het nodig heeft.

Uli Oesterle: Hector Umbra 1; De halfautomatische waanzin. Silvester, 56 blz, €9,99