De grote kunstbrand

`Health Warning. The contents of this exhibition may cause shock, vomiting, confusion, panic, euphoria and anxiety. If you suffer from high blood pressure, a nervous disorder, or palpitations, you should consult your doctor before viewing this exhibition.' Dit is de tekst, in dikke zwarte letters op alarmerend geel, op de plastic zak die je kreeg bij de catalogus van Sensation. Zo heette de grote expositie van de Saatchi-collectie, het werk van jonge Britse kunstenaars in het Brooklyn Museum of Art. Toen veroorzaakte die tentoonstelling een schandaal. Een van de kunstenaars, Chris Ofili, had zijn portret van de Heilige Maagd met olifantenvijgen versierd. Dat wekte de verontwaardiging van de katholieke burgemeester Rudy Giuliani. Hij dreigde met het intrekken van de subsidie voor het museum. Het liep met een sisser af. Het museum is intussen mooi gerenoveerd. Een deel van wat daar toen te zien was, is vorige week maandag in Londen in vlammen opgegaan. Schade: vijftig miljoen pond. Die plastic zak heb ik nog. Een collectors item, hoop ik.

In de commentaren op de ramp valt het leedvermaak te snijden. Sebastian Horsley, die een gooi naar de eeuwige roem heeft gedaan door zich op de Filippijnen aan het kruis te laten nagelen, noemde de brand het beste kunstwerk dat hij in jaren had meegemaakt. Peter Conrad, kunstbeschouwer van The Observer, vindt de gebeurtenis op zijn slechtst een ongeluk, en op zijn best misschien een `overdue act' of `aesthetic cleansing'. ,,Deze brand komt op tijd en is rechtvaardig. Er is geen reden tot treurnis.'' Het staat er echt.

Er is meer aandacht voor de economische dan voor de artistieke kant. The Economist van deze week noteert dat de heer Saatchi wel geschrokken zal zijn, maar niet zo hard als de bedrijven die de `dieren op sterk water' hebben verzekerd. Ook de grote haai in formaline, van Damien Hirst, getiteld The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living moet als verloren worden beschouwd. En de Insectocutor, een glazen kast vol vliegen die de dood vonden als ze tegen een elektrisch draadje vlogen. En de tent van Tracey Emin waarin ze de bewijzen van haar seksleven had uitgestald en bevestigd. ,,De brand kan de kunstenaars een injectie van beruchtheid geven. Daar hebben ze behoefte aan'', schrijft The Economist. Gelukkig heeft het Stedelijk Museum nog een exemplarisch werk van Damien Hirst, een glazen container met vuil beddengoed uit een ziekenhuis. Dit lijkt me een goede gelegenheid om het op een prominente plaats in het nieuwe onderkomen neer te zetten en opnieuw goed te verzekeren.

Het ging al langer niet goed met de Young British Artists. Tegen het einde van de jaren negentig, toen de belevingskunst bloeide, hadden ze een maatschappij opgericht, Eyestorm, die tot doel had de moderne kunst in de huiskamers van het volk te brengen. Een paar jaar later was die in moeilijkheden geraakt. De aanstormende talenten bleken niet die grootschalig wervende kracht te hebben waarop Eyestorm had gerekend. Intussen hadden vooraanstaande niet-Britten als Jeff Koons, Dennis Hopper en Helmut Newton er veel geld in gestoken. Van Eyestorm hebben we daarna niets meer gehoord. En nu dus deze brand.

Ik heb nooit iets in de kunst van Brit-art en verwante stromingen gezien; degenen die dit genre in al zijn verscheidenheid beoefenen ondergebracht in de categorie vondstenaars. Pseudo-afstammelingen van Marcel Duchamp. Nadat hij in 1917 zijn pisbak had gesigneerd en daarmee snel wereldbekend was geworden, vatte in brede kring de mening post, dat het voldoende was om in een begrensde ruimte een aantal voorwerpen bij elkaar te gooien, en dan hàd je iets. Daarna hoefde ook dat niet meer. In deze krant van 19 mei 2000 staat een essay van Cornel Bierens waarin hij verslag doet van een kunstenaarsbijeenkomst, gearrangeerd door de Amsterdamse Raad voor de Kunst. Daar is ook de Amerikaan Sands Murray aanwezig. Een gesprek met hem beschouwt hij als een kunstwerk. En waarom niet. Maar het is onzin.

Ook al dankzij de bemoeiingen van het reclamegenie Charles Saatchi kreeg Brit-art economische waarde. Dit alles voltrok zich in de conjunctuur van algemeen oeverloos optimisme, van de Nieuwe Economie op de beurs, de elektronische snelweg, internet en de belevingskunst. Het zou interessant zijn eens een bloemlezing samen te stellen van wat de kritiek, de kunsthandel en de museumdirecties toen voor verheven abracadabra ten beste hebben gegeven. En daarbij gevoegd het leedvermaak, zo niet de schamperheid die deze grote kunstbrand in Londen heeft veroorzaakt. Als je wilt, kun je dat geheel van fanfare tot malaise, eindigend in de vlammenzee als een groot, onherhaalbaar kunstwerk beschouwen. En misschien is dat dan de ongewilde vervulling van wat deze kunstenaars altijd bedoeld hebben. Sensatie.