Bush misbruikt de herdenking van D-day

Aanstaande zondag is het zestig jaar geleden dat de geallieerden landden op de stranden van Normandië. Kort daarna was het voor bezet Nederland heuglijke nieuws te lezen in De Vliegende Hollander, een eenmalige krant met foto's van operatie Overlord die boven de grote steden werd uitgeworpen. Het was de voorbode van de bevrijding, hoewel de bewoners van het gebied boven de grote rivieren daarop nog een klein jaar moesten wachten.

De herdenking van de invasie, het begin van de opmars door West-Europa naar het hart van nazi-Duitsland, is ditmaal om een aantal redenen van meer dan gewone betekenis. Wat bij het vijftigjarige jubileum nog ondenkbaar was, zal nu een feit zijn: de aanwezigheid van een Duitse kanselier in het gezelschap van hoge internationale genodigden, onder wie president Poetin, en even zovele gasten van de Franse president.

Wat is er veranderd in de afgelopen tien jaar dat dit mogelijk heeft gemaakt? Niet veel meer dan dat er nog wat meer tijd is verlopen sinds Adolf Hitler de hand aan zichzelf sloeg. Sinds een paar generaties hebben Duitsers en Fransen nauwelijks meer weet van de aartsvijandschap tussen hun beide volkeren. Duitse kanseliers en Franse presidenten op rij hebben het politiek en persoonlijk goed met elkaar kunnen vinden, sommigen misschien zelfs beter dan Schröder en Chirac. Evenals Schröder was diens voorganger Kohl al ,,de genade van de late geboorte'' ten deel gevallen, waarmee gezegd wilde zijn dat aan hem geen nazi-smetten kleefden, kónden kleven.

Mogelijk ligt er een verandering in de bevestiging van de zogenoemde Berliner Republik, een fenomeen dat in de woorden van Schröder normalisering van Duitsland heeft mogelijk gemaakt. Niet alleen praktisch politiek, maar ook in de terugblik op de eigen geschiedenis meten de Duitsers intussen zichzelf het recht toe om, precies als andere volken, er een eigen oordeel op na te houden. Geallieerde geweldsdaden tegen Duitse steden in de laatste fase van de oorlog worden in Duitse media open en kritisch besproken, waarbij het verleden geen hinderpaal meer is. Tegelijkertijd zijn veel Duitsers, de regering voorop, de slag om Europa ook voor zichzelf als bevrijding van het nazisme gaan zien. Met als aantekening dat men zich in het Oosten van het land pas 45 jaar later bevrijd kon voelen.

De aanwezigheid van een Duitse kanselier op de stranden van Normandië zal geen streep onder de geschiedenis zetten. Achter die Normandische stranden en aan het Oostfront sneuvelden tussen juni 1944 en mei 1945 talloze Duitse soldaten of raakten voor het leven verminkt, soldaten die evenmin als hun geallieerde tegenstanders al door het stof van de geschiedenis zijn bedekt. In die zin is de demonstratie van verzoening en eensgezindheid zondag aan de vroege kant. Schröders vader was één van die gevallenen. Het Derde Rijk en alles wat het heeft aangericht, ook in Duitsland, kán niet en móét ook niet uit Europa's geschiedenis worden gewist.

Het was beter geweest als de Duitse deelname de sfeer van de plechtigheden had bepaald. Dan zouden zij een waardig vervolg zijn geweest op die andere daden van verzoening: toen Kohl en Mitterrand, hand in hand, bij Verdun de slachtingen van de Eerste Wereldoorlog herdachten en toen, jaren eerder, Willy Brandt voor het joodse verzetsmonument in Warschau neerknielde. Frans-Duitse en Pools-Duitse verzoening liggen ten grondslag aan de nieuwe Europese eenheid die sinds 1958 gestalte krijgt.

Als de invasie in Normandië wordt herdacht, horen daar als vanzelfsprekend de Noord-Amerikaanse geallieerden bij. Zonder Amerikanen en Canadezen en zonder hun offers zou de Europese geschiedenis in de tweede helft van de twintigste eeuw een andere loop hebben genomen. Hun overwinning op de nazi's heeft het andere, het betere Europa een kans gegeven te overleven en aan een nieuwe toekomst te bouwen.

Helaas wordt de zestigste verjaardag van de invasie overschaduwd door de goedkope poging van de regering-Bush de feestelijkheden te misbruiken voor haar politieke doelen. Op bezoek in Berlijn riep veiligheidsadviseur Condoleezza Rice onlangs de geesten van de tijdens de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde Amerikanen op om Europeanen te wijzen op hun plicht zoals het tegenwoordige Washington die ziet. Zij trok een parallel tussen nazi-Duitsand en Irak en meende dat de Europeanen van nu naar het voorbeeld van de Amerikanen toen een offer moeten brengen voor democratisering van Irak. Rice zei te hopen ,,dat alle Europese landen zich herinneren, hoe de zaken ervoor stonden toen zij bevrijd werden''. Met andere woorden: er staat nog een schuld open, maar nu heeft u de gelegenheid die te delgen.

De eerste tegenwerping zou kunnen zijn: wees voorzichtig met historische parallellen. De tweede: wees voorál voorzichtig met historische vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog. Hitler en München zijn uitgesleten begrippen geworden die te pas en te onpas zijn gebruikt. Toen Saddam Hussein in de zomer van 1990 Koeweit binnenviel, was er alle reden voor een gemeenschappelijke krachtdadige reactie op deze schending van het volkenrecht. Bush sr. gaf als belangrijkste partner in het westelijk bondgenootschap vorm en richting aan die reactie.

Dat hij vervolgens Saddam met Hitler vergeleek, stichtte echter alleen maar verwarring en leidde af van waarom het ging. Saddam was een wrede potentaat die Iran had aangevallen en Koeweit bezette, maar hij was anders dan de nazi-leider geen bedreiging voor de westerse democratieën. Ook de Britse gang naar München, waarbij Tsjecho-Slowakije aan de luimen van Hitler werd overgelaten, leert geen lessen die de stabiliteit in het Midden-Oosten zouden kunnen bevorderden.

De slag om Normandië leidde tot een schitterende overwinning die Europa behield voor wat we een civil society zijn gaan noemen, het fundament waarop rechtsstaat en democratie zijn gebouwd. In Irak zijn de Amerikanen en met hen de andere leden van de coalition of the willing misleid door hun zendingsdrang, ijdelheid en grootheidswaan, vastgelopen in een moeras van etnische en religieuze conflicten en bloedig verzet tegen hun aanwezigheid. Normandië en Irak behoren ieder tot een andere tijd en tot een andere wereld.

De gesneuvelden op de stranden van Normandië moeten zonder bijbedoelingen worden herdacht. Zij verdienen het niet voor een zaak te worden opgeroepen die zij niet meer kunnen beoordelen. De tegenwoordige president van Amerika had piëteit moeten tonen.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon